Verslag

Rens van de Plas

2026.1

BOUWSTOF

Bouwen aan gemeenschappen? ‘We kunnen veel meer doen dan stenen stapelen’

‘Ik ben van je privacy genieten. Ik ben ontspullen. Ik ben hoog en droog. Ik ben geborgenheid.’ Talkshow Bouwstof begint deze editie wat anders dan normaal: met een voordracht. Actrice Pleuni Veen draagt een indrukwekkende tekst voor van (video)kunstenaar Mirte van Duppen over tijdelijk wonen. Achter haar flitsen de beelden van hijskranen en tijdelijke huizen uit de video-installatie Mirte van Duppen voorbij. Het is de opening geworden van een nieuwe setting van Bouwstof, dé talkshow over architectuur, stedenbouw en de openbare ruimte in Tilburg en omgeving.

In de nieuwe setting van Bouwstof worden sprekers niet meer individueel geïnterviewd, maar veel vaker samen, zodat er ruimte ontstaat om op elkaar te reageren en een breder gesprek te voeren. Voor het eerste gesprek schuift Mirte van Duppen aan, die met haar videowerk Flexscapes het concept van flexwonen onderzocht. Naast haar zit Michael den Otter, die projectarchitect is bij OMA en werkte aan het ontwerp voor een duurzaam azc in Oisterwijk. Samen spreken ze over de tijdelijkheid van wonen.

Tijdelijke woningen zijn verre van een eenduidig concept, merkte Van Duppen al snel. ‘Tijdens mijn onderzoek zag ik dat flexwonen honderden verschillende betekenissen heeft voor mensen. De reden voor mij om er onderzoek naar te doen was omdat ik tien jaar geleden in een containerwoning op het NDSM-terrein in Amsterdam heb gewoond. De muren waren van plastic, er was alleen een elektrisch pitje en een campingkoelkast. Ik heb het zo aangekleed dat het voor mij een thuis werd. Het viel me daar op dat de directe omgeving niet was vormgegeven, zodat je je buren ook niet echt ontmoette.’

Heggen en schuttingen

Tijdelijke woonprojecten worden op hele verschillende manieren vormgegeven, ziet Van Duppen. Ze maakte beelden van studentencomplex The Garden in Tilburg, buurtschap Te Veld in Eindhoven en een project aan de rand van het dorp Vessem. ‘Voor de studenten die ik in Tilburg sprak, was het sowieso een tijdelijke situatie. Zij hadden in eerste instantie bijna geen op- of aanmerkingen aan hun woning, maar als ze moesten omschrijven waar ze woonden, hadden ze het wel over ‘die containers’.’ Veel studenten voegden ook weinig eigens toe aan hun al gemeubileerde woningen, vertelt ze. De lichtsnoer die ze zelf boven hun bed hebben gehangen, wordt dan ineens een stukje van hun identiteit.

De flexwoning lijkt vooral simpel en doeltreffend te moeten zijn. De acht flexwoningen die aan de rand van Vessem verrezen, werden op aandringen van omwonenden met een heg afgescheiden van de rest van het dorp. ‘Daardoor creëer je afscheiding en is er niet echt integratie tussen de twee woonplekken. De flexwoningen krijgen daardoor nog meer het stempel ‘tijdelijk’. Ik zou het interessant vinden als tijdelijke woningen veel beter in een stad of dorp geïntegreerd worden, en niet zomaar aan de rand worden neergezet met een heg ertussen.’

De gesprekken die Van Duppen voerde, verwerkte ze in een video-installatie met twee schermen. Tien stemacteurs spelen personages die iets met het flexwonen te maken hebben. ‘In de installatie zie je overeenkomsten, maar ook veel contrasten. Flexwonen kan als ‘onzeker’, maar ook als ‘vrijheid’ worden ervaren. De buitenruimte is vaak ingericht voor gezamenlijk gebruik, maar een klein deel is voor privégebruik. Bewoners vertelden dat ze toch wel graag een schutting wilden hebben, tegelijkertijd waren ze blij dat je iedereen in de buurt kon aanspreken.’ Het flexwonen verandert je kijk op de omgeving in elk geval drastisch, wil de videokunstenaar maar aangeven.

Een jarenlang ontwerpfeest

Herkent projectarchitect Michael den Otter iets in het verhaal van Van Duppen? ‘De gemengde gevoelens die Mirthes korte film in beeld brengt, spelen natuurlijk ook bij azc’s. Het azc kan een belangrijk onderdeel van iemands leven zijn en tegelijkertijd wordt er ook door veel mensen op neergekeken.’ Bij bureau OMA werkte hij aan een inzending voor een prijsvraag van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA), die opriep om op een duurzame en circulaire manier alle nieuwe gebouwen die het COA in de toekomst nodig zou hebben, te ontwerpen. Die prijsvraag werd door OMA gewonnen met een ontwerp voor de utiliteitsgebouwen zoals een school, kantoor en magazijn.

Er waren drie kenmerken waar ontwerpen aan moesten voldoen: prijs, duurzaamheid en kwaliteit. ‘Wij hebben vol ingezet op duurzaamheid en kwaliteit en wilden daar niet op inboeten door kostenefficiënter te gaan werken. We ontwierpen een biobased systeem dat helemaal modulair en flexibel is.’ Het systeem heeft zijn oorsprong in een eerdere prijsvraag voor scholenbouw in Amsterdam en OMA kon dat systeem gebruiken om op voort te borduren. ‘Dat vereiste wel erg veel afstemming met andere ingenieurs. Het was eigenlijk jarenlang feest’, lacht Den Otter.

Dat de ontwerpen modulair zijn, betekent dat praktisch alles hergebruikt moet kunnen worden. Zelfs de fundering, legt de architect uit. ‘De gebouwen zijn heel licht en hebben dus veel minder fundering nodig. Op zandgronden hebben we op poeren een hele lichte fundering kunnen zetten. Op veengronden zorgen we ervoor dat de gebouwen op een hele dunne plaat van tonnen drijven.’ Ook de gevels en het interieur moeten zo losmaakbaar mogelijk zijn.

Hoe gaat het team achter het ontwerp ervoor zorgen dat het nieuwe azc in Oisterwijk bewoners dat thuisgevoel geeft? Door elk gebouw een eigen karakter te geven, zo blijkt. ‘Elk gebouw heeft een eigen materiaalpalet en kleurenpalet. Bewoners hebben in elke ruimte dus een andere ervaring. Als alles hetzelfde lijkt, verlies je de kwaliteit, denken wij.’ Ook in architectonische zin zijn er verschillen: het ene gebouw heeft luifels, het andere een overkoepelend terrasje waar je onder kunt gaan zitten. ‘Mensen denken vaak dat seriebouw betekent dat alles hetzelfde moet zijn, maar de kunst is om het juist niet op seriebouw te laten lijken.’

Van de leuning roetsjen

Nadat onze tourgids Tim Frenken ons in zijn Tourtje Tilburg kennis heeft laten maken met nieuwbouwproject Land van Anna in Goirle, waar het toevoegen van woningen hand in hand gaat met behoud van de rijke cultuurhistorie, landschapsontwikkeling én het beter bereikbaar maken van het landschap, schuiven Coen Hendriks en Imke van Dillen aan. Hendriks is als ontwikkelaar van Zenzo betrokken bij de ontwikkeling van maatschappelijke complexen, waar het voormalige klooster van de Zusters Franciscanessen in Veghel er een van is. Van Dillen is de initiatiefneemster van Buro Bouwrituelen: een bureau dat ontwikkelaars en gemeenten helpt om overgangsmomenten van gebouwen vorm te geven.

Hoe werken zulke overgangsrituelen precies? ‘De traditie is al heel oud’, zegt Van Dillen. ‘In de middeleeuwen was het heel normaal dat je voor het bouwen een ritueel organiseerde waarin je om toestemming voor het bouwen vroeg of waarin je je dankbaarheid toonde. Dat gebeurde ook wanneer mensen bepaalde gebouwen weer verlieten. Je hebt allerlei verschillende rituelen: het gaat er ons om dat je een gemeenschap van mensen die bij een pand betrokken is, meeneemt in de overgang naar een nieuwe functie.’

Van Dillen werkte zelf als projectontwikkelaar en zag dat er regelmatig bezwaarmakers waren die hele grote problemen met sloop of herbestemming hadden. ‘Die mensen hebben een band met zo’n pand, anders maken ze niet zo’n herrie’, ontdekte ze al snel. Na een auto-ongeluk besloot ze zich toe te leggen op het opstarten en begeleiden van bouwrituelen. Ze startte het Buro Bouwrituelen, dat werd uitgekozen voor het uitvoeringsprogramma van het Verdrag van Faro, waarin is afgesproken dat burgers meer dan gebruikelijk betrokken moeten zijn bij hun erfgoed.

In Gorinchem werkte het Buro aan een overgangsritueel voor staalfabriek De Vries Robbé. Die fabriek stond heel lang leeg en zou binnenkort worden gesloopt. De gemeente wilde daar graag een bouwritueel voor verzinnen. ‘We hebben toen eerst onderzoek gedaan. Niet van achter een laptopje, maar al buurtend, met je poten in de klei.’ Zo kwamen Van Dillen en haar team erachter dat tijdens de schaft het faillissement van de staalfabriek werd uitgesproken. Het bleek hét haakje om mensen opnieuw in de fabriek uit te nodigen voor de allerlaatste schaft ooit. Het werd een reünie en een verwerkingsmoment ineen, waarbij alle bezoekers met hun relikwieën van vroeger in de kantine van toen hun verhalen deelden.

Bouwrituelen komen in allerlei soorten: soms kun je het zo gek niet bedenken. Dit voorjaar hebben Van Dillen en haar team studenten uitgenodigd om zélf een bouwritueel te verzinnen voor een gebouw. Twintig inzendingen kwamen er binnen. Wie de winnaar was, mocht Van Dillen nog niet vertellen, maar ze beschrijft wel een paar inzendingen die zijn binnengekomen. Uit Groningen, bijvoorbeeld. ‘In een klein dorpje moest het buurthuis dicht wegens verzakkingen. Daar kwamen ze erachter dat veel mensen vroeger stiekem over de trapleuning naar beneden roetsjten. Dat werd het bouwritueel. Een heel bevrijdend beeld.’

Zuster met vetorecht

Werkt ontwikkelaar Coen Hendriks van Zenzo ook al met bouwrituelen? ‘Ja, al doen wij het meer organisch. Op het kloosterterrein van de Zusters Franciscanessen stond een oude kweekschool die gesloopt zou gaan worden’, legt Hendriks uit. ‘Een paar weekenden hebben we toen een open dag gehouden met oud-docenten en oud-leerlingen. Daar zijn uiteindelijk 720 mensen op afgekomen. Daar bleek best wel behoefte aan te zijn.’

Maatschappelijk ondernemen is voor Zenzo een belangrijk onderdeel van het werk. Ze willen bewust bouwen aan gemeenschappen. ‘We kunnen veel meer doen dan stenen stapelen: we kunnen iets doen aan het welbevinden van mensen. Daar hebben we onze missie van gemaakt. We onderzoeken altijd hoe we bij een project ontmoeting kunnen faciliteren. Als je elkaar eerst een paar keer toevallig tegenkomt, daarna samen koffie gaat drinken en uiteindelijk iets voor elkaar over hebt, ontstaat er echt een sociale cultuur in een buurt.’

Met die houding ging Zenzo ook het project van het Veghelse klooster in. Hendriks merkte dat ze, toen de notarissen werden ingevlogen, de zusters aan het kwijtraken waren. Zenzo en de zusters richtten een gezamenlijke entiteit op waar ze allebei voor de helft eigenaar van waren. ‘Gerda, zuster overste, had het vetorecht. Alles wat we wilden ontwikkelen, moest zij goedkeuren. Ik weet nog dat ik bij Gerda kwam met een plan voor een overdekte jeu-de-boulesbaan in de kweekschool. Ik vond dat heel spannend en had allerlei dia’s voorbereid. Bij de vijfde dia klapte Gerda de laptop dicht. “Hartstikke goed idee Coen, beginnen”, zei ze.’

En zo geschiedde. De zusters namen afscheid van het kloostercomplex waar ze zo lang hadden gewoond. ‘Zij woonden in het moederhuis. In de twee weken dat de zusters zouden vertrekken, kwam de burgemeester bij mij polsen of er tijdelijk Oekraïners in opgevangen konden worden. Zuster Gerda zei altijd dat je nooit ‘nee’ mag zeggen tegen mensen die om hulp vragen. Ze heeft meteen het verhuisbedrijf gebeld. Stiekem werd ze nog een beetje kwaad toen die niet meteen wilden langskomen’, herinnert Hendriks zich.

Zenzo gaat in Tilburg binnenkort aan de slag met serviceflat Duynsberg. Met de stichting achter de serviceflat hebben ze een droom gevisualiseerd: appartementen met één tot drie kamers voor verschillende doelgroepen. Een zwembad zou niet verkeerd zijn, vindt Hendriks. ‘In ieder gebied moet een publiekstrekker zitten, anders ontstaat er geen ontmoeting. Overdag kunnen kinderen daar schoolzwemmen, ’s ochtends en ’s avonds zouden de bewoners daar kunnen gaan sporten, als onderdeel van een zorghub. Het zou mooi zijn als dat zou lukken, maar we staan nog aan het begin. De Duynsberg gaat nog mooier worden dan Veghel’, lacht hij.

Met de nieuwe setting van Bouwstof komt er ook een einde aan de vele keren dat schrijver Martijn Neggers het laatste woord heeft verzorgd. Met een audio-opname neemt hij afscheid van zeven jaar laatstwoordenaarschap. ‘Een gedicht is een stad waar mensen nog altijd klagen dat het Blauwe Gebouw nooit weg had gemogen en waar mensen doodsbedreigingen sturen omdat het Draaiend Huis te duur was. Een gedicht is een stad. Een gedicht is de wereld. Het was me een grote eer om die twee dingen telkens weer voor u aan elkaar te knopen.’