Verslag

Rens van de Plas

CAST&co editie Nieuwjaar

Ook in 2026 organiseert CAST weer CAST&co: dé expertmeetings voor professionals in de architectuur en stedebouw. In deze eerste nieuwjaarseditie op 5 februari blikken we terug en kijken we vooruit. Voorzitter van het bestuur van CAST Noud Derks opent de bijeenkomst door de partners en subsidiënten van CAST te bedanken. ‘Door jullie bijdrage kunnen wij relevant werk leveren. Het aantal partners is ook nog wat gegroeid, daar zijn we heel blij mee. Dat is zinvol voor het netwerk en helpt voor de financiën’, constateert hij.

Programmamakers Sophie Stravens en Bas Horsten staan nog even stil bij wat CAST precies doet en wat er dit jaar op de planning staat. CAST is een onafhankelijk platform voor stedelijke ontwikkeling voor Tilburg en omstreken, dat bedoeld is om bewoners, professionals en de overheid met elkaar te verbinden en de ruimtelijke kwaliteit van onze omgeving te versterken. ‘CAST is een platte organisatie, iedereen is gelijkwaardig’, vertelt Bas Horsten. ‘Wij – als zelfsturend team – bepalen de plannen en leggen die terug bij het bestuur, de gemeente en de partners.’

Hoe werkt CAST ook alweer?

CAST werkt met een aantal vaste programmaformats. Naast CAST&co is er bijvoorbeeld drie keer per jaar de publieke talkshow BOUWSTOF, waar allerlei thema’s geagendeerd worden en waarmee de programmamakers op de actualiteit inspelen. Er zijn ook Stads-, Dorps- en Regiogesprekken, waarbij CAST (vaak in samenwerking met een gemeente, woningcorporatie of andere partner) met een professionals en/of bewoners in gesprek gaat over specifieke thema’s, opgaven of toekomstige plannen.

Met het format Architectuur in de Kijker organiseert CAST rondleidingen door gebiedsontwikkelingen of langs projecten, om inwoners een stukje bewustzijn mee te geven over wat er allemaal ontwikkeld wordt. Met name op de jaarlijkse Dag van de Architectuur komen die rondleidingen regelmatig terug. Voor deze dag worden ook vaak bijzondere rondleidingen georganiseerd, in aansluiting op het nationale thema van de Dag van de Architectuur en uiteraard wat er in de stad/regio speelt. En er is natuurlijk de Verdieping: hét podium voor reflectie, waar CAST verschillende actuele thema’s mee verdiept door middel van artikelen, interviews, e.a., dat eerder op papier verscheen, maar nu een prominente plek op de website van CAST heeft gekregen zodat de artikelen ook online een breed publiek kunnen bereiken.

Naast de formats werkt CAST nu ook aan twee langer lopende programmalijnen. De eerste programmalijn is Verdichten en voortbouwen, waarbij onderzocht wordt hoe alle opgaven in de bestaande stad kunnen landen. De andere programmalijn, Nieuwe Verbindingen, is een samenwerking met architectuurcentrum BLASt (in Breda) en de Stedelijke Regio Breda-Tilburg (SRBT), die bestaat uit negentien gemeenten, vier waterschappen en de provincie. ‘Met die programmalijn werken we aan kennisuitwisseling en inzet van ontwerpkracht om het bewustzijn over - en de samenwerking binnen de regio verder te brengen’, zegt Sophie Stravens. ‘Het programma van Nieuwe Verbindingen bestaat onder meer uit een reizende expositie die door de regio trekt, regiogesprekken en workshops met ontwerpend onderzoek.’

Vorig jaar is gestart met deze programmalijn, en daar gaat CAST dit jaar wederom mee door. ‘De eerste bijeenkomst van deze editie hebben we al gehad: we zijn in Rijsbergen neergestreken waar we aan de slag zijn gegaan met de toepassing van de Brabantse Dorpenstrategie. Binnenkort reizen we door naar Rijen, om de stedelijke verdichting rondom de stationslocatie te onderzoeken. We reizen door naar een derde gemeente waar we de focus leggen op herontwikkeling van bijzondere complexen zoals religieus erfgoed en defensieterreinen. In september landt de expositie in het provinciehuis. Ook werken we samen met het Nieuwe Instituut, waarvan we de rijkscollectie mogen gebruiken onder andere voor de ontwikkeling van een tijdlijn die laat zien hoe ruimtelijke samenwerking al decennialang onderdeel is van de Brabantse praktijk. Zo proberen we op verschillende schaalniveaus te werken en een bijdrage te leveren.’

Naast alles wat CAST al doet, neemt het architectuurcentrum ook dit jaar het voortouw in de Tilburg Architectuurprijs, dat ze samen met de gemeente organiseert. Inzendingen daarvoor worden van harte aangemoedigd: niet alleen om nominaties uit te halen, maar óók om een dossier op te bouwen van opgeleverde projecten. ‘De projecten moeten zijn opgeleverd tussen 1 januari 2024 en 31 december 2025 en een ruimtelijk project in de gemeente Tilburg zijn. Dat mag in de breedste zin van het woord: een woonhuis, een brug, een goede verbouwing, zelfs een park. Inzenden kan nog tot 29 maart’, vertelt programmamaker Horsten. Op donderdag 18 juni is de prijsuitreiking in de LocHal.

De toekomst ligt ook achter ons

Back to the Future, kent u die film? Saskia Naafs in ieder geval wel. Na de opfriscursus over CAST krijgt zij het woord. Naafs werkt voor het College van Rijksbouwmeester en Rijksadviseurs (CRa) en schreef mee aan de handleiding Toekomstdenken. ‘In het eerste deel van die film reizen ze terug naar het verleden, in het tweede deel van die film reizen de personages vooruit in de tijd en komen ze in een Trumpachtig dystopisch toekomstbeeld terecht. Dat benadrukt dat toekomstdenken niet alleen gaat over ver vooruitkijken, maar ook om terugkijken. Welke veranderingen liggen er achter ons?’

Naafs laat de zaal kennismaken met de futures cone: een visualisatie die duidelijk maakt dat er veel meer verschillende toekomsten zijn die je zou kunnen onderzoeken dan je misschien denkt. ‘We zijn geneigd om heel erg vanuit het heden vooruit te redeneren, en de beelden uit het heden naar die toekomst mee te nemen. Terwijl we ook kunnen nadenken over wenselijke toekomsten, of hele absurde. Daardoor kun je je denkraam nog verder oprekken.’ Inspiratie voor hoe dat werkt, is in het verleden al goed terug te vinden. ‘Nu vinden we het heel normaal om een smartphone te hebben, dertig jaar geleden had ons dat heel raar geleken.’

Waarom is het belangrijk, om die toekomst zo breed mogelijk te interpreteren? Omdat keuzes van nu grote consequenties hebben, schetst Naafs. ‘De dertig grootschalige woningbouwlocaties waar we aan werken staan er niet voor een paar jaar: eerder voor een paar honderd jaar. De beslissingen van nu hebben gevolgen voor de generaties na ons. In alle agenda’s van het CRa hebben we voortdurend het belang van langetermijndenken benadrukt, of het nou gaat over volkshuisvesting of de energietransitie.’

In het programma NL2100 oefende het CRa al met dat langetermijndenken. Voor specifieke regio’s, van de Waddenzeekust tot Zuid-Limburg en het Ruhrgebied, dacht het College samen met partners na over hoe die gebieden er over honderd jaar uit zouden kunnen komen te zien. ‘We wilden een werkwijze ontwikkelen rondom dat langetermijndenken en een beweging van toekomstdenkers op gang brengen. Er waren al veel mensen mee bezig: we waren zeker niet de eersten die hierover nadachten’, zegt de strategisch adviseur.

Het CRa begon met het organiseren van toekomstateliers, geïnspireerd op een ontwerpmanifestatie uit 1987, met de titel Nederland Nu Als Ontwerp. De ontwerpers achter die manifestatie wilden graag een breed publiek gesprek over de toekomst van Nederland. ‘Gebaseerd op dat werk hebben we driedaagse ontwerpateliers georganiseerd waarin we voor specifieke regio’s gingen nadenken over de langetermijnvisie. Bij het eerste toekomstatelier in Zutphen dachten we na over de energiehoofdstructuur. De resultaten van dat atelier zijn als advies meegegeven aan het ministerie van Economische Zaken en vormden weer input voor een programmalijn over energieplanologie.’

Creativiteit de vrije loop

Het mooie van werken met een toekomstatelier is dat de vorm iets vrijer kan zijn.

Op de derde dag van het atelier werd voor bezoekers een afscheidsritueel gepresenteerd: zij mochten op een bandje schrijven welke slechte gewoonte ze achter zich wilden laten. ‘Dat was een mooie manier om in gesprek te gaan over de toekomst. Er zijn tenslotte altijd initiatieven, gewoonten of industrieën die afgebroken moeten worden om ruimte te maken voor nieuwe systemen. Sommige dingen bewust afbreken, daar is eigenlijk te weinig aandacht voor.’ Met de zogenaamde transitiecurve van onderzoeksinstelling Drift wordt die circle of life inzichtelijker gemaakt.

Het CRa paste meer creatieve methoden toe. Naafs vertelt over een excursie die begon op Rotterdam Centraal in het jaar 2093. ‘We moesten vluchten voor het opkomende water van de Nieuwe Maas en kwamen uit in Niet-Rotterdam, een bestaand stukje grond in Limburg. ‘Een ontwerpbureau en een theatermaker namen ons mee in een toekomst waarin we klimaatvluchteling zouden worden. We werden in Niet-Rotterdam ontvangen door de burgemeester en de wethouder. Op de heenweg bespraken we wat we moeten doen als we land moeten opgeven vanwege klimaatverandering, op de terugweg hoe we ons zó zouden kunnen voorbereiden dat het niet gebeurt.’

Elk toekomstatelier had zijn eigen insteek en eindresultaat. In Hoek van Holland (2023) werd nagedacht over hoe langetermijnplannen op het gebied van ecologie of recreatie die qua geld niet zoveel opleveren tóch in een exploitatie terecht zouden kunnen komen. Bij het Miniministerie van de Toekomst (2023) konden bezoekers van de Dutch Design Week actief keuzes maken over het leven in het jaar 2100: wat zou je dan willen eten? Waar ga je naartoe op vakantie? En staat er dan nog een auto voor de deur of niet? ‘Dat leverde mooie gesprekken op, ook tussen generaties onderling.’

Soms is de vraag ook heel concreet: verschillende ministeries waren twee jaar geleden bezig met het herijken van het Klimaatplan. Het CRa heeft samen met Studio Monnik vijf fictieve personages ontwikkeld die aan de vijf transitieopgaven gekoppeld zijn. ‘Die personages maken de ontwikkelingen persoonlijk mee. Het abstracte gesprek over circulaire economie werd zo heel tastbaar gemaakt.’ En tijdens een toekomstatelier in Austerlitz werd weer op die methode voortgebouwd, door met behulp van tekenaars de toekomst letterlijk beeldender te maken.

De belangrijkste conclusies van alle experimenten zijn verwerkt in de handleiding Toekomstdenken. Er staan nu zestien methoden in die als inspiratie kunnen dienen om eens stevig over de toekomst na te denken. Dat is nog moeilijker dan je denkt, zegt Naafs. ‘Het vereist inlevingsvermogen en denkvermogen. Het is belangrijk om daar echt goed de tijd voor te nemen: je zomaar tijdens een workshopje verplaatsen naar het jaar 2100 is best lastig.’

Naafs geeft de aanwezigen aan het einde van de middag nog een gedachteoefening mee. Denk eens aan een familielid van twee of drie generaties terug. Welke grote maatschappelijke veranderingen hebben zij meegemaakt? ‘Dat zorgt voor een stukje besef: zelfs binnen generaties kunnen er best ingrijpende veranderingen zijn. Van sommige mensen waren de opa en oma nog boer: dat illustreert dat in een paar decennia alles ingrijpend kan veranderen. En het daagt meteen uit om te ontdekken welke mogelijkheden we voor de toekomst wenselijk zouden vinden.’