De toekomst ligt ook achter ons
Back to the Future, kent u die film? Saskia Naafs in ieder geval wel. Na de opfriscursus over CAST krijgt zij het woord. Naafs werkt voor het College van Rijksbouwmeester en Rijksadviseurs (CRa) en schreef mee aan de handleiding Toekomstdenken. ‘In het eerste deel van die film reizen ze terug naar het verleden, in het tweede deel van die film reizen de personages vooruit in de tijd en komen ze in een Trumpachtig dystopisch toekomstbeeld terecht. Dat benadrukt dat toekomstdenken niet alleen gaat over ver vooruitkijken, maar ook om terugkijken. Welke veranderingen liggen er achter ons?’
Naafs laat de zaal kennismaken met de futures cone: een visualisatie die duidelijk maakt dat er veel meer verschillende toekomsten zijn die je zou kunnen onderzoeken dan je misschien denkt. ‘We zijn geneigd om heel erg vanuit het heden vooruit te redeneren, en de beelden uit het heden naar die toekomst mee te nemen. Terwijl we ook kunnen nadenken over wenselijke toekomsten, of hele absurde. Daardoor kun je je denkraam nog verder oprekken.’ Inspiratie voor hoe dat werkt, is in het verleden al goed terug te vinden. ‘Nu vinden we het heel normaal om een smartphone te hebben, dertig jaar geleden had ons dat heel raar geleken.’
Waarom is het belangrijk, om die toekomst zo breed mogelijk te interpreteren? Omdat keuzes van nu grote consequenties hebben, schetst Naafs. ‘De dertig grootschalige woningbouwlocaties waar we aan werken staan er niet voor een paar jaar: eerder voor een paar honderd jaar. De beslissingen van nu hebben gevolgen voor de generaties na ons. In alle agenda’s van het CRa hebben we voortdurend het belang van langetermijndenken benadrukt, of het nou gaat over volkshuisvesting of de energietransitie.’
In het programma NL2100 oefende het CRa al met dat langetermijndenken. Voor specifieke regio’s, van de Waddenzeekust tot Zuid-Limburg en het Ruhrgebied, dacht het College samen met partners na over hoe die gebieden er over honderd jaar uit zouden kunnen komen te zien. ‘We wilden een werkwijze ontwikkelen rondom dat langetermijndenken en een beweging van toekomstdenkers op gang brengen. Er waren al veel mensen mee bezig: we waren zeker niet de eersten die hierover nadachten’, zegt de strategisch adviseur.
Het CRa begon met het organiseren van toekomstateliers, geïnspireerd op een ontwerpmanifestatie uit 1987, met de titel Nederland Nu Als Ontwerp. De ontwerpers achter die manifestatie wilden graag een breed publiek gesprek over de toekomst van Nederland. ‘Gebaseerd op dat werk hebben we driedaagse ontwerpateliers georganiseerd waarin we voor specifieke regio’s gingen nadenken over de langetermijnvisie. Bij het eerste toekomstatelier in Zutphen dachten we na over de energiehoofdstructuur. De resultaten van dat atelier zijn als advies meegegeven aan het ministerie van Economische Zaken en vormden weer input voor een programmalijn over energieplanologie.’
Creativiteit de vrije loop
Het mooie van werken met een toekomstatelier is dat de vorm iets vrijer kan zijn.
Op de derde dag van het atelier werd voor bezoekers een afscheidsritueel gepresenteerd: zij mochten op een bandje schrijven welke slechte gewoonte ze achter zich wilden laten. ‘Dat was een mooie manier om in gesprek te gaan over de toekomst. Er zijn tenslotte altijd initiatieven, gewoonten of industrieën die afgebroken moeten worden om ruimte te maken voor nieuwe systemen. Sommige dingen bewust afbreken, daar is eigenlijk te weinig aandacht voor.’ Met de zogenaamde transitiecurve van onderzoeksinstelling Drift wordt die circle of life inzichtelijker gemaakt.
Het CRa paste meer creatieve methoden toe. Naafs vertelt over een excursie die begon op Rotterdam Centraal in het jaar 2093. ‘We moesten vluchten voor het opkomende water van de Nieuwe Maas en kwamen uit in Niet-Rotterdam, een bestaand stukje grond in Limburg. ‘Een ontwerpbureau en een theatermaker namen ons mee in een toekomst waarin we klimaatvluchteling zouden worden. We werden in Niet-Rotterdam ontvangen door de burgemeester en de wethouder. Op de heenweg bespraken we wat we moeten doen als we land moeten opgeven vanwege klimaatverandering, op de terugweg hoe we ons zó zouden kunnen voorbereiden dat het niet gebeurt.’
Elk toekomstatelier had zijn eigen insteek en eindresultaat. In Hoek van Holland (2023) werd nagedacht over hoe langetermijnplannen op het gebied van ecologie of recreatie die qua geld niet zoveel opleveren tóch in een exploitatie terecht zouden kunnen komen. Bij het Miniministerie van de Toekomst (2023) konden bezoekers van de Dutch Design Week actief keuzes maken over het leven in het jaar 2100: wat zou je dan willen eten? Waar ga je naartoe op vakantie? En staat er dan nog een auto voor de deur of niet? ‘Dat leverde mooie gesprekken op, ook tussen generaties onderling.’
Soms is de vraag ook heel concreet: verschillende ministeries waren twee jaar geleden bezig met het herijken van het Klimaatplan. Het CRa heeft samen met Studio Monnik vijf fictieve personages ontwikkeld die aan de vijf transitieopgaven gekoppeld zijn. ‘Die personages maken de ontwikkelingen persoonlijk mee. Het abstracte gesprek over circulaire economie werd zo heel tastbaar gemaakt.’ En tijdens een toekomstatelier in Austerlitz werd weer op die methode voortgebouwd, door met behulp van tekenaars de toekomst letterlijk beeldender te maken.
De belangrijkste conclusies van alle experimenten zijn verwerkt in de handleiding Toekomstdenken. Er staan nu zestien methoden in die als inspiratie kunnen dienen om eens stevig over de toekomst na te denken. Dat is nog moeilijker dan je denkt, zegt Naafs. ‘Het vereist inlevingsvermogen en denkvermogen. Het is belangrijk om daar echt goed de tijd voor te nemen: je zomaar tijdens een workshopje verplaatsen naar het jaar 2100 is best lastig.’
Naafs geeft de aanwezigen aan het einde van de middag nog een gedachteoefening mee. Denk eens aan een familielid van twee of drie generaties terug. Welke grote maatschappelijke veranderingen hebben zij meegemaakt? ‘Dat zorgt voor een stukje besef: zelfs binnen generaties kunnen er best ingrijpende veranderingen zijn. Van sommige mensen waren de opa en oma nog boer: dat illustreert dat in een paar decennia alles ingrijpend kan veranderen. En het daagt meteen uit om te ontdekken welke mogelijkheden we voor de toekomst wenselijk zouden vinden.’