Heggen en schuttingen
Tijdelijke woonprojecten worden op hele verschillende manieren vormgegeven, ziet Van Duppen. Ze maakte beelden van studentencomplex The Garden in Tilburg, buurtschap Te Veld in Eindhoven en een project aan de rand van het dorp Vessem. ‘Voor de studenten die ik in Tilburg sprak, was het sowieso een tijdelijke situatie. Zij hadden in eerste instantie bijna geen op- of aanmerkingen aan hun woning, maar als ze moesten omschrijven waar ze woonden, hadden ze het wel over ‘die containers’.’ Veel studenten voegden ook weinig eigens toe aan hun al gemeubileerde woningen, vertelt ze. De lichtsnoer die ze zelf boven hun bed hebben gehangen, wordt dan ineens een stukje van hun identiteit.
De flexwoning lijkt vooral simpel en doeltreffend te moeten zijn. De acht flexwoningen die aan de rand van Vessem verrezen, werden op aandringen van omwonenden met een heg afgescheiden van de rest van het dorp. ‘Daardoor creëer je afscheiding en is er niet echt integratie tussen de twee woonplekken. De flexwoningen krijgen daardoor nog meer het stempel ‘tijdelijk’. Ik zou het interessant vinden als tijdelijke woningen veel beter in een stad of dorp geïntegreerd worden, en niet zomaar aan de rand worden neergezet met een heg ertussen.’
De gesprekken die Van Duppen voerde, verwerkte ze in een video-installatie met twee schermen. Tien stemacteurs spelen personages die iets met het flexwonen te maken hebben. ‘In de installatie zie je overeenkomsten, maar ook veel contrasten. Flexwonen kan als ‘onzeker’, maar ook als ‘vrijheid’ worden ervaren. De buitenruimte is vaak ingericht voor gezamenlijk gebruik, maar een klein deel is voor privégebruik. Bewoners vertelden dat ze toch wel graag een schutting wilden hebben, tegelijkertijd waren ze blij dat je iedereen in de buurt kon aanspreken.’ Het flexwonen verandert je kijk op de omgeving in elk geval drastisch, wil de videokunstenaar maar aangeven.
Een jarenlang ontwerpfeest
Herkent projectarchitect Michael den Otter iets in het verhaal van Van Duppen? ‘De gemengde gevoelens die Mirthes korte film in beeld brengt, spelen natuurlijk ook bij azc’s. Het azc kan een belangrijk onderdeel van iemands leven zijn en tegelijkertijd wordt er ook door veel mensen op neergekeken.’ Bij bureau OMA werkte hij aan een inzending voor een prijsvraag van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA), die opriep om op een duurzame en circulaire manier alle nieuwe gebouwen die het COA in de toekomst nodig zou hebben, te ontwerpen. Die prijsvraag werd door OMA gewonnen met een ontwerp voor de utiliteitsgebouwen zoals een school, kantoor en magazijn.
Er waren drie kenmerken waar ontwerpen aan moesten voldoen: prijs, duurzaamheid en kwaliteit. ‘Wij hebben vol ingezet op duurzaamheid en kwaliteit en wilden daar niet op inboeten door kostenefficiënter te gaan werken. We ontwierpen een biobased systeem dat helemaal modulair en flexibel is.’ Het systeem heeft zijn oorsprong in een eerdere prijsvraag voor scholenbouw in Amsterdam en OMA kon dat systeem gebruiken om op voort te borduren. ‘Dat vereiste wel erg veel afstemming met andere ingenieurs. Het was eigenlijk jarenlang feest’, lacht Den Otter.
Dat de ontwerpen modulair zijn, betekent dat praktisch alles hergebruikt moet kunnen worden. Zelfs de fundering, legt de architect uit. ‘De gebouwen zijn heel licht en hebben dus veel minder fundering nodig. Op zandgronden hebben we op poeren een hele lichte fundering kunnen zetten. Op veengronden zorgen we ervoor dat de gebouwen op een hele dunne plaat van tonnen drijven.’ Ook de gevels en het interieur moeten zo losmaakbaar mogelijk zijn.
Hoe gaat het team achter het ontwerp ervoor zorgen dat het nieuwe azc in Oisterwijk bewoners dat thuisgevoel geeft? Door elk gebouw een eigen karakter te geven, zo blijkt. ‘Elk gebouw heeft een eigen materiaalpalet en kleurenpalet. Bewoners hebben in elke ruimte dus een andere ervaring. Als alles hetzelfde lijkt, verlies je de kwaliteit, denken wij.’ Ook in architectonische zin zijn er verschillen: het ene gebouw heeft luifels, het andere een overkoepelend terrasje waar je onder kunt gaan zitten. ‘Mensen denken vaak dat seriebouw betekent dat alles hetzelfde moet zijn, maar de kunst is om het juist niet op seriebouw te laten lijken.’