Verslag

Rens van der Plas

Een nieuwe toekomst voor de religieuze gebouwen van nu

Nieuwe Verbindingen | Expertmeeting en werksessie

Op 28 augustus 2026 organiseerden we de regiowerksessie Religieus Erfgoed en Gemeenschapsruimte in gemeente Hilvarenbeek, als onderdeel van ons regionale programma Nieuwe Verbindingen. Religieuze gebouwen en ensembles vormen van oudsher prominente plekken in Brabantse kernen – maar steeds meer ervan verliezen hun oorspronkelijke functie. Hoe behouden deze plekken hun bijzondere waarde, ruimtelijk én maatschappelijk?

‘Ik onderstreep enorm het belang van wat we hier vandaag doen’, zegt wethouder Sjoerd Maillé van de gemeente Hilvarenbeek. Op het Beekse stadhuis zijn vanmiddag vertegenwoordigers van gemeenten, architecten en ontwikkelaars aanwezig voor de Regiowerksessie Religieus Erfgoed en Gemeenschapsruimte.

‘In onze kernen heeft iedereen het gevoel verantwoordelijk te zijn voor de kerken en de gebouwen eromheen. Er is een groot gevoel van gemeenschapszin bij de dorpelingen’, zegt Maillé. ‘Maar hoe zorgen we ervoor dat onze religieuze gebouwen een mooie bestemming krijgen in de toekomst? Ik denk dat het heel goed is dat er met elkaar over ons religieus erfgoed van gedachten gewisseld wordt.’

Wethouder Maillé, gemeente Hilvarenbeek: ‘Ik denk dat het heel goed is dat er met elkaar over ons religieus erfgoed van gedachten gewisseld wordt.’

Nieuwe functies voor religieuze ensembles

Nu er steeds vaker kerken, kloosters en andere religieuze gebouwen en ensembles hun oorspronkelijke functie verliezen, is het inderdaad geen overbodige luxe om na te denken over hun nieuwe functies. Hoe kunnen de plekken die van oudsher zo belangrijk waren zowel ruimtelijk als maatschappelijk hun bijzondere waarde houden? Tijdens de Regiowerksessie delen experts hun kennis en gaan de professionals zelf aan de slag met een casus uit Diessen.

In de Stedelijke Regio Breda-Tilburg zijn 19 gemeenten, de provincie en waterschappen verenigd, die op deze Regiowerksessies thematisch tips en ervaringen uitwisselen. Waarom gebeurt dat? ‘Heel veel opgaven stoppen niet bij de gemeentegrens’, zegt stedenbouwkundige Peter van Schie van de SRBT. ‘En als aangrenzende gemeenten ben je op elkaar aangewezen. Inwoners leven ook niet alleen binnen de gemeente: als je in Hilvarenbeek woont, ga je in Breda naar de IKEA.’

Bovendien zijn er ook veel opgaven die op eenzelfde manier op verschillende gemeenten spelen: het is heel waardevol om daar kennis over uit te wisselen.

Van Schies collega, stedenbouwkundige Marco Visser, weet hoe belangrijk religieus erfgoed voor kernen kan zijn. ‘Het kwam in de Brabantse Dorpenstrategie* ook steeds weer terug, dat veel van de identiteit van een dorp vasthangt aan de kerk en de gebouwen eromheen. Je moet die gebouwen op een slimme manier inzetten voor de leefbaarheid’, zegt hij. Het beeld dat dorpelingen van hun dorp hebben kan overigens ook beperkend werken, bijvoorbeeld wanneer drie bouwlagen al te bedreigend voelen voor het dorpse karakter.

* Over de Brabantse Dorpenstrategie heeft Nieuwe Verbindingen eerder een Regiowerksessie georganiseerd in Rijsbergen. Lees het verslag van de werksessie en een verdiepend essay over het werken aan dorpse architectuur door architectuurcentrum AR-TUR.

Naar binnen keren

De sessie begon met een open uitwisseling van gedachten, waarbij alle deelnemers een duit in het zakje deden. Dorpelingen kunnen al snel het idee hebben dat hun dorp wordt aangetast door ontwikkelingen die niet passen. Wie aan de slag wil met religieus erfgoed, doet dat dus het best rustig, niet al te radicaal en in overleg, blijkt al uit een eerste brainstorm met de aanwezige professionals. ‘De omgeving is heel belangrijk, je moet beginnen om met hen te praten’, zegt Dirk van Alphen, voormalig beleidsmedewerker erfgoed van de gemeente Tilburg.

Van Alphen heeft nog twee andere motto’s. Een daarvan: programma volgt monument. ‘Als je serieus bezig bent met erfgoed, moet je durven beperken. Dat betekent dat je niet alles moet volproppen met appartementen enkel en alleen omdat het dan betaalbaar is. Een kerk is in wezen een hal en ik wil ervoor pleiten om een kerk zoveel mogelijk een hal te laten zijn’, zegt hij.

Zo’n grote ruimte, een groot ‘niks’ boven de hoofden van bezoekers, kan een waardevolle kwaliteit zijn. Een andere kwaliteit van religieuze complexen: de akoestiek, die vaak buitengewoon goed is voor koren en muziek. En het zijn bij uitstek plekken voor rust en contemplatie. ‘Het zijn plekken waar je naar binnen kunt keren en waar je je beschut kunt voelen. Door er gewoon te zijn krijgen mijn kinderen de normen en waarden mee die wij belangrijk vinden’, vertelt beleidsadviseur landschap en erfgoed Tony Oomes van de gemeente Hilvarenbeek. ‘We begrijpen de spanningen rondom het instituut, maar hechten waarde aan de bijhorende (landschaps)architectuur.’

Beleidsmedewerker Erfgoed & Ruimte bij de provincie Noord-Brabant Annélien van Kuilenburg merkt weer dat ze het juist lastig vindt de waarde van kerkgebouwen aan haar kinderen over te brengen. ‘Mijn kinderen komen niet in de kerk, zijn niet gedoopt, ze doen niet mee aan diensten. Ik heb zelf nog wel wat referentie en vond die kerkelijke gemeenschap ook ergens wel fijn, met haar onuitgesproken waarden en normen, maar voor mijn kinderen is een kerk niet meer dan een mooi gebouw in een dorp of stad. Ze vinden het geweldig als we in de Sint Jan in Den Bosch zijn, maar dat moet ik er dan wel uittrekken.’

Architectuurhistoricus Joost Op ’t Hoog denkt dat het voortdurend een afweging is: wat wil je per se overeind houden en waar kan een nieuwe tijdlaag een kans krijgen? ‘Vroeger zeiden ze dat alles wat je bij herbestemmingen deed reversibel moest zijn: je moest het kunnen terugdraaien. Dat is nog bij geen enkele kerk gebeurd’, zegt hij. ‘Je moet die nieuwe tijdlaag de kans geven om zichzelf te bewijzen. Die nieuwe laag kan volwaardig bestaan naast die oude.’

"Het kloostercomplex van de Zusters van Liefde wordt stukje bij beetje meer openbaar, maar het vraagt om goede regie om de kwaliteiten ook in stand te houden."

Foto: de tuin van het kloostercomplex van de Zusters van Liefde
Foto: de tuin van het kloostercomplex van de Zusters van Liefde

Er is meer dan een kerk

Het is buitengewoon belangrijk om religieuze gebouwen niet als solitaire uitdagingen te zien. Ze komen vaak in ensembles, waarbij losse gebouwen een interactie met elkaar aangaan, stellen architect Martijn Honselaar en ontwerper openbare ruimte Jacqueline Moors. Zij schreven mee aan de kerkenvisie van de gemeente Tilburg, waar het boek Religieus erfgoed in Tilburg uitrolde. Naar aanleiding van deze Regiowerksessie schreef het duo ook een essay over religieus erfgoed.

‘Naast kerken staan er vaak een heleboel andere objecten in de buurt’, zegt Honselaar. ‘Een pastorie, een patronaatsgebouw, kloostercomplexen en scholen. Onze inbreng ging niet zozeer over die gebouwen, maar om de ruimtes ertussen. Die gemeenschappelijke ruimtes waren, zeker in latere periodes, heel duidelijk gecomponeerd. De gebouwen in de ensembles zijn niet voor niets terechtgekomen op de plekken waar ze nu staan: ze vormden een bewuste kadrering waar parochianen in een informele setting samen konden komen.’

Het tweetal zag steeds vaker dat losse gebouwen uit de ensembles werden omgetoverd tot appartementen. Er werd weinig rekenschap afgelegd tegenover de andere gebouwen en de open ruimtes ertussen, waardoor op sommige plekken het beschermde karakter van de ensembles onder druk kwam te staan. Een ensemble volledig tot zijn recht laten komen is dan ook niet eenvoudig: vaak is het een proces dat decennia kan duren.

Jacqueline Moors noemt het voorbeeld van het kloostercomplex van de Zusters van Liefde. Daar wonen nog zusters, die op termijn allemaal zullen verdwijnen. ‘De zusters zijn heel erg betrokken bij de plek waar ze wonen. Nu is een deel van hun kloostertuin bij het stadspark getrokken. Ze durven de gedachte toe te laten om goed te doorgronden wat de beste bestemming voor de rest van de tuin zal zijn.’ Het kloostercomplex wordt stukje bij beetje meer openbaar, maar het vraagt om goede regie om de kwaliteiten ook in stand te houden.


Moors en Honselaar gingen langs in Diessen, een van de kernen van de gemeente Hilvarenbeek, om daar naar het ensemble te kijken. Daar werd al snel duidelijk dat de grenzen binnen een ensemble best hard kunnen zijn. ‘We zijn in de pastoorstuin geweest: de pastoor liet ’m ons vol trots zien. Zijn visie erop was vrij kort: die tuin moet gesloten blijven. Er vinden regelmatig parochiale activiteiten plaats in de tuin en binnen de kerkgemeenschap vinden er regelmatig bruiloften of retraites plaats.’

In Diessen is het best uniek dat de pastorie en de kerk vrij ver uit elkaar liggen. Via een paadje loopt de pastoor elke dag naar de kerk toe en terug. De poort naar de kerk zit gek genoeg aan de zijkant van het pand, en niet aan de voorkant: wie naar binnen wil, moet dus een hoekje om. De kloostertuin is openbaar geworden, maar schoolkinderen van de school erachter mogen er onder schooltijd nooit ofte nimmer in.

Harde grenzen en poreuze tussenruimtes wisselen elkaar dus sterk af. Zeker omdat er tussen de gebouwen nieuwe gebouwen zijn verrezen: op de plek van het Theresiagesticht zijn appartementen gekomen, op de plek van de jongensschool is sport- en partycentrum Hercules opgetrokken. Een weiland is enkele decennia geleden tot Gildeweide omgedoopt en er is een kiosk opgezet. De Kerkstraat in Diessen was vroeger een levendige bedoening met cafés en winkels. ‘Daar zijn een paar restanten van overgebleven, maar het leven van destijds zagen we niet terug’, zegt Moors.

Er is absoluut potentie om op de vierkante kilometer die het hart van Diessen vormt nieuwe verbindingen te maken, tussen gebouwen en tussen mensen. Er zijn grote fouten gemaakt die misschien niet snel te herstellen zijn, maar ook verbindingen die makkelijk gemaakt kunnen worden. Honselaar en Moors signaleren een zorgcentrum dat achter een haag is weggestopt, het sportcentrum dat zich in zijn eigen omheining verschanst en een pastorietuin die achter een Gamma-schutting schuilgaat. ‘Dat zijn echt plekken waar je voor een hele andere uitstraling kunt zorgen’, zegt Honselaar.

Ontwerplab: "Er is absoluut potentie om op de vierkante kilometer die het hart van Diessen vormt nieuwe verbindingen te maken, tussen gebouwen en tussen mensen."

Analyse van het ensemble in Diessen door Ontwerplab
Analyse van het ensemble in Diessen door Ontwerplab

Nieuwe verbindingen

In drie teams gaan de professionals deze middag uit elkaar om concreet over het Diessense ensemble na te denken en om te onderzoeken of verdichting in dit gebied een hefboom kan zijn voor andere opgaven, zoals waterberging, meer openbaar groen of nieuwe voorzieningen. ‘Als iets weg is, is het weg. Dus we moeten heel goed bedenken wat we doen met de vierkante meters die er nog beschikbaar zijn’, zegt stedenbouwkundige Marco Visser.

Team 1: Meer schaduw en wandelroutes

Het eerste team had een duidelijke missie: vergroening. Door het gebied heen zouden zij graag veel meer bomen zien. Wandelroutes kunnen zo een groene loper door het gebied heen vormen en verschillende delen van Diessen aan elkaar koppelen. Niet alleen binnen het ensemble, maar ook met de Reusel, net buiten het dorp. De kerk zou dan elke dag opengesteld moeten worden, in plaats van eens in de twee weken, en zo een centrale rol in de wandelroute vervullen. De kerk en de kruinen van de bomen bieden iets wat het gebied nog ontbeert: genoeg schaduw.

Het team denkt ook duidelijk aan radicaler oplossingen: de kerk als energiecentrale, met heel veel zonnepanelen op de daken. De tuin van de pastorie zou binnen tien jaar opengesteld moeten worden. Idealiter komt er een B&B in de pastorietuin of komen er gastenkamers en horeca voor gasten van mensen die elders in Diessen verzorgd worden. Vanaf een meerlaags paviljoen buiten de tuin zouden bewoners en bezoekers een vogelperspectief over al het groen in de omgeving kunnen hebben.


Team 2: Meer ruimte vrijspelen en benutten

Het tweede team heeft vooral gezien dat er een zee aan openbare ruimte rondom de kerk ligt: grote grasvlakten en zichtbare achterkanten van woningen. Ontwikkelaars kunnen al snel de neiging hebben die gebieden te ontwikkelen, maar voor het dorpse karakter is het misschien beter om dat niet te doen, tenzij het ook echt wat oplevert. Het kan bijvoorbeeld een win-win zijn om de zorgwoningen van woonproject Benjamin te verplaatsen naar een grote grasvlakte aan de Zijthorst.

Daarmee wordt in het hart van het dorp een schakel vrijgespeeld die andere functies in het dorp kan verbinden. Het team wil ook de parkeerplaatsen beter benutten: heeft het zorgcentrum bijvoorbeeld echt al die parkeerplaatsen voor de deur nodig, of kunnen ze met minder uit de voeten? Misschien kunnen parkeerplaatsen dubbel worden gebruikt, zodat bezoekers en bewoners afwisselend van dezelfde plekken gebruik kunnen maken.

Team 3: Betere verbindingen maken

Team drie ziet de noodzaak om de sociale functies van Diessen, die op meerdere plekken versplinterd zijn, aan elkaar te rijgen. Tussen de Gildeweide en de Hercules moet een nieuw kerkpaadje komen dat ook aansluit op de oude dorpsstructuur. Voor dat ideaalbeeld moet dan wel wat wijken: een persoonlijke tuin waar dat kerkpaadje doorheen komt te lopen, een paar huizen rondom de Theresiastraat die verplaatst moeten worden. Met die verplaatsing komt weer groene ruimte vrij én is er een kans om een laagje hoger te bouwen dan nu gebruikelijk is.

Welke functie de kerk moet invullen, vindt het team nog lastig. Misschien kan de kerk een deel van de sociale functie van het partycentrum overnemen, mocht die exploitatie ooit omvallen, of wellicht kan een deel van de zorgwoningen van Benjamin in de kerk en de achterstevens worden ondergebracht. De schuttingen rondom de pastorietuin worden vervangen door mooie muren met bescheiden toegangen. Daarmee blijft de tuin een gevoel van beslotenheid geven, zelfs als iedereen erin mag.

Jenny Schrauwen-van der Geer, strategisch adviseur ruimte gemeente Hilvarenbeek: "Het is echt een meerwaarde om vanuit een ander perspectief dan louter het ruimtelijke te vertrekken."

Waar ligt het vliegwiel?

Het gesprek over de drie schetsen maakt wat los. De vraag wat het vliegwiel kan zijn om deze ontwikkeling aan te jagen, prikkelt de betrokkenen. Sommigen willen het vliegwiel bij de kerk leggen en wachten tot het bisdom zelf over herontwikkeling gaat nadenken. Anderen denken dat de kerk wel mee moet als je het vliegwiel ergens anders legt. Bijvoorbeeld bij de zorg: mensen die nu ouder worden en in veel te grote huizen wonen, kunnen op een andere plek gaan wonen, dichtbij de zorg en nieuwe voorzieningen.

Wie durft te kiezen voor een duidelijk programma rondom het religieuze ensemble – of dat nou zorg, ontmoeting of onderwijs is – slaat meerdere vliegen in één klap. Daarmee wordt tenslotte voorkomen dat er ineens gebouwen uit het ensemble worden weggenomen en een totaal irrelevante invulling krijgen. Daarnaast krijgt Diessen er een bruisender en herkenbaarder centrum voor terug: iets wat nu een beetje ontbreekt.

Vanuit de groep professionals komen voorstellen om de mensen van Diessen te vragen hoe zij hun dorp beleven. Tegelijkertijd moeten architecten en stedenbouwers ook rekening houden met de toekomst van het dorp: dorpelingen kunnen nu bijvoorbeeld nog best het idee hebben dat er genoeg kinderen op de basisschool zitten, maar is dat over tien jaar ook nog zo? Om de vergrijzing tegen te gaan moet er nú gehandeld worden: dat besef kun je niet aan de dorpelingen zelf overlaten.

Strategisch adviseur ruimte Jenny Schrauwen-van der Geer van de gemeente Hilvarenbeek is blij met de drie visies: ze vindt het bewonderenswaardig dat alle visies vanuit een ander perspectief vertrekken maar nooit louter van het ruimtelijke. ‘Dat is echt een meerwaarde. Dat er ook vanuit recreatie wordt gedacht vinden wij heel waardevol: rust- en harmoniezoekers zijn een publiek dat wij nadrukkelijk willen aantrekken. Het is mooi dat niet puur vanuit de ommuurde tuin is gekeken, maar vooral vanuit de verbinding ermee.’

Beleidsadviseur van de gemeente Tony Oomes waardeert de integraliteit. ‘Het zijn plannen voor een verre toekomst, maar je zou bijna wensen dat deze plannen op tafel kunnen blijven liggen om het gesprek aan te jagen en dat colleges en raden over hun termijnen heen kunnen denken en de koers kunnen vasthouden. Misschien moeten we Diessen gaan zien als een dorp in een park, gelet op al die ruimte die er is. Er is in elk geval een duidelijke lijn uitgezet, en dat wens je ook voor dit soort plekken.’

Tony Oomes, beleidsadviseur gemeente Hilvarenbeek: "Het zijn plannen voor een verre toekomst, maar je zou bijna wensen dat deze plannen op tafel kunnen blijven liggen om het gesprek aan te jagen en dat colleges en raden over hun termijnen heen kunnen denken en de koers kunnen vasthouden."

Nieuwe Verbindingen is een programmalijn van CAST en BLASt in samenwerking met de Stedelijke Regio Breda-Tilburg en met ondersteuning vanuit het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie.