Veertig jaar wijkvernieuwing onder de loep
CAST in actie

Veertig jaar wijkvernieuwing onder de loep

woensdag 06 mei 2015

Door: Jeroen Ketelaars

‘Een verpauperde stad’, dat was Tilburg in 1975. Albert Latijnhouwers gebruikte deze woorden tijdens een speciale avond die het Centrum voor Architectuur en Stedebouw Tilburg (CAST) op woensdag 29 april organiseerde. De bijeenkomst, die deels bestond uit rondetafelgesprekken, was gewijd aan veertig jaar wijkvernieuwing en Latijnhouwers was de aangewezen persoon om een inleidende presentatie over die vier decennia te houden. Aangezien hij in 1980 bij de gemeente Tilburg in dienst trad en zich al die jaren met stadsontwikkeling heeft beziggehouden, heeft hij het grootste deel van veertig jaar bouwen en wonen in de stad van dichtbij meegemaakt.

Het jaar 1975 vormt in de ontwikkeling van Tilburg een keerpunt, aldus Latijnhouwers. Veel plekken in de stad lagen er op dat moment maar treurig bij. In de jaren na de Tweede Wereldoorlog heerste er woningnood en daarom werden er in rap tempo huizen bijgebouwd. Wijken en flats werden uit de grond gestampt en zo ontstonden stadsdelen als Tilburg-West, met wijken als het Zand, het Wandelbos en de Reit, en Tilburg-Noord. Begrijpelijk wellicht dat op dergelijke nieuwbouw in die periode de nadruk lag, maar het betekende ook dat ‘de oude stad’ – dat wil zeggen: alles binnen de Ringbanen – een ondergeschoven kindje werd en jarenlang ten prooi viel aan toenemende verloedering. “Aan de buitenkant was dan wel gebouwd, maar binnenin was het een gribus”, vertelt Latijnhouwers.

Lege terreinen

In die naoorlogse jaren van noeste woningbouw waren de oude stadswijken aan hun lot overgelaten. Bovendien had de teloorgang van de textielindustrie ervoor gezorgd dat overal lege terreinen waren ontstaan. Fabriekscomplexen waren tegen de vlakte gegaan en in de plaats daarvan kwamen er braakliggende percelen. Maar vanaf 1975 kwam daar verandering in. In de jaren die volgden, maakten die lege plekken – die samen maar liefst honderd hectare besloegen – plaats voor nieuwe buurten, zoals in het gebied achter het Textielmuseum, op Korvel, en nabij de Lancierskazerne. “Maar er was niet alleen sprake van vernieuwing, er vond ook uitbreiding plaats”, vertelt Latijnhouwers. “De wijk de Blaak kwam er voor Tilburgers met hogere inkomens, en de Reeshof voor alle Tilburgers.”

En zo belichtte Latijnhouwers tal van andere onderwerpen en ontwikkelingen die zich de afgelopen vier decennia op stedenbouwkundig gebied hebben voorgedaan in Tilburg. De Cityring kwam er, verschillende Stadskantoren, Vinex-wijken, popcentrum 013 kwam van de grond, het Cenakel, de woningen die in de Schoolstraat gebouwd werden, en veel meer kwam aan bod tijdens Latijnhouwers’ presentatie.

Betrokken burgers

Toch ging het deze avond niet alleen over steen en beton, ook de menselijke kant, de rol van de bewoners en gebruikers werd niet vergeten. Tijdens een van de rondetafelgesprekken, die geleid werden door Anita de Haas, de chef van de Tilburgse redactie van het Brabants Dagblad, ging het dan ook over de inspraak en de betrokkenheid van de burgers bij stadsvernieuwing. Want worden die burgers eigenlijk wel betrokken als er nieuwe woningen gebouwd worden, of bestaande woningen gerenoveerd worden? En als een wijk op de schop gaat, hebben de wijkbewoners daar dan ook een stem in? Jazeker, zo bleek toen architect Reimar von Meding, voormalig ambtenaar Marieke Prins en Ingrid Wijnstok van de klankbordgroep van Groeseind/WonenBreburg met elkaar in gesprek gingen. Von Meding was onder andere betrokken bij de vernieuwingsslag die plaatsvond in de Vogeltjesbuurt in Tilburg-Zuid. Deze volksbuurt kwam rond de Tweede Wereldoorlog tot stand en de sociale huurwoningen – eigendom van de Tilburgse Woonstichting (Tiwos) – die er stonden, waren verouderd. De bewoners van de huizen werden direct bij de plannen voor de herstructurering betrokken. Voor Von Meding een logische stap. “Want sociale cohesie, zoals die er in de Vogeltjesbuurt heel duidelijk is, kun je niet zomaar máken, dat moeten de mensen zélf doen. Vaak zijn het juist de professionals en hun belangen die voor problemen zorgen.”

Volks karakter

En dus werd er zoveel als mogelijk was geluisterd naar de stem van de Tilburgers uit de Vogeltjesbuurt. En er werd ook zoveel als mogelijk was rekening gehouden met het volkse karakter van de buurt. Aangezien een groot deel van het leven in dat deel van de stad zich niet zozeer ín de woningen afspeelt, maar juist op straat, moest ook dat aspect bij het ontwerpen van de nieuwe woningen betrokken worden. Dat leidde tot elementen als ‘boerendeuren’, waarvan het bovenste deel ook apart open kan zodat op het onderste geleund kan worden. En grote ramen, zodat de bewoners goed kunnen zien wat er op straat gebeurt. En de bewoners konden zelf kiezen aan welke kant van hun huis ze de keuken wilden hebben: aan de voor- of aan de achterzijde. Dat blijkt een keus te zijn die lang niet iedereen voor eigen rekening mag nemen, zo vertelt Ingrid Wijnstok, die betrokken is bij de huidige herstructurering  in de wijk Groeseind. Zij heeft dertig jaar aan de Hoefstraat gewoond en krijgt over enige tijd een nieuwe woning, met keuken aan de áchterkant, zodat het woongedeelte aan de voorkant komt te liggen.

Zoveel mensen, zoveel wensen, dat werd wel duidelijk uit dit gesprek. Daarom is burgerparticipatie ook zo belangrijk om een zo groot mogelijk woongenot tot stand te brengen. Zoals een van de sprekers aangaf: in tegenstelling tot wat vaak verondersteld wordt, wil heus niet iedereen een tuin waar de hele dag de zon pal op staat. Sommigen geven de voorkeur aan een fijne plek in de schaduw.

Grotere diversiteit

Verscheidenheid is sowieso een term die steeds meer centraal komt te staan als het de stadsvernieuwing in Tilburg betreft. Dat is althans de mening van Albert Latijnhouwers, die samen met Aline Zwierstra van WonenBreburg en architect Ton van der Hagen het gesprek aanging over hoe de toekomst er op stedenbouwkundig gebied in Tilburg uit ziet. “De tijd van grootschalige aanpakken is voorbij”, weet Latijnhouwers. “Diversiteit onder mensen wordt steeds groter. De opgave is om steeds meer maatwerk in buurten en wijken te leveren, en rekening te houden met bijvoorbeeld duurzaamheid, levensloopbestendigheid en bijzondere woongemeenschappen, zoals kunstenaars die bij elkaar gaan wonen. Of mensen die tijdelijk ergens wonen, zoals arbeidsmigranten of mensen die in echtscheiding liggen. Grote lijnen verdwijnen en luisteren wordt steeds belangrijker.” En het voorzieningenniveau moet omhoog in sommige delen van de stad, zoals in de Reeshof, vult Ton van der Hagen aan. Aline Zwierstra heeft nog een ander punt, namelijk dat in een tijd van crisis niet voorbij gegaan kan worden aan de betaalbaarheid van woningen. “Want mensen moeten wel de huur kunnen betalen. Dat staat momenteel met stip bovenaan.”

Een organisch proces

Een ‘organisch’ proces, dat is wat stedenbouw uiteindelijk toch is. Aan het begin van de avond zei Peter Blankenstein dat al. Een proces waar veel belangen, wensen, partijen en processen mee gemoeid zijn, een proces dat zich in golfbewegingen afspeelt en waarbij het ene project geslaagder zal zijn dan het andere. “Dat is overal in Nederland het geval, Tilburg is daarin niet uniek. Maar er zijn steden die vreselijk jaloers kunnen zijn op wat Tilburg gepresteerd heeft”, is de voormalige bestuurder van woningcorporatie TBV Wonen van mening. En wat dat betreft krijgt hij bijval van Ton van der Hagen. Ook volgens hem heeft veertig jaar stadsvernieuwing veel moois opgeleverd. “Neem nou het De Pont-complex, prachtig”, zegt hij enthousiast. “Of de omgeving van de Schoolstraat, waar vierhonderd woningen en een park zijn gerealiseerd. Het merendeel van de herstructureringsprojecten in de stad is geslaagd. Wij vinden ze allemaal zo vanzelfsprekend, maar in andere steden kom ik ze toch niet vaak tegen. Het is echt imposant wat er in Tilburg gebeurd is.”

En ja, de Korvelse Hofjes, de Gesworen Hoek in de Reeshof, het Phoenix-project: uiteraard valt er ook best wat te klagen, soms met een terugkijkende blik op initiatieven uit het verleden. Sommige projecten waren geen succes, andere hebben de tand des tijds misschien wat minder goed doorstaan. Maar zoals gespreksleider Anita de Haas samenvattend concludeert: “Eigenlijk hebben we het de afgelopen veertig jaar helemaal niet zo slecht gedaan.”

Terug naar overzicht Naar de activiteit
Agenda
architectuurgids Architectuurgids

Bestel online de architectuurgids midden-brabant of bekijk hem online.

Lees meer
CAST
Blijf op de hoogte

En schrijf u vandaag nog in voor onze CAST nieuwsbrief.