Essay

Edith Wouters, artistiek coördinator AR-TUR

Over dorpse architectuur, dorpenbouw, dorpse woonlandschappen en dorpse interieurs

Nieuwe Verbindingen | Verdieping

AR-TUR platform voor architectuur en ruimte in de Antwerpse Kempen onderzoekt sinds enkele jaren hoe dorpen toekomstbestendig kunnen transformeren. Niet enkel vanuit hun typologische en landschappelijke maar ook vanuit hun sociale- en eigendomsstructuren. Vanuit de Vlaamse context, waar individueel landeigendom sterk bepalend is, biedt AR-TUR een perspectief dat het dorp ziet als een gedeeld woonlandschap.

De urgentie van klimaatverandering, biodiversiteitsverlies, vergrijzing en vereenzaming vraagt meer aandacht voor het versterken van open ruimte en collectievere woonomgevingen in dorpen. Het behoud en ontstaan van open ruimte en groenblauwe structuren blijkt precair en is een zaak van vele stakeholders. Uit diverse projectverhalen blijkt duidelijk het circulaire, trage en langdurige proces van het bouwen aan dorpse woonlandschappen. Lokale besturen hebben bovendien al te vaak het nakijken in een land waar het beroep van omgevingsambtenaar een knelpuntberoep is. We zien een belangrijke rol voor familie-eigenaars en burgerinitiatieven bij behoud en ontstaan van kwaliteitsvolle dorpse woonlandschappen, bovenop die van ontwerpers, projectontwikkelaars, lokale besturen en regionale landschappen. We stellen bovendien vast dat goede intenties zich niet altijd vertalen in kwaliteitsvolle realisaties.

Hoe kunnen we dan met zijn allen gezamenlijk werken aan groeiende dorpse woonlandschappen? En wat heeft iedere betrokkene nodig om positieve impact uit te oefenen?

De eerder door AR-TUR ontwikkelde Toolbox Dorpse Architectuur toont hoe elke ingreep in dorpen kansen biedt om de dorpskern te versterken, juist door klein, precies en contextueel te werken. Ondertussen werkte AR-TUR mee aan de Toolbox Dorpenbouw, een initiatief van de provincie West-Vlaanderen, die stedenbouwkundige, landschappelijke en procesmatige bouwstenen biedt voor de dorpen. Aan de hand van een concrete casus en ontwerpend onderzoek verkent AR-TUR momenteel in het Kempenlab Dorpse Woonlandschappen hoe een goede procesaanpak en rolverdeling kunnen leiden tot meer landschappelijke kwaliteit in en rondom het dorp. In het gedeelde dorpse woonlandschap is het samenspel van minder belichte actoren zoals erfgenamen van historische landbouwpercelen, burgerinitiatieven en landmeters van grote invloed op de ruimtelijke kwaliteit van het dorp. Daarbij komen vragen aan bod over eigendom, initiatief, samenwerking en rolverdeling.

In dit essay vertel ik het verhaal over hoe we met AR-TUR sinds 2019 achtereenvolgens werkten aan 3 toolboxen met als thema’s Dorpse Architectuur, Dorpenbouw en in het lopende Kempenlab aan een Toolbox Dorpse Woonlandschappen.

Dorpsverkenning Wortel. Foto: Vic Aerts
Dorpsverkenning Wortel. Foto: Vic Aerts

Aanleiding: De dorpse identiteit onder druk

De cocreatie van een dorpsvisie: een dorpontwikkelingskader voor Wortel
2019. Wortel, een klein dorp in de Antwerpse Noorderkempen. 
Het grote geweld van appartementisering dat in de nabije gemeentes voelbaar was, was er tot dan voorbijgegaan. Het dorp had nog grotendeels zijn dorpse karakter bewaard. Het dorpsplein, omringd door enkele langgevelhoeves, lag er gezapig bij. Tot op die dag in 2019. Een van de hoeves was gedurende zo’n 50 jaar gratis ter beschikking gesteld als jeugdhuis door een kinderrijke familie die er vlakbij woonde. Dat veranderde plots na het overlijden van de ouders, toen de erfgenamen het pand op de markt wilden brengen en het doembeeld van een appartementsgebouw opdaagde. In het licht van de golf van generieke appartementsgebouwen die over het Vlaamse land rolde, stond het dorp in rep en roer.

In gesprekken met mijn vader, die medeoprichter was van het jeugdhuis, ontstond het idee om hier met AR-TUR een alternatief te onderzoeken, als een bijkomende casus in ons lopende onderzoek naar kwaliteitsvolle dorpse architectuur. Na enige gesprekken met de bevoegde wethouders bleek er vanuit het lokale bestuur een vraag te bestaan om een meer uitgebreid kader te scheppen, niet enkel rond ruimtelijke kwaliteit, maar ook rond het wegkwijnende sociaal-economische weefsel. Zo startten we samen met een groep van 40 ambassadeurs-dorpsbewoners met een co-creatief traject voor de opmaak van een gedeeld dorpontwikkelingskader op te maken.

Begin 2021 presenteerden we een syntheserapport waarin vier krachtlijnen werden geformuleerd als bouwstenen voor de veranderingen in het dorp. Sindsdien werken bewoners samen met het lokale bestuur aan de concretisering van het rapport en de krachtlijnen. Tot op heden is een kerngroep van bewoners actief in het burgerinitiatief Wortel 2030, dat de vinger aan de pols houdt van een kwaliteitsvolle ruimtelijke ontwikkeling en via een website andere bewoners informeert. Ondertussen kocht en renoveerde het stadsbestuur de genoemde langgevelhoeve en bijhorende woning van de overleden eigenaars en delen het jeugdhuis en een lokale vereniging er de ruimte. Het stadsbestuur realiseerde een buurttuin ter plaatse van de afgebroken woning. Dat zijn alvast enkele mooie resultaten van het traject.

Toolboxen Dorpse Architectuur en Dorpenbouw. Foto: Bo Struyf
Toolboxen Dorpse Architectuur en Dorpenbouw. Foto: Bo Struyf

"In een dorp kan elk bouwproject het verschil maken en kwaliteiten toevoegen die de grenzen van de projectsite overstijgen."

Op zoek naar goede Dorpse Architectuur: Toolbox Dorpse Architectuur
In de vrije culturele ruimte van het KempenLab onderzoekt AR-TUR in co-creatie met vele stakeholders en experten diverse uitdagingen in de rurale context. In 2019 waren we in samenwerking met het Departement Architectuur van de KU Leuven en met de Kempense dorpen Malle en Olen als casuslocaties gestart met een traject rond de kwaliteit van dorpse architectuur in een reactie op de appartementisering van de dorpen in Vlaanderen. Het was ontstellend om vast te stellen hoe weinig we met zijn allen konden benoemen wat goede hedendaagse dorpse architectuur dan wel was. Tot dan werd het ontstaan van goede architectuur veelal in handen gelegd van de – stedelijk opgeleide – ontwerpers, en bleef het kader vaak beperkt tot enkele stedenbouwkundige instrumenten, met teleurstellend weinig kwaliteitsvolle projecten tot gevolg. De schaalvergroting van woonontwikkelingen in de dorpen maakte het noodzakelijk om richtlijnen te onderzoeken tot op het niveau van de individuele bouwprojecten. Want in een dorp kan elk bouwproject het verschil maken en kwaliteiten toevoegen die de grenzen van de projectsite overstijgen.

We lanceerden een oproep naar goede dorpsarchitectuur, organiseerden enkele werksessies op locatie en ontwerpend onderzoek door studenten. Gaandeweg onderscheidden we vanuit een 200-tal inspirerende voorbeelden een aantal dorpse figuren en tactieken voor meervoudig wonen die een verschil kunnen maken op het vlak van dorpse kwaliteit. De kennis die we opdeden in tal van activiteiten resulteerde in 2021 in de Toolbox Dorpse Architectuur, een publicatie die we expliciet in de markt zetten als een handboek dat zich op het bureau van elke omgevingsambtenaar, ontwerper en projectontwikkelaar zou moeten bevinden en waarmee je de dorpen moet kunnen intrekken.

Doe-het-zelfkit, 2024. Foto: Kelly Donckers
Doe-het-zelfkit, 2024. Foto: Kelly Donckers

Het succes van Toolbox-on-Tour

Fast forward naar het voorjaar van 2025: we organiseren drie werksessies met de Toolkit Dorpse Architectuur op vraag van Wonen in Limburg voor hun werkingsgebieden. Na de lokale verkiezingen in het najaar van 2024 volgde opnieuw een golf van aanvragen. De Toolbox is tot op heden een succesproduct. Wie had dat ooit gedacht? Waar we oorspronkelijk drie werksessies hadden ingepland in de provincie Antwerpen, hielden we ondertussen tientallen presentaties en werksessies op vraag van lokale en bovenlokale besturen, gemeentelijke adviesraden, ontwerpbureaus en bewonersinitiatieven. Daarmee bereikten we ondertussen heel Vlaanderen en deels ook Nederland, waaronder in 2023 in zowel Oirschot als Eersel en op de Dag van de Ontwerpkracht in Rotterdam. Na de eerste twee proefsessies begin 2021 ontwikkelden we op basis van de Toolbox al snel een dialoogtool in de vorm van een kaartspel, maakten we werkposters en stelden we een handleiding samen in een DIY-kit waar dorpsmakers zelf mee aan de slag kunnen op specifieke projectsites. De instrumenten bieden een taal om te spreken over dorpse architectuurkwaliteit. Ze creëren bovendien een gelijk speelveld om gesprekken te voeren over ruimtelijke kwaliteit tussen bewoners, ontwerpers, opdrachtgevers en beleidsmakers.

"De instrumenten bieden een taal om te spreken over dorpse architectuurkwaliteit. Ze creëren bovendien een gelijk speelveld om gesprekken te voeren over ruimtelijke kwaliteit tussen bewoners, ontwerpers, opdrachtgevers en beleidsmakers."

Toolbox on Tour Oosterlo. Foto: Kelly Donckers
Toolbox on Tour Oosterlo. Foto: Kelly Donckers

Inbedding: Dorpenbouw en regionale dorpenstrategie

Dorpen functioneren anders dan steden: Toolbox Dorpenbouw
Ondertussen elders in Vlaanderen. In februari 2026 presenteert de provincie West-Vlaanderen de Toolbox Dorpenbouw, een samenwerking met plusoffice architects en AR-TUR. De provincie West-Vlaanderen staat gekend om haar sterke dorpenbeleid. Sinds 2020 laat de provincie ‘DNA van het Dorp’-masterplannen opmaken. De toekomstvisies zijn telkens op maat van één dorp en zijn ontwikkeld via ontwerpend onderzoek en participatie. Ze leverden een volwaardige dorpenbouwpraktijk op die de basis vormt voor de methoden en inzichten in de Toolbox Dorpenbouw.

Omdat het ene dorp het andere niet is, geeft een cartografisch luik in de Toolbox inzicht in een diversiteit aan nederzettingspatronen, dorpse archetypes en hun transformaties. Ze reikt een gelaagde taal aan om dorpstypes te benoemen, hun positie in het landschap te begrijpen en hun relatie tot infrastructuur of bijzondere plekken te duiden – en dus ook om keuzes te maken over hun toekomst. Achttien bouwstenen voor het dorp bieden praktische vuistregels en zijn gestructureerd rond vier grote thema’s die in elk dorp spelen: dorpse landschappen, dorpse mobiliteit, dorps leven en samen dorp maken.


Werksessie Brabantse Dorpsenstrategie. Foto: Kelly Donckers
Werksessie Brabantse Dorpsenstrategie. Foto: Kelly Donckers

"Dorpen worden vaak voorgesteld als stabiele, bijna tijdloze plekken. In werkelijkheid staan ze onder grote druk."

Denken over het dorp als systeem: een dorpenstrategie
Dorpen worden vaak voorgesteld als stabiele, bijna tijdloze plekken. In werkelijkheid staan ze onder grote druk. Huishoudens worden kleiner, jongeren trekken weg, ouderen blijven langer alleen wonen. Om hetzelfde aantal inwoners te behouden, zijn meer woningen nodig dan vroeger. Tegelijk verdwijnen voorzieningen: scholen fuseren, cafés sluiten, winkels maken plaats voor leegstand. Wat overblijft is een meestal nog aantrekkelijk woonmilieu, groen en rustig, maar steeds minder zelfvoorzienend en minder toekomstbestendig.

Het is al lang duidelijk dat dorpen die als cluster samenwerken niet elk voor zich over alle noodzakelijke voorzieningen beschikken. Door de spreiding van voorzieningen, handel en andere aanvullende functies kan een dorpencluster toch een volwaardig aanbod voorzien voor het dagelijkse leven van hun bewoners. De Toolbox Dorpenbouw brengt enkele van dergelijke bassins-de-vie van dorpsbewoners in West-Vlaanderen in kaart.

Op basis daarvan kan een regionale dorpenstrategie worden ontwikkeld over dorps- en gemeentegrenzen heen. Hoewel er in Vlaanderen veel intergemeentelijke samenwerkingen zijn, bijvoorbeeld op het vlak van wonen, openbaar vervoer, veiligheid en zorg, ontbreekt het aan een meer integrale regionale dorpenstrategie.

Dat bredere perspectief vonden we wel in de Brabantse Dorpenstrategie, die recent werd ontwikkeld door De Zwarte Hond in opdracht van de provincie Noord-Brabant. Met AR-TUR namen we deel aan de werksessie ‘Dorpenstrategie’ van CAST in Rijbergen in december 2025. De Brabantse Dorpenstrategie blijkt ook in Vlaanderen toepasbaar.

Het grotere geheel: samenwerken aan het dorpse woonlandschap

Open ruimte versterken – een reality-check
Een van de belangrijkste tactieken in de Toolbox Dorpse Architectuur, met name het idee om niet overal te bouwen en open ruimte te versterken, blijkt in de praktijk de moeilijkste.

In de werksessies met de dialoogtool simuleren we het ontwerpproces in opeenvolgende stappen:

  • van het in kaart brengen van de historische evoluties en de stedenbouwkundige en landschappelijke context en het benoemen van programma en kwaliteitsambities voor de ontwikkeling;
  • over het onderzoeken van diverse scenario’s die een antwoord bieden op voornoemde ambities;
  • tot een integraal projectvoorstel met aandacht voor ruimtelijke kwaliteit.

Hiermee is echter het laatste nog niet gezegd. In de praktijk heeft de grondeigenaar in verkaveld Vlaanderen een grote invloed. Bewust of onbewust nemen grondeigenaars beslissingen die niet alleen hun straat, maar ook het bredere dorp op lange termijn mee vormgeven. Zo spreekt de grondeigenaar veelal de lokale architect aan met de hoop op een verdichtingsproject. Het onderzoek naar landschapsstructuren gebeurt dan hoogstens minimaal, terwijl idealiter in veel gevallen de rol van landschapsontwerper op het toneel zou moeten verschijnen. Of – erger nog – de eigenaar stapt meteen op een landmeter af die de grondeigendom efficiënt verkavelt meestal zonder veel oog voor de context.


Summerschool Dorpse Woonlandschappen. Foto: Edith Wouters
Summerschool Dorpse Woonlandschappen. Foto: Edith Wouters

Dorpse woonlandschappen doen groeien
In de Toolbox Dorpse Woonlandschappen die we in een nieuw Kempenlab voorbereiden focussen we – naast het benoemen van instrumenten en groenblauwe stapstenen die we herkennen in de projectverhalen – op het proces en de rollen die daarin worden opgenomen: van de rol van de overheid als kadersteller en regisseur, over de ontwerper, projectontwikkelaar en procesbegeleider, tot organisaties zoals regionale landschappen en de grondeigenaars. Tijdens een studiedag in januari 2026 hielden we ook de rol van de landmeter tegen het licht, met opvallend veel herkenning. De landmeter verschijnt zelden expliciet in beleidsnota’s of ontwerpkaders, maar blijkt in de praktijk een cruciale schakel. Beslissingen over perceelsafbakening, rooilijnen en verkavelingsstructuren bepalen in hoge mate het ruimtelijk beeld, vaak met een impact die verder reikt dan het individuele dossier. Toch wordt die rol meestal gereduceerd tot een strikt technische en juridische opdracht. Meerdere deelnemers stellen vast dat deze klassieke invulling weinig ruimte laat voor context, landschap en bestaande structuren. Verkaveling dreigt zo te verworden tot een mechanische oefening, gestuurd door maatvoering en regelgeving. Een dorps woonlandschap ontstaat door de verbinding van groenblauwe structuren met de gebouwde omgeving en groeit uit tot een samenhangende dorpse woonomgeving waarin landschap, water, open ruimte en bebouwing elkaar structureel versterken. Dat vergt niet enkel een visie op dorpsniveau, maar ook een volgehouden regie op diverse publieke en private projectontwikkelingen, die liefst aanhaken bij die visie en die de gewenste groenblauwe structuren al dan niet kunnen versterken.

"Een dorps woonlandschap ontstaat door de verbinding van groenblauwe structuren met de gebouwde omgeving en groeit uit tot een samenhangende dorpse woonomgeving waarin landschap, water, open ruimte en bebouwing elkaar structureel versterken"

In het Kempenlab Dorpse Woonlandschappen proberen we een antwoord te zoeken in de vorm van enkele inspirerende projectverhalen waarin individuele projectontwikkelingen inhaken op bestaande globale openruimtevisies of waarin ze de aanzet waren om een meer globaal beleidskader op te starten. Zo was er in het dorp Zwalm– dat bestaat uit maar liefst 13 kleine kernen – zonder het burgerinitiatief Vrienden van de Zwalmse Dorpen vermoedelijk geen opdracht voor een integraal landschappelijk masterplan via het Team Vlaams Bouwmeester uitgeschreven. Anderzijds realiseerde AIT architecten er – geheel parallel aan en zich niet bewust van de opmaak van het masterplan – wel enkele bijzondere plekgebonden projecten.

Wat nog? Dorpswoningen en ‘dorpse interieurs’

Er blijven nog vele andere ruimtelijke opgaven voor de dorpen waar we de volgende jaren aan werken. Typische dorpswoningen, gaande van eenvoudige langgevelhoeves of arbeiderswoningen over statige dokterswoningen tot prestigieuze pastorieën, verdwijnen sluipenderwijs uit het straatbeeld, terwijl ook jong erfgoed onder druk staat van door de overheid opgelegde energieprestaties en veranderende comforteisen.

Verdichting van dorpskernen stelt ook het sociale weefsel van het dorp op de proef. De hechte dorpsgemeenschap van weleer is niet meer wat ze ooit was. Dat vergt aandacht voor publieke ruimte met voldoende potentieel om de ander te ontmoeten, niet enkel in de vorm van het ‘dorpse ommetje’ – een begrip uit de Toolbox Dorpenbouw – maar ook in de vorm van weloverwogen woonontwikkelingen en zogenaamde kwaliteitsvolle ‘dorpse interieurs’, een begrip dat verder vorm krijgt in samenwerking met antropologe Ruth Soenen. Het gaat om publieke ruimte in de vorm van straten en pleinen waar iedereen welkom is, en om genereuze gedeelde ruimtes in woonontwikkelingen, met aandacht voor gradiënten tussen privé en publiek, waar mensen elkaar kunnen ontmoeten en die bijdragen aan het dorpse welzijn.

Het is duidelijk dat het doen groeien van een dorps woonlandschap een samengaan van vele factoren vergt.

Dit essay is onderdeel van Nieuwe Verbindingen, de regionale programmalijn waarin CAST samen met BLASt en de Stedelijke Regio Breda Tilburg (SRBT) werkt aan de duurzame ontwikkeling van de regio via actuele opgaven die de gemeentegrenzen overstijgen. Het programma wordt mede mogelijk gemaakt door Stimuleringsfonds Creatieve Industrie en alle partners van het samenwerkingsverband SRBT (19 gemeenten, 4 waterschappen en Provincie Noord-Brabant). We nodigden AR-TUR uit voor een werksessie in het kader van de Brabantse Dorpenstrategie, en vroegen ze een artikel te schrijven over hun aanpak, omdat we die heel inspirerend en waardevol vinden voor de opgaven in de SRBT.