Verslag

Dorpsstations als hefbomen

Verslag REGIOsessie Rijen

Dorpsstations als hefbomen: ‘Intensievere plekken om samen te wonen, werken en meer’

In dit verslag lees je: 

1. Waarom dorpsstations goede plekken zijn om te verdichten

2. Hoe er momenteel over stationsgebieden in de Stedelijke Regio Breda-Tilburg wordt nagedacht

3. Welke functies, waar we nu nog onvoldoende bij stilstaan, er aan stationsgebieden kunnen worden toegevoegd

4. Wat professionals zich voorstellen bij de toekomstige inrichting van stationsgebied Gilze-Rijen.

    Op centrumlocaties in de grotere steden als Tilburg en Breda heeft het stationsgebied het afgelopen decennium al een flinke upgrade gekregen. Op braakliggende terreinen zijn woningen, kantoren, verblijfsfuncties en voorzieningen bijgebouwd, in de voormalige Tilburgse locomotiefwerkplaats is een bibliotheek gekomen, op loopafstand van het Bredase station verrees een aantal jaar geleden een gloednieuw rechtbankgebouw. Het is bewust beleid om rondom stationslocaties te verdichten en tegelijkertijd voor aantrekkelijke leefomgevingen te zorgen.

    Ook in Brabantse dorpen wordt nu gekeken naar manieren om de stationsgebieden beter te benutten. Tijdens een Regiowerksessie van de Stedelijke Regio Breda-Tilburg (SRBT) en architectuurcentra CAST en BLASt werden daarbij alle kaarten op tafel gegooid. In cultureel centrum De Boodschap in Gilze-Rijen werd de reizende expositie van Nieuwe Verbindingen getoond, waar voor deze locatie het onderwerp “stationsgebieden benutten” aan is toegevoegd. In deze gemeente gingen professionals en experts met elkaar op een ontwerpende manier aan de slag om de kansen voor het Rijense stationsgebied te schetsen.

    ’Strategisch stedenbouwkundige Peter van Schie van de SRBT: ‘Op plekken met een station kunnen we best pleiten voor intensievere plekken om samen te wonen. Verdichting op die plekken faciliteert groei én stimuleert OV-gebruik. ’ Het sluit bovendien aan op het idee van de 15-minutenstad: binnen een kwartier lopen of fietsen alle benodigde verschillende voorzieningen in de omgeving kunnen bereiken. Dat zijn niet alleen voorzieningen in het gebouwde gebied: ‘Dat je binnen een kwartier in het landschap kunt zitten is een kwaliteit waar we zuinig op moeten zijn’, zegt zijn collega Marco Visser.

    "Dat je binnen een kwartier in het landschap kunt zitten is een kwaliteit waar we zuinig op moeten zijn."

    Marco Visser, stedenbouwkundige gemeente Tilburg / ontwerpteam SRBT

    Juist op plekken zoals station Gilze-Rijen moet een deel van de verstedelijkingsopgave van de regio landen. Senior strateeg bij de ABG Gemeenten Jan Janse legt uit dat het station binnenkort sowieso een modernisatieslag gaat maken. ‘Dat heeft ermee te maken dat we precies tussen de stations van Tilburg en Breda in zitten, dat we een groot vliegveld vlakbij hebben en heel wat bedrijvigheid. We zitten nu op een soort kantelpunt: hoe gaan we verder met de ontwikkeling van dit spoorzone-gebied?’ Dat is exact de vraag waar ook andere gemeenten (Etten-Leur, Oisterwijk, Moerdijk) zich op dit moment over buigen.

    In Rijen zijn de vervoersbewegingen de afgelopen jaren teruggelopen: van 5000 per dag naar zo’n 2400 per dag. Janse is ervan overtuigd dat het stationsgebied een flinke impuls kan krijgen en dat Rijen ook weer een bestemming kan worden. Het station ligt aan het oude dorpslint, vlakbij het groen, met het militair vliegveld op loopafstand en het verouderde bedrijventerrein De Haansberg tegen het spoor aan. ‘We moeten voor groene uitloopgebieden rondom de dorpskern zorgen, aan de vergroeningsopgave in stedlijk gebied doen, voor wateropvang zorgen en naar een stedelijk milieu transformeren: dat zijn nogal wat opgaven die op zo’n plek bij elkaar komen.’

    Onduidelijke profielen

    Die stapeling van functies en opgaven herkennen professionals die op andere plekken in Brabant werken ook. Zo is er voor station Zevenbergen een integrale gebiedsvisie vastgesteld, door alle partijen in de buurt gedragen. ‘We hebben als gemeente grond aangekocht’, zegt projectmanager Thijs Gilde. ‘Het hoofddoel is om rondom het station woningbouw te realiseren. We werken water- en bodemgestuurd, omdat we op een hele lage plek bouwen. We hebben ook een opgave voor een regionale waterberging van een paar hectare.’

    Naast het station wordt een langzaamverkeersverbinding gerealiseerd en het station wordt tweezijdig georiënteerd, legt Gilde uit. Richting het station komen met name appartementen en verder van het station af komen grondgebonden woningen. ‘Heel dicht op het station hanteren we een iets lagere parkeernorm. We zien het stationsgebied als een brede functie: dus niet alleen ruimte voor de trein, maar ook voor HOV-lijnen en deelmobiliteit. Een goede verbinding met de omgeving en andere steden is heel belangrijk.’

    In andere gemeenten zijn ze nog niet zo ver. In sommige gemeenten is er nog onvoldoende bestuurlijke aandacht om de stationslocatie te ontwikkelen, of onvoldoende aandacht voor een goede mix aan programma.

    Strateeg leefomgeving Anne Kunst bij Gemeente Oisterwijk onderstreept het belang van een goed programma, passend bij het profiel van het stationsgebied: ‘Ons KVL-terrein, vlakbij het station, is een hartstikke mooi woongebied worden. Het is ook onze doelstelling om het bedrijventerrein in de buurt deels naar wonen te transformeren. Tegelijkertijd vragen we ons af of de supermarkt per se op de plek moet waar die nu zit.’

    "Met alleen wonen krijg je nooit de dynamiek die je zoekt. Je hebt ook bedrijvigheid en verblijfsfuncties nodig."

    Het is volgens de aanwezigen belangrijk om de stations zoveel mogelijk tweezijdig te oriënteren: aan beide kanten een ingang en een programma. Stations moeten niet alleen een plek zijn waar mensen aankomen, maar ook waar de lokale economie zich verder kan ontwikkelen. ‘Het is prima om woningen te programmeren, maar zie die niet als een eindoplossing. Met alleen wonen krijg je nooit de dynamiek die je zoekt. Je hebt ook bedrijvigheid en verblijfsfuncties nodig.’

    Meer dan vertrekken

    Dat is ook de overtuiging van Ruben Senden, adviseur bij ontwerpbureau Kragten. Hij studeerde af op verdichting bij stationsgebieden. ‘We dichten vaak twee overduidelijke functies toe aan stations: die van mobiliteitsknoop en die van overstapfunctie naar ander vervoer. Maar er zijn er veel meer’, beargumenteert Senden.

    Een station is namelijk ook een stadsentree. Het is een verblijfsgebied. Het is een locatie waar groene en blauwe waarden geborgd kunnen worden. Het station kan met woonfuncties worden gecombineerd, of met commerciële ruimtes. Stationsgebieden kunnen zelfs ruimte bieden aan evenementen of als knooppunt tussen wijken fungeren. ‘De mobiliteitsfuncties zijn goed te verweven met veel meer andere stedelijke functies’, denkt Senden. ‘Daarbij kunnen we al redeneren vanuit de al bestaande identiteit van een plek, niet alleen vanuit de functies die we zouden kunnen toevoegen.’

    Architect Franz Ziegler van Ziegler | Brandenhorst werkte aan meerdere stations en stationsgebieden. Zijn belangrijkste advies voor de stationsgebieden waar we het vandaag over hebben: maak gebruik van het landschap rondom een station. ‘Station Driebergen-Zeist is zo’n station wat midden in een landschap ligt. Als je uitstapt en de trap neemt, kom je onder bij een overkapping uit. Je ziet geen auto’s, alleen het fantastische landschap wat er heel breed onderdoor gaat.’ De parkeervraag is opgelost in een P+R-garage in de buurt.

    Op andere stationslocaties is meer gekozen voor het doortrekken van beekdalen, het aansluiten van stations op bestaande parken in de buurt of het planten van goede bomen langs aanrijroutes. En natuurlijk mag de andere infrastructuur niet vergeten worden: tunnels, fietstunnels en bruggen. ‘Dat zorgt ervoor dat je soms je stationsplein heel goed aan de stad kunt vastmaken. Je moet wel zorgen dat je de tunnelmonding goed oplost als je in hogere dichtheden gaat werken: dat zijn toch verzamelbakken voor lawaai en verkeer.’

    Foto's: Joris Buijs

    Drie ontwerpschetsen

    Na de inspiratiesessies gaan de professionals met elkaar aan de slag. Op drie tafels tekenen ze welke ingrepen ze bij het stationsgebied Gilze-Rijen vinden passen en na ruim een uur puzzelen worden de bevindingen gepresenteerd. Uiteraard niet als ‘af’ plan, maar als ideeën of denkrichtingen om verder te verkennen. Het eerste team vindt dat verschillende stations op een lijn complementair aan elkaar moeten zijn. ‘Oisterwijk is iets anders dan Etten-Leur, en beiden zijn weer anders dan Gilze-Rijen’, licht het team toe.

    Nieuwe harten

    Het team heeft een visie bedacht waarbij de noordkant van het station wordt ontwikkeld tot maatschappelijk hart, met gemeentehuis, bibliotheek en politiekantoor, en de zuidkant tot het economisch kloppend hart van het dorp. Als aan weerszijden van het spoor hoogteaccenten worden aangebracht, in de vorm van appartementencomplexen of kantoren van acht lagen hoog, brengt dat volgens het team een stukje extra stedelijkheid en beleving met zich mee. ‘Daar kun je dan met de trein mooi tussendoor rijden. En je ziet ook iets als je richting het station loopt.’

    Er ontstaat dan als het ware een nieuwe noord-zuidas waar het station in wordt opgenomen. Bedrijventerrein De Haansberg kan transformeren als een verbinding tussen het station en de campus van Gate 2 vlakbij het terrein van het militair vliegveld, met een goed geprogrammeerde openbare ruimte. Wellicht moet het defensieterrein de ingang dan ook gaan verleggen, meer naar het oosten. De transformatie richt zich dus vooral op de zuidkant van het station, maar het noorden mag niet vergeten worden, en beiden zijden moeten een eigen profiel krijgen.

    Doorwaadbare droom

    Het tweede team constateert dat Rijen door veel passanten ‘toevallig’ wordt ontdekt. Mensen die vanuit Oosterhout naar het zuiden rijden of vanuit Tilburg naar het oosten rijden, komen er ineens langs: dat illustreert dat Rijen een icoon mist. Daarnaast zien ze dat het landschap rondom het dorp veel beperkingen kent: het vliegveld ligt er als een brok middenin en er zijn een aantal oostwestverbindingen die moeilijk doorwaadbaar zijn.

    Sommige van die barrières mogen dus verzacht worden. Nu speelt het sociale leven van het dorp zich vooral in de dorpskern af, maar als er een wens is om voor meer dynamiek rond het station te zorgen, moet verschillende bezoekersstromen zich ook vanzelfsprekender richting het station kunnen bewegen. ‘Dat biedt ook kansen voor verblijfskwaliteit rondom het station: dat wordt door heel veel mensen nu natuurlijk gewoon gemist.’

    De harde barrières van het vliegveld en de N-weg zijn ook onmisbaar. ‘Ze zijn eigenlijk een soort tegenpool van het station, als voedingsader’, signaleert het team. ‘De N-weg is cruciaal voor het laten functioneren van het economisch hart. Gebruik die dus ook’, is hun advies. En kijk meteen of er een tweede tunnel onder het spoor door kan komen, om de dynamiek tussen beide kanten van het spoor meer te stimuleren. Een groene loper, naast het fietspad dat over het bedrijventerrein gaat lopen, is geen overbodige luxe. De drempel om naar een evenement aan de andere kant van het spoor te gaan moet zo klein mogelijk worden.

    Circulaire hoofdstad

    Het laatste team heeft weer een andere visie: ook zij pleiten voor een betere verbinding tussen noord en zuid door middel van een stationspasserelle. Aan de noord- en zuidkant kunnen dan groene, autovrije buffers komen. Door de verbinding kunnen wonen in het noorden en werken in het zuiden beter op elkaar aansluiten.

    Bedrijventerrein De Haansberg zou dan een focus kunnen krijgen op circulariteit: bouwbedrijven en het militair vliegveld zijn daar al bewust mee bezig. Gilze-Rijen zou zich bij wijze van spreken zomaar tot circulaire hoofdstad van Brabant kunnen uitroepen. Daar hoort een kenniscampus met onderwijs en woningen bij, tegen het spoor aan, met bijvoorbeeld een filiaal van de Koninklijke Militaire Academie erbij. Aan de noordkant is er door de verdichting misschien plek voor een middelbare school.

    De Middenbrabantbreuk hoeft niet meer onderdrukt te worden door asfalt en bebouwing, maar krijgt vrij spel in een eigen park, zodat het water niet voortdurend omhoog wordt gestuwd. ‘Zo’n park kan ook een bepaalde herkenbaarheid aan Rijen geven. Het dorp heeft tenslotte niet echt een entree. Het maakt de campus ook alzijdig: je komt niet alleen maar via de achterdeur binnen, zogezegd.’


    "Wij hebben de regio nodig om ons met onze opgaven te helpen"

    Corné Machielsen, wethouder gemeente Gilze en Rijen

    Samen aanpakken

    Hoe kijkt verantwoordelijk wethouder Corné Machielsen naar de brainstorms en ontwerpschetsen? ‘Ik vind het fantastisch dat zo’n grote groep mensen hier met ons over wil nadenken. Wij hebben de regio nodig om ons met onze opgaven te helpen: daar moeten we gewoon realistisch in zijn. Ik weet zeker dat als we deze drie ideeën samenpakken, dat we daar echt iets moois uit kunnen krijgen. We moeten niet te klein denken.’ Wellicht wordt Rijen dan ooit het dorp waar inwoners zich écht aan gaan hechten, is zijn verwachting.