Essay

Jacqueline Moors en Martijn Honselaar.

Verhalende verbinding: een pleidooi voor gemeenschappelijke tussenruimten

Nieuwe Verbindingen | Verdieping

Religieuze gebouwen en ensembles vormen van oudsher prominente plekken in Brabantse kernen – maar steeds meer ervan verliezen hun oorspronkelijke functie. Hoe behouden deze plekken hun bijzondere waarde, ruimtelijk én maatschappelijk?

Deze vraag stond centraal tijdens de regiowerksessie Religieus Erfgoed en Gemeenschapsruimte op 28 augustus 2026 in gemeente Hilvarenbeek (lees het verslag via deze link). De pastorietuin in Diessen was het startpunt voor een gesprek en werksessie over de (toekomst)waarde van niet alleen het gebouwde complex zelf, maar ook over de buitenruimtes en de bredere context. 

CAST vroeg ontwerpers Martijn Honselaar (Ontwerplab) en Jacqueline Moors (Jacqueline Moors ontwerp openbare ruimte) om een verkenning van de opgave in Diessen, als voorbeeld voor vergelijkbare opgaven in de Stedelijke Regio Breda-Tilburg en daarbuiten. Eerder werkten zij aan een onderzoek in gemeente Tilburg.

"In de Brabantse dorpskernen is de rooms-katholieke kerk vaak prominent aanwezig. Met in haar nabijheid een pastorie, één of meerdere scholen, mogelijk een patronaatsgebouw en een klooster. Door de jaren heen is een verzameling van religieuze bouwwerken ontstaan. Opgericht in onderlinge samenhang, als een ensemble. Een ensemble dat echter uiteen zou vallen zonder de ruimte tússen de bouwwerken. Bedoeld voor ontmoeting en dialoog ter versterking van de religieuze gemeenschap hadden het kerkhof en -plein, pastorietuin, schoolplein en kloostertuin een cruciale betekenis voor het ensemble: fysiek en mentaal verbonden zij de vrijstaande religieuze bouwwerken en de parochiale gemeenschap.

Meer en meer religieuze bouwwerken verdwenen of verloren hun oorspronkelijk religieus programma en worden nu bijvoorbeeld gebruikt als zorgcentrum, kantoor, woningen of kunstenaarsateliers. Tussenruimten zijn opgesplitst, omhekt en/of veelal drager van geparkeerde auto's. De parochiale ensembles versnipperen en de tussenruimten zijn verworden tot restruimten.

Wat is, in de huidige tijd, de betekenis van deze (opgesplitste) tussenruimten nu er vele religieuze bouwwerken zijn gesloopt of herbestemd? Kunnen de resterende tussenruimten nog een actieve rol spelen voor de gemeenschap van morgen?

Wij, Martijn Honselaar, architect, en Jacqueline Moors, ontwerper openbare ruimte, hebben onderzoek gedaan naar de religieuze ensembles in de gemeente Tilburg. Onze blik was daarbij, anders dan gebruikelijk in kerkenvisies, niet gericht op de bouwwerken, maar juist op de tussenruimten in het ensemble. Een wijze van kijken die de potentie van deze tussenruimten als verbindende ruimten voor de gemeenschap inzichtelijk maakt. Ons onderzoek is gepubliceerd in het boek Religieus Erfgoed in Tilburg.

Op uitnodiging van het CAST en de gemeente Hilvarenbeek hebben we op vrijdag 28 augustus tijdens de regiowerksessie in Hilvarenbeek onze wijze van kijken toegelicht aan de hand van het religieuze ensemble rondom de Sint-Willibrorduskerk in Diessen. Bij deze casus formuleerde CAST de vraag "Hoe behoud de religieuze gebouwen en het religieus ensemble hun bijzondere waarde, ruimtelijk én maatschappelijk?" Deze vraag heeft niet alleen betrekking op Diessen, maar speelt in vele Brabantse dorpskernen waar een herbezinning op religieus erfgoed gaande is. Dit is de reden dat het vraagstuk onderdeel is van het regionale programma Nieuwe Verbindingen van CAST, BLASt en de Stedelijke Regio Breda-Tilburg. Én de reden dat onze wijze van kijken een antwoord op de vraag kan zijn. In onderstaand essay delen we graag de inzichten uit ons onderzoek in Tilburg en onze kijk op het religieuze ensemble in Diessen.

Gecomponeerde ensembles

Vanaf de eerste helft van de negentiende eeuw groeide Tilburg uitzonderlijk sterk als gevolg van de industrialisatie. Om de ‘zielzorg’ voor de steeds groeiende bevolking te kunnen garanderen, de katholieke inwoners met elkaar te verbinden én losbandigheid te voorkomen, werden parochies gesticht. Omdat bekend was dat in het zuiden van Nederland 80% van de mensen rooms-katholiek was en de ideale parochieomvang 5000 zielen telde, werd in Tilburg bij elke 6000 nieuwe inwoners een nieuwe parochie gesticht. De kern van een parochie bestond veelal uit een kerkgebouw met pastorie, klooster, school en een parochiehuis of patronaatsgebouw. Samen met de aanpalende open ruimten vormden zij een ensemble.

Overzicht religieuze bouwwerken en ensembles 2024 in de gemeente Tilburg
Overzicht religieuze bouwwerken en ensembles 2024 in de gemeente Tilburg

Verbindende tussenruimten

Kerk- en schoolplein, speelplaats en kloostertuin: het zijn allemaal open ruimten in parochiale ensembles. Als buitenruimten tussen - en ingekaderd door de religieuze bouwwerken van het ensemble, spelen ze een belangrijke rol in het dagdagelijkse leven van de gelovige mens. Het waren de buitenruimten die de mensen zich niet alleen fysiek, maar ook mentaal hadden toegeëigend, als ruimten voor sociale interactie. De buitenruimte was een overgangsruimte, een ruimte tussen een geritualiseerd binnen en een meer informeel buiten. Een tussenruimte. Belangrijk was een functionele noodzakelijkheid tot gebruik van deze tussenruimte. Als ruimte met in- en uitgangen van bouwwerken, als opstelplaats van een stoet of processie, als tuin voor de zondagse thee in de zomer of als speelruimte. Het bracht de parochianen in elkaars nabijheid, waardoor ze goed zichtbaar waren voor elkaar en het waarschijnlijker was dat ze elkaar daadwerkelijk zouden ontmoeten. De tussenruimte als ontmoetingsruimte verstevigde zo, op een meer informele wijze, de band tussen de parochianen. Vreemden werden vertrouwde vreemden. Zo bood de tussenruimte letterlijk ruimte aan de ontwikkeling van het ‘gemeenschappelijke’.

De tussenruimte als ontmoetingsruimte verstevigde zo, op een meer informele wijze, de band tussen de parochianen. Vreemden werden vertrouwde vreemden. Zo bood de tussenruimte letterlijk ruimte aan de ontwikkeling van het ‘gemeenschappelijke’.

Bindende gemeenschappen

In gemeenschap en gemeenschappelijkheid zit het woord ‘gemeen’ dat niet alleen verwijst naar iets dat een groep mensen als gemeenschappelijk ervaart, maar ook gerelateerd is aan ‘de meent’, een centrale plek in een dorp. Een gemeenschap heeft, naast gedeelde gemeenschappelijke waarden, ook een herkenbare, toegankelijke plek nodig waar mensen kunnen samenkomen.

In Tilburg en omliggende dorpen zijn dat gedurende langere tijd de parochiale ensembles geweest. Nabijheid van de voorzieningen werd belangrijk gevonden, omdat dit niet alleen de gemeenschapszin ten goede zou komen, maar er bovendien voor zou zorgen dat de parochianen zich geen mobiele levenswijze zouden aanmeten die een bedreiging zou kunnen zijn voor de religieuze praktijk. Kerk, pastorie, klooster, school en patronaat geflankeerd door kerk- en schoolplein, speelplaats en kloostertuin dienden het middelpunt te vormen van waaruit een buurt in sociaal opzicht was af te bakenen als ‘kring’ om te leven, wonen en werken.

Ontbindende ensembles

De parochiale ensembles staan echter onder druk vanwege het wegvallen van de oorspronkelijke religieuze functie van de gebouwen. Dit heeft ook gevolgen voor de bijbehorende tussenruimten. Door sloop en herbestemming van separate bouwwerken en het opknippen van tussenruimten in de parochiale ensembles verandert of verdwijnt de onderlinge samenhang. Privaat geldelijk gewin voert hierbij menigmaal de boventoon zonder rekenschap af te leggen aan de maatschappelijke waarde voor de gemeenschap waarin het parochiale ensemble is ontstaan. Scholen worden verbouwd tot individuele woningen en om de voormalige schoolpleinen komen hekwerken ter bescherming van het private geluk of geparkeerde auto’s. De tussenruimten worden daarmee gereduceerd tot geïsoleerde, monofunctionele anonieme restruimten. Een reductie die ten koste gaat van de onderlinge samenhang in de tussenruimten. Een ingreep die duidelijk maakt wie welkom is en wie niet. Angst voor het onbekende domineert.

Een actieve herijking

Gelukkig voert privaat geldelijk gewin niet altijd de boventoon in de transformatie van parochiale ensembles. Er zijn hoopgevende voorbeelden, maar de gemeenschappelijke waarde is fragiel en aan het verdwijnen. Terwijl de roep om meer saamhorigheid en gemeenschapszin weer sterker klinkt. In onze polariserende samenleving, waarin sociale media individuele belangen maximaliseren, lijken gemeenschappelijke vormen van wonen, werken, recreëren en zorgen voor elkaar van steeds groter belang te worden, getuige de talrijke bewonersinitiatieven, wijkcoöperaties, lokale fondsen, wijkbedrijven, energiecoöperaties en zorgzame dorpen. Het zijn allemaal (niet-religieuze) gemeenschappen waarin burgers zich (tijdelijk) verenigen om gezamenlijk maatschappelijke doelen én een plek hiervoor te realiseren.

Welke actieve rol kunnen de parochiale ensembles in hun nieuwe hoedanigheid hierin spelen? Kunnen zij de van oudsher inherent aanwezige gedwongen homogene gemeenschappelijkheid herijken voor de vorming van nieuwe (tijdelijke) gemeenschappen of het versterken van bestaande, ‘lichte’ en meer heterogene gemeenschappen?

Overzicht ensembles in de gemeente Tilburg
Overzicht ensembles in de gemeente Tilburg

En opnieuw: verbindende tussenruimten

Omdat de invulling van verschillende bouwwerken in een huidig ensemble ongelijksoortiger is dan binnen de religieuze ensembles destijds, ligt de sleutel tot het vormen van de gemeenschap niet in de bouwwerken, maar juist in de tussenruimte. Daar waar de verschillende bewoners en bezoekers elkaar ontmoeten. Daar waar vreemden vertrouwde vreemden worden. Daar waar ‘lichte’ en tijdelijke gemeenschappen kunnen ontstaan geënt op gedeelde waarden en ambities. Juist de bestaande tussenruimten in religieuze ensembles kunnen hierin een actieve rol spelen. Met haar functionele noodzakelijkheid om bijvoorbeeld woningen te ontsluiten wordt de robuustheid van de tussenruimte als sociale ruimte versterkt. Deze tussenruimte kan fungeren als zachte overgang tussen openbare ruimte en privédomein, als uitwisselingsgebied zonder hekwerken. De tussenruimte is niet het exclusieve domein van één doelgroep maar overgangsgebied tussen publieke en private ruimte. De voormalige religieuze ensembles zijn als het ware een poreuze structuur. Met tussenruimten als poriën die mensen zich hebben toegeëigend, als ontmoetingsruimte voor sociale interactie, inspelend op een meer hedendaagse gemeenschap, ‘lichter’, kortstondiger en meer hybride.

Daar ligt wat ons betreft de toekomstwaarde van de parochiale ensembles: in een herijking die start vanuit de tussenruimte.

Daar ligt wat ons betreft de toekomstwaarde van de parochiale ensembles: in een herijking die start vanuit de tussenruimte. De waarde van de ensembles voor de toekomst ligt niet in de separate ontwikkelingen van afzonderlijke bouwwerken, maar juist in een integrale benadering die de herijking van de tussenruimte kan bieden. Het is juist de tussenruimte die kan verbinden. In de tussenruimte kunnen mensen met uiteenlopende sociale achtergronden en levensstijlen elkaar ontmoeten, kunnen ze elkaar leren kennen en kunnen ze vertrouwd worden voor elkaar. Dagelijkse persoonlijke interacties met mensen die anders zijn en het op die manier makkelijker maken om te zien wat we gemeen hebben in plaats van wat ons van elkaar onderscheidt. Tussenruimten waar je leert omgaan met de weerbarstige rommelige realiteit van alledag, waar je leert hoe je te verhouden tot ongemakkelijke situaties en waar ruimte is voor een spontaan gesprek. Ruimte voor een permanent oefenen in waarachtig en moreel handelen vanuit respect en vertrouwen. Door uit te wisselen, te geven en te ontvangen, door terug te geven en weer door te geven. Een continu proces dat voortdurend inzet, aandacht en tijd vergt.

Lezen en beschrijven: het religieus ensemble van Diessen

Ons onderzoek naar het religieuze ensemble rondom de Sint-Willibrorduskerk in Diessen begon bij de pastorie met een bezoek aan de monumentale, zorgvuldig aangelegde en onderhouden tuin. Een oude bakstenen muur en een meer recente houten schutting onttrekken de tuin aan het zicht van omwonenden en passanten. De tuin is als een hortus conclusus temidden van het dorpse weefsel van Diessen. Slechts toegankelijk voor de pastoor en sporadisch voor bezoekers en leden van de kerkgemeente die hij in de pastorie ontvangt. Een collectieve ruimte voor een specifieke gemeenschap.

Hoewel de pastorie nu fysiek afgezonderd is, behoort zij tot de nabijgelegen Sint-Willibrorduskerk en is zij tot op de dag van vandaag met de kerk verbonden door een pastoorspaadje dat de pastoor via de pastorietuin tot in het gemeenschappelijke hof rond de kerk brengt. In vroeger jaren werd een patronaatsgebouw met kiosk aan het einde van de destijds levendige Kerkstraat toegevoegd aan de kerk met kerkhof en pastorie met tuin en pastoorspaadje. Een parochiaal ensemble was geboren.

Naast dit parochiaal ensemble werd in het begin van de twintigste eeuw tussen kerk en pastorietuin het Theresiagesticht gebouwd, een imposant klooster van de Zusters van Liefde. Een kloosterboerderij en twee scholen aan de Molenstraat volgden. Achter de scholen, de boerderij en het klooster lag de kloostertuin en de bij het klooster horende landbouwgronden. Aan de zuid- en oostzijde werden deze gronden omzoomd door het kerkpaadje dat de parochianen uit Baarschot toegang gaf tot de kerk. Zo was een groot aaneengesloten religieus ensemble rond kerk en klooster ontstaan dat tot het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw de fysieke aanblik van Diessen vanuit het zuidwesten domineerde en de gemeenschap van Diessen via klooster en parochie vormgaf.

Het parochiale ensemble van Diessen op kadastrale kaart van 1980
Het parochiale ensemble van Diessen op kadastrale kaart van 1980

Wat verdween en wat is gebleven

Het religieuze ensemble hield in tijden van secularisatie echter geen stand in haar oorspronkelijke vorm. Vanaf het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw werd het patronaatsgebouw een fietsenwinkel en kreeg het pastoorspaadje aan weerszijden bebouwing: een zorgcentrum met daarboven appartementen en een appartementsgebouwtje dat samen met een wooncomplex voor jongeren met een beperking het bestaande klooster van de Zusters van Liefde verving.

Met het klooster verdween ook één van de bij het klooster horende scholen aan de Molenstraat. Dit werd een parkeerplaats voor een nieuwe tijdelijke gemeenschap, die van ouders nieuwsgierig wachtend op hun kinderen bij het uitgaan van de school. De kloosterboerderij werd een private woning met tuin. En in de kloostertuin en op de aanpalende landbouwgronden van de Zuster van Liefde verscheen een nieuwe buurt met woningen, straten en een speelveld waar een wegkwijnende fruitboom en een aantal heiligenbeelden herinneren aan de religieuze geschiedenis.

Het is fascinerend om te zien wat er is gebleven en hoe de onderlinge samenhang is geworden. De Sint-Willibrorduskerk heeft nog steeds een middelpuntvliedende aantrekkingskracht in de dorpskern van Diessen en met de Torenlaan een heuse oprijlaan gekregen. De levendigheid van de Kerkstraat is weliswaar afgenomen, toch zorgt café Kerkzicht nog altijd voor voldoende reuring. Het verbindende pastoorspaadje kreeg andere fysieke begrenzingen maar is nog altijd de route die de pastoor neemt van pastorie naar kerk en omgekeerd. Pastorie en tuin lijken zich te hebben onttrokken aan alle veranderingen die er de laatste jaren in de dorpskern hebben plaatsgevonden en liggen er fier bij. De overgebleven school van de Zusters van Liefde is een Kindcentrum geworden waarbij het schoolplein een deel van de voormalige kloostertuin gebruikt. En ook de hoge beukenhagen van het kerkpaadje zijn gebleven en maken de buitencontour van de kloostertuin nog voelbaar.

Kerk met hof rondom, pastorie met tuin, Kerkstraat met café en school met kloostertuin/schoolplein vormen de, in meer of minder mate, herkenbare resterende entiteiten uit een eens groots religieus ensemble.

Kerk met hof rondom, pastorie met tuin, Kerkstraat met café en school met kloostertuin/schoolplein kortom vormen de, in meer of minder mate, herkenbare resterende entiteiten uit een eens groots religieus ensemble. Resterende entiteiten die tot een geheel verbonden zijn via het pastoors- en kerkpaadje. Wat ook is gebleven is de ruimte voor ontmoeting, voor sociale interactie, nu inspelend op een meer hedendaagse gemeenschap, 'lichter', kortstondiger en hybride.

De potentie van de tussenruimten in de dorpskern van Diessen in kaart gebracht
De potentie van de tussenruimten in de dorpskern van Diessen in kaart gebracht

Herijken en opnieuw verbinden

Aangrenzend aan deze resterende entiteiten zijn twee nieuwe entiteiten ontstaan: de Gildeweide en sport- en partycentrum Hercules. De eerste outdoor, de tweede indoor. De eerste een groene grasweide met een kiosk. De tweede belijnt en voorzien van tafels en bar. Beide bieden ruimte aan hedendaagse gemeenschappen en zijn daarmee in lijn met de resterende voormalige religieuze entiteiten. Het is volgens ons mogelijk om ze met elkaar te verbinden en zo de latent aanwezige kwaliteiten van de afzonderlijke entiteiten te borgen én de historische entiteiten op een eigentijdse wijze te kunnen laten voortbestaan. Het is vooral een kans om de ruimte tussen de bouwwerken in te zetten voor het vormen van gemeenschappen waar vreemden tot vertrouwde vreemden of zelfs tot vrienden kunnen worden.

Essentieel hiervoor is dat de verschillende entiteiten herkenbaar zijn om als ontmoetingsruimte te kunnen fungeren. Zo is de pastorie met tuin door haar inrichting en gesloten omheining goed herkenbaar, een kwaliteit om zorgvuldig mee om te gaan. De kerk met het hof rondom heeft een duidelijk identiteit voor samenkomst van de kerkgangers bij de diverse gelegenheden. De met bomen omzoomde Gildeweide is duidelijk herkenbaar in haar eenduidige openheid. Met de kiosk biedt ze ruimte aan dorpsfeesten en andere bijeenkomsten. De Kerkstraat heeft met haar openbaarheid en levendigheid het karakter van een dorpskern met woningen, winkels en cafés, waarbij een inzet op programmatische diversiteit in de toekomst essentieel blijft. Het sport- en partycentrum Hercules daarentegen is enkel naar binnen gericht, waardoor de parkeerplaats als een restruimte verweesd achter is gebleven. Tot slot zijn de randen van de voormalige kloostertuin te verschillend zodat een omsloten herkenbaarheid ontbreekt. Hier liggen dan ook aandachtpunten.

Het is essentieel dat de verschillende entiteiten van een ensemble herkenbaar zijn om als ontmoetingsruimte te kunnen fungeren en om verbindingen tussen deze entiteiten te maken.

Het is bovendien essentieel om verbindingen tussen de verschillende entiteiten te maken. Zoals het pastoors- en kerkpaadje van oudsher verbindingen legden, zo zouden de huidige tussenruimten een verbindende rol kunnen krijgen in de toekomstvisie voor het verlevendigen van de dorpskern van Diessen. Ze kunnen functioneren als een netwerk van bestaande en nieuwe trage verbindingen en bieden zo een alternatief voor de doorgaande autoverbinding over de Heuvelstraat en Molenstraat. Op die manier kunnen ze de dorpskern als centrale, herkenbare en toegankelijke plek in Diessen bevestigen als een plek waar mensen kunnen samenkomen. Zo kan niet alleen de ruimte voor ontmoeting worden vergroot, maar tevens de religieuze overblijfselen van een gemeenschappelijk leven op vertrouwde plekken op een eigentijdse manier veilig worden gesteld voor de toekomst. Deze toekomst volgt niet a priori uit plannen voor het verwijderen of herprogrammeren van bestaande gebouwen of door het oprichten van nieuwe gebouwen. Deze toekomst kan juist ontstaan door de blik te richten op de waarde van de tussenruimten voor de gemeenschap als drager van het alledaagse leven met haar eigen sociale dynamiek."

Foto’s en kaartmateriaal van de hand van Jacqueline Moors en Martijn Honselaar.

Dit essay is onderdeel van Nieuwe Verbindingen, de regionale programmalijn waarin CAST samen met BLASt en de Stedelijke Regio Breda Tilburg (SRBT) werkt aan de duurzame ontwikkeling van de regio via actuele opgaven die de gemeentegrenzen overstijgen. Het programma wordt mede mogelijk gemaakt door Stimuleringsfonds Creatieve Industrie en alle partners van het samenwerkingsverband SRBT (19 gemeenten, 4 waterschappen en Provincie Noord-Brabant).