De eerste gast die aanschuift is Wessel Griffioen, manager vastgoed en nieuwbouw van het ETZ. Hij heeft bij vier ziekenhuizen gewerkt en hield zich bezig met de gevolgen van organisatorische veranderingen op het vastgoed van de ziekenhuizen. ‘De diversiteit aan professionals die binnen ziekenhuizen werkt maakt het complex en dynamisch, maar ook spannend om tot goede oplossingen te komen’, zegt Griffioen. ‘Onze zorgprofessionals hebben hoge eisen en standaarden.’
Op het terrein van ETZ verandert het een en ander. Het ziekenhuis had de behoefte om de acute en de klinische zorg, de ‘bedden’, op één plek te concentreren. ‘Tegelijkertijd zaten we met een gebouw dat veertig jaar oud is en gerenoveerd moet worden of waarbij je aan vervangende nieuwbouw moet denken. We hebben daarom een masterplan en een gebiedsontwikkelingsplan ontwikkeld en op basis daarvan een eerste plek gedefinieerd waar we nu aan het bouwen zijn. We zijn ook gestart met een tweede fase: die moet in 2031 klaar zijn.’
Het team van Griffioen kan de gebouwen flexibel inrichten op basis van de vraag uit de sector. ‘We hoeven nu niet over alles te beslissen. Als de beddennorm in de toekomst minder wordt, kunnen we zeggen dat het beddenplan iets minder groot wordt. We zien dat in de poliklinieken veel wordt gedigitaliseerd: wellicht betekent dat dat de gebouwen voor de poli’s niet de omvang hoeven te krijgen die ze nu hebben. Dat vinden wij wel het voordeel van zo’n ontwerp gefaseerd aanpakken.’ Het ETZ volgt dan ook bewust de ontwikkelingen als het gaat om bijvoorbeeld de zorgvoorzieningen voor chronisch zieken, omdat ze nog willen zien hoe zich dat gaat ontwikkelen. Wie weet kan die zorg in de toekomst beter thuis plaatsvinden.
Binnen de ziekenhuismuren wordt dan weer ingezet op een slimme logistiek, legt Griffioen uit. ‘Dat zit ’m in meerdere facetten. Er komt één lange as waar de andere gebouwen aan verbonden gaan worden. De begane grond richten we in voor publiek en de eerste verdieping voor vervoer en staf. Daarnaast zijn we vooruitstrevend bezig in het acuut centrum, waar we interventiekamers en operatiekamers op dezelfde verdieping hebben.’ Dat versterkt de samenwerking tussen artsen van verschillende disciplines en zorgt er tevens voor dat ondersteunend personeel sneller kan schakelen.
Ook als het om de indeling van de ruimtes gaat probeert het ziekenhuis adaptief te zijn. ‘Sinds de coronacrisis zijn architecten echt gaan kijken hoe ze kunnen bouwen voor toekomstige pandemieën. In ons ontwerp kunnen we de intensive care zodanig isoleren en in compartimenten verdelen zodat we de ‘vuile’ en de ‘schone’ stromen kunnen scheiden. In de ruimtes naast bestaande ic-kamers zijn extra zuurstofleidingen aangebracht zodat we daar eventueel extra bedden kunnen bijplaatsen.’
Patiënten die moeten herstellen, doen dat overigens op eenpersoonskamers: daar herstellen ze veel sneller dan op kamers met andere patiënten erbij, is de ervaring van het ETZ. Het ziekenhuis probeert de sociale contacten nog wel te stimuleren door patiënten zoveel mogelijk uit bed te halen of bijvoorbeeld in een andere kamer te laten eten. Met slimme camera’s wordt geobserveerd wat er zoal in een kamer gebeurt en of er bijvoorbeeld iemand uit bed gevallen is.
Met een paar slimme trucs probeert het ziekenhuis voor een betere groenbeleving te zorgen én zo duurzaam mogelijke gebouwen af te leveren. ‘We hebben veel glas gebruikt waardoor we die verbinding naar buiten echt proberen te maken. Een deel van de patiëntenkamers kijkt uit op het Leijpark, dat is een hele mooie blik op het groen.’ Duurzaamheid is voor een ziekenhuis vaak wat lastiger, zegt Griffioen, maar ze hebben gedaan wat ze kunnen: door een driedimensionale gevel die op de zon is afgesteld nemen de warmtelasten met zo’n acht procent af en er wordt warmte-koude-opslag toegepast. ‘Zonnepanelen hebben we nog niet gebruikt, maar we hebben nog een dak vrij waar dat zou kunnen.’
Technisch flexibel zijn, daar draait het volgens de manager vastgoed allemaal om. Andere ziekenhuizen zouden dat voorop moeten stellen bij het verbouwen of bij nieuwbouw. ‘De zorg is onzeker. Je moet gebouwen in de toekomst een andere bestemming kunnen geven. Niet alleen kijken naar de architectuur, de omgeving en de logistieke routes, maar dus ook naar de technologie binnen in het gebouw en hoe makkelijk die aan te passen is.’