Drie ontwerpschetsen
Na de inspiratiesessies gaan de professionals met elkaar aan de slag. Op drie tafels tekenen ze welke ingrepen ze bij het stationsgebied Gilze-Rijen vinden passen en na ruim een uur puzzelen worden de bevindingen gepresenteerd. Uiteraard niet als ‘af’ plan, maar als ideeën of denkrichtingen om verder te verkennen. Het eerste team vindt dat verschillende stations op een lijn complementair aan elkaar moeten zijn. ‘Oisterwijk is iets anders dan Etten-Leur, en beiden zijn weer anders dan Gilze-Rijen’, licht het team toe.
Nieuwe harten
Het team heeft een visie bedacht waarbij de noordkant van het station wordt ontwikkeld tot maatschappelijk hart, met gemeentehuis, bibliotheek en politiekantoor, en de zuidkant tot het economisch kloppend hart van het dorp. Als aan weerszijden van het spoor hoogteaccenten worden aangebracht, in de vorm van appartementencomplexen of kantoren van acht lagen hoog, brengt dat volgens het team een stukje extra stedelijkheid en beleving met zich mee. ‘Daar kun je dan met de trein mooi tussendoor rijden. En je ziet ook iets als je richting het station loopt.’
Er ontstaat dan als het ware een nieuwe noord-zuidas waar het station in wordt opgenomen. Bedrijventerrein De Haansberg kan transformeren als een verbinding tussen het station en de campus van Gate 2 vlakbij het terrein van het militair vliegveld, met een goed geprogrammeerde openbare ruimte. Wellicht moet het defensieterrein de ingang dan ook gaan verleggen, meer naar het oosten. De transformatie richt zich dus vooral op de zuidkant van het station, maar het noorden mag niet vergeten worden, en beiden zijden moeten een eigen profiel krijgen.
Doorwaadbare droom
Het tweede team constateert dat Rijen door veel passanten ‘toevallig’ wordt ontdekt. Mensen die vanuit Oosterhout naar het zuiden rijden of vanuit Tilburg naar het oosten rijden, komen er ineens langs: dat illustreert dat Rijen een icoon mist. Daarnaast zien ze dat het landschap rondom het dorp veel beperkingen kent: het vliegveld ligt er als een brok middenin en er zijn een aantal oostwestverbindingen die moeilijk doorwaadbaar zijn.
Sommige van die barrières mogen dus verzacht worden. Nu speelt het sociale leven van het dorp zich vooral in de dorpskern af, maar als er een wens is om voor meer dynamiek rond het station te zorgen, moet verschillende bezoekersstromen zich ook vanzelfsprekender richting het station kunnen bewegen. ‘Dat biedt ook kansen voor verblijfskwaliteit rondom het station: dat wordt door heel veel mensen nu natuurlijk gewoon gemist.’
De harde barrières van het vliegveld en de N-weg zijn ook onmisbaar. ‘Ze zijn eigenlijk een soort tegenpool van het station, als voedingsader’, signaleert het team. ‘De N-weg is cruciaal voor het laten functioneren van het economisch hart. Gebruik die dus ook’, is hun advies. En kijk meteen of er een tweede tunnel onder het spoor door kan komen, om de dynamiek tussen beide kanten van het spoor meer te stimuleren. Een groene loper, naast het fietspad dat over het bedrijventerrein gaat lopen, is geen overbodige luxe. De drempel om naar een evenement aan de andere kant van het spoor te gaan moet zo klein mogelijk worden.
Circulaire hoofdstad
Het laatste team heeft weer een andere visie: ook zij pleiten voor een betere verbinding tussen noord en zuid door middel van een stationspasserelle. Aan de noord- en zuidkant kunnen dan groene, autovrije buffers komen. Door de verbinding kunnen wonen in het noorden en werken in het zuiden beter op elkaar aansluiten.
Bedrijventerrein De Haansberg zou dan een focus kunnen krijgen op circulariteit: bouwbedrijven en het militair vliegveld zijn daar al bewust mee bezig. Gilze-Rijen zou zich bij wijze van spreken zomaar tot circulaire hoofdstad van Brabant kunnen uitroepen. Daar hoort een kenniscampus met onderwijs en woningen bij, tegen het spoor aan, met bijvoorbeeld een filiaal van de Koninklijke Militaire Academie erbij. Aan de noordkant is er door de verdichting misschien plek voor een middelbare school.
De Middenbrabantbreuk hoeft niet meer onderdrukt te worden door asfalt en bebouwing, maar krijgt vrij spel in een eigen park, zodat het water niet voortdurend omhoog wordt gestuwd. ‘Zo’n park kan ook een bepaalde herkenbaarheid aan Rijen geven. Het dorp heeft tenslotte niet echt een entree. Het maakt de campus ook alzijdig: je komt niet alleen maar via de achterdeur binnen, zogezegd.’