Het team besloot het natuurlijke perspectief verder uit te werken. ‘We hebben er een oude kaart bij gepakt. Toen zagen we dat het gebied vroeger uit een veelheid aan landschappen bestond’, legt Hagg-Kleingeld uit. ‘Bossen, zandgronden, kleine verkavelingen in allerlei richtingen, water. Als je de natuur als basis neemt, dan komt er in dit gebied wat ons betreft een moeraszone terug, breiden we het oerbos verder uit en versterken we de Groote en Kleine Leij in het gebied’, zegt ze.
Dat biedt ook kansen voor inwoners, die over prachtige fietspaden langs een gevarieerd landschap kunnen fietsen. Maar zij kunnen ook mede-eigenaar worden in het gebied, door het organiseren van evenementen voor de gemeenschap, zoals een jaarlijks maisdoolhof, of door als imker zorg te dragen voor de bijen in het gebied. Voor landschappelijke ondernemers vraagt het aanpassing, maar voor klimaatadaptieve boeren of boeren die de maakindustrie versterken is er alle ruimte in het nieuwe Rijensbroek. ‘Er zijn nu al kleine ingrepen die gedaan kunnen worden’, zegt Kooter. ‘De groenstructuren langs bestaande akkers kunnen al met bloemen worden ingezaaid, bestaande beken kunnen al worden versterkt. Nieuwe woningbouw aan de rand van het dorp moet zich naar het gebied toekeren, en door biobased te bouwen met lokaal verbouwde materialen kan er extra verbinding met het gebied ontstaan.’
Het ontwerpteam ziet kansen in een nieuw patchwork, waarin doorlopende natuurgebieden kunnen worden gerealiseerd en waar nieuwe vormen van boeren kunnen landen. Dat kan bijvoorbeeld door stukken grond in een grondbank te stoppen of door een gebiedscoöperatie op te zetten. Idealiter denkt iedereen nu al na over het financieringsmodel: niet alleen ondernemers en gemeente moeten om de tafel zitten, maar ook het Rijk, het waterschap, de provincie en verzekeringsmaatschappijen. ‘Misschien kun je in de toekomst wel bepaalde claims voorkomen omdat het gebied klimaatpositief is ingericht’, zegt Kooter.