Verslag: De heuvel
debatten/lezingen
Verslag: De heuvel
Lezingen Michiel Cohen (architectenbureau cepezed) en Jos van Eldonk (Soeters Van Eldonk Ponec architecten)
11 mei, 20.00 uur. Villa De Vier Jaargetijden, Noordstraat 36, Tilburg
Opening en welkom door Harald van der Sluys Veer, coördinator CAST
Deze avond is georganiseerd door de gemeente Tilburg in samenwerking met CAST: het Centrum voor Architectuur en Stedenbouw. Ondanks het mooie weer is de grote zaal van Villa de Vier Jaargetijden aan de Noordstraat in Tilburg behoorlijk gevuld met belangstellenden.
De gastsprekers worden voorgesteld en ter inleiding laat H. van der Sluys Veer een aantal foto’s zien, o.a. van de Grote Markt in St. Niklaas (België) welk plein volledig opnieuw is ingericht. Hij noemt dit plein een voorbeeld van een haast “industrial” proces. Hierop volgt een eerste reactie uit de zaal: “Laten we van de Heuvel een gezellig plein maken!”. Maar verdere reacties moeten nog even wachten, want eerst volgen de lezingen van beide sprekers.
De opvattingen van beide architectenbureaus lopen zeer uiteen. Soeters Van Eldonk Ponec architecten is bekend om onder andere Haverlei, de burchten die ze in het landschap zetten, waarbij ze het landschap tot zijn recht laten komen. Daarbij refereren ze naar historische vormentaal.
Architectenbureau Cepezed is bekend van ingrepen binnen bestaande bebouwing in de stad waarbij ze oplossingen zoeken vanuit een eigentijds, technologisch uitgangspunt.
Aan hen nu de vraag: wat maakt een plein tot plein?
Lezing Michiel Cohen (architectenbureau Cepezed)
Het beroep van architect is een onder de tafel geschoven beroep, het is het op één na oudste beroep ter wereld, zo wordt wel eens beweerd. Als architecten proberen wij de zin van gebouwen tot zijn recht te laten komen, het beste naar boven te halen. Cepezed heeft zich ook gebogen over een aantal projecten in Tilburg. Aan de hand van een presentatie laat Michiel Cohen een aantal voorbeelden zien van gebouwen die de handtekening dragen van Cepezed. Een grote verscheidenheid aan gebouwen, zoals Westraven in Utrecht. Een stevig betonnen gebouw waar door het aanbrengen van geperforeerd doek de klimaatbeheersing in het gebouw sterk verbeterd werd. Op de 23ste verdieping kun je bijvoorbeeld nu in de frisse lucht zitten.
Daarna volgen een toren in Vietnam, 150 met hoog, De Vietcongbank in Ho Chi Min Stad en de Zorah tower in Dubai.
Maar ook met kleine opdrachten houdt men zich bezig. Zo is een vitrine ontworpen voor een oud schip, de Pinas, op de marinewerf in Den Helder. Het ging erom een plek te maken die bedoeld is om het wrak tentoon te stellen. Je kunt het schip van alle kanten bekijken.
In Tilburg is de Quirijnboulevard ontworpen met patio’s en binnentuinen. De bewoners zijn enthousiast. “Gezelligheid is iets dat je moet maken, de gebouwen geven alleen de aanleiding”, waarmee Michiel Cohen terugkomt op de eerdere reactie vanuit de zaal.
Hij laat een modern ogende gevel zien tussen een rij oude geveltjes. Die gevels zijn ook niet allemaal in dezelfde tijd ontstaan, daar kan best iets nieuws tussen, als je maar goed op de details let.
Vervolgens wordt het gebouw van de Porschegarage in Stuttgard getoond. Dit is het winnende ontwerp vanuit een wedstrijd, die door Cepezed is gewonnen. Het is een heel grote ruimte van 12 meter hoog. Bedrijfsgebouwen moeten open zijn, zodat je kunt zien hoe het gemaakt is en ook wat erbinnen gebeurt.
Vervolgens komen de pleinen aan de beurt. De aanleiding is De Heuvel. Michiel Cohen pakt meteen groot uit met het Rode Plein in Moskou. Goede pleinen zijn nooit plat, maar kennen niveauverschil. Op het Rode Plein kun je verschillende functies ontdekken. De paradeplaats, zoals die naar Pruisisch voorbeeld in de 17e eeuw, is ontwikkeld. Grote imposante gebouwen. Een plein heeft een functie, een doel. Als je de inrichting goed wilt krijgen, zul je het doel moeten beschermen of opbouwen. Het doel moet passen in het weefsel van de stad. Een mooi voorbeeld daarvan is Rotterdam, waar men na de bombardementen een nieuw centrum creëerde bij het Stadhuisplein. Het was nog niet af of het centrum kroop weer terug naar de oude plek. Het oude weefsel van de stad is sterker dan wat we allemaal verzinnen.
Een luchtopname van De Dam in Amsterdam laat zien dat er een gat gemaakt is in het fijne weefsel van de stad. Daar is het grote gebouw, het paleis, neergezet. Op zich een mooi gebouw, maar de plek is een gat in de stad gebleven. De beweging trekt zich terug rond het kerkgebouw. De Dam is geen verblijfsplein en voor manifestaties is het te klein. Op vier mei moet de tram en het verdere verkeer worden stilgelegd.
Pleinen bestaan bij de gratie van het achterland. Als er geen goede toevoer is vanuit de omliggende straten, dan werkt het niet. Een verblijfsplein moet geen toevoer hebben van veel verkeer en een manifestatieplein moet niet te veel worden doorkruist.
Vervolgens het Piazza Navona in Rome naar voorbeeld van de Ramblas in Barcelona. Maar het ene land is het andere niet al is het alleen al door het klimaat. Het Piazza Navona is een commercieel plein, opgeleukt met fonteinen en een culturele aanwezigheid van een kerk, die als grote publiekstrekker niet meer zo sterk is als vroeger. Er zijn altijd stalletjes. Het karakter van de activiteiten op een plein zijn belangrijk.
Een voorbeeld van stedelijke verwoesting is Picadilly Circus in Londen. Het is goed een plein te verdelen maar hier zijn geen keuzes gemaakt. Alleen de fontein fungeert als een centrum en de geplaatste hekken staan op de verkeerde plaats. Als het verkeer er langs geleid zou worden, dan zou het een plein zijn.
Maar een plein moet wel bereikbaar blijven. Het Vrijthof in Maastricht is daar een voorbeeld van. Een religieuze kern, goede toevoerwegen, maar het plein zelf is erg statig aangekleed met erg versnipperde gevels, slechts aan de rand een verblijfsruimte. Naar mijn mening niet echt een gezellig plein.
Als laatste de Grote Markt in Sint Niklaas, België. Foto’s van voor en na de ingrepen. Ongeveer 30 jaar was er niets gedaan aan dit enorme plein, het grootste van België en mogelijk het grootste plein van West-Europa. Door Margaretha van Constantinopel geschonken als marktplaats op de kruising van de wegen van Antwerpen/Gent en Hulst/Dendermonde. Men had er een grote vierbaans allee gemaakt en een enorme parkeerplaats. Geen rondingen, geen grenzen, een verloren ruimte. Je kon betwijfelen of het ooit wat kon worden. De keuze werd gemaakt om er een manifestatieplein van te maken, met lagen daar omheen gelegd en een achterliggend plein. Meer ruimte langs de gevels voor lopen en wandelen, ruimte voor busverkeer, een voetgangerszone en je kunt voor de deur parkeren. Bij het parkeren wissel je altijd van vervoer. Je komt met de auto en verlaat de parkeerplaats te voet. Dat geeft een andere dimensie. Overzichtelijkheid is daarom heel belangrijk. Ook is er niveauverschil gecreëerd zodat het water naar de randen afloopt. Luifels voor de bussen indiceren de uitgangen van het enorme plein. Sint Niklaas is de beste voetgangersplek van Vlaanderen geworden. In de stad verblijven 30.000 studenten, dus veel bussen. De weekmarkt kan er goed worden gehouden. Door de herinrichting is er meer ruimte voor café’s, voetgangers en evenementen. Er is een permanente vergunning voor opstijgende ballons. ’s Avond is het plein op een speciale manier verlicht wat een “dark sky”prijs heeft opgeleverd.
Ook de stationsomgeving van Sint Niklaas is aangepakt waardoor de reizigers de ingang van het station makkelijk kunnen vinden. Het station was ontworpen voor Kinshassa met een tropendak. Dat dak komt door de herinrichting nu veel meer tot zijn recht. Een langgerekt plein sluit aan op de winkelstraat. Een open entree en een overdekte (erg dure) fietsenstalling geven een heldere looprichting aan en het plein is overzichtelijk; mensen weten daardoor waar ze heen moeten. Ook hier ’s avonds een speciale, lage verlichting die sfeervol licht geeft.
In Tilburg bestaan identieke problemen, weliswaar is De Heuvel van een kleinere schaal als St. Niklaas. Tilburg is ontstaan uit een aantal dorpen die aan elkaar zijn gegroeid. We kunnen maar niet kiezen wat het centrum is.
In de jaren 70 tot 99 is de stad explosief gegroeid, maar heeft nog steeds geen echt centrum. Het is lastig om de Heuvel als echt centrum te zien omdat het verkeer er langs en doorheen rijdt. De kerk is los van het plein komen te staan. Er is wel door de vorige ontwerper een prachtig tapijt gelegd, maar dat fungeert als verbreding van de weg en niet meer dan dat. De breedte van de rijweg en het verkeer vormt het grootste obstakel.
Michiel Cohen besluit dat hij heeft laten zien hoe architecten naar ruimtelijke problemen kijken, hoe zij dat in een stedelijke context doen. Eerst moet helder zijn wat verwacht wordt van een plein. Moet het een cultureel verblijfsplein, een commercieel plein worden of iets anders? Je zou het plein kunnen herstellen en de plannen uitwerken. Je kunt er deels verblijfsplein van maken met een nis als toegangsweg naar het station. Dus eerst de mogelijkheden in beeld brengen, vervolgens een keuze maken en die verder consistent uitwerken. Ons advies is dus: kiezen!
Lezing Jos van Eldonk (Soeters Van Eldonk Ponec architecten)
Jos van Eldonk stelt zich voor als partner van Soeters Van Eldonk Ponec architecten, gevestigd in Amsterdam. Hij en Michiel Cohen zijn aangekondigd als een soort opponenten omdat zijn bureau als bijnaam heeft meegekregen dat zij alleen maar gezellige pleintjes maken.
Het gaat om ruimte of leegte. Dat heeft te maken met het soort plein dat je wilt maken. Ook Jos van Eldonk toont een aantal voorbeelden van verschillende gebouwen die door hen zijn ontworpen. Heel verschillende gebouwen. Een gebouw kan op de verkeerde plek staan of doet niet was je verwacht. Het gaat om een combinatie van gebouwen. Wij gaan uit van een stedenbouwkundige aanpak, hoe verhoudt zich het gebouw in de omgeving.
Het eerste voorbeeld is Marienburg, een watergebied in Kopenhagen.
Om het verschil in ruimte en leegte te illustreren laat hij een aantal plattegronden zien, een plan van Robergier dat nooit is gebouwd en een bestaande stad. In beide plattegronden zie je gebouwen en witte ruimtes. De moderne stedenbouw maakt objecten, vormen helder georganiseerd en gestrooid in een grote continue ruimte. In de 20ste eeuw was het populair om gebouwen te ontwerpen met licht, lucht en ruimte. Maar dat was wel saai.
In Tilburg bouwt men nog door op dit concept. In zo’n stad loop je eigenlijk nergens.
Vergeleken met de mooi gedefinieerde vormen van het eerste voorbeeld krijg je niet het gevoel dat je nergens bent. Je bent altijd ergens.
Een stad is een verzameling ruimtes. Met die wetenschap kun je leegtes gebruiken. Ook hiervan laat hij voorbeelden zien.
Marienburg Nijmegen. Een per vergissing zwaar gebombardeerde stad. Nu een traditionele stad met moderne blokken waar de ruimte goed gedefinieerd is. Dat creëert intimiteit.
Hij laat voorbeelden zien van voor- en na de herstructurering. Het heeft alles te maken met ruimtes ontwerpen. Een gebouw met holle wanden die het plein omarmen.
Bij het ontwerpen van een plein is het essentieel rekening te houden met de vorm van de gebouwen en het niveauverschil (soms zo’n vier meter). Ook Jos van Eldonk wijst trots op een gewonnen prijs: dit ontwerp heeft de prijs van de mooiste binnenstad van Europa gekregen.
Het centrumplatform in Nootdorp, de Parade. Het is een besloten ruimte. Wegen gaan er knikkend naar toe. Het perspectief verandert steeds als je het nadert. Ook hiervoor ontving het architectenbureau een eervolle vermelding.
Het plein ’44 in Nijmegen had een wedstrijd gewonnen van het lelijkste plein van Nederland. Het hart is uit de stad geschoten door het bombardement. Men bouwde een nieuw centrumplein naar men dacht op een mooie manier, strakke lijnen en aanvankelijk zonder gebouwen er omheen. We hadden toen nog niet zoveel auto’s en iedereen kwam met de auto op deze plek binnen. Met het toenemende verkeer zijn de auto’s geweerd en is het plein een onaantrekkelijke plek met rijdende en ronkende autobussen, cultuur en horeca ontbreken grotendeel. Er wordt wel gewoond, maar de voordeuren liggen aan de andere kant, zodat er geen woonklimaat is ontstaan door in en uitgaande bewoners. Voor een sfeervol stadsplein is het te groot en zijn de gebouwen te laag.
Een regel uit de vorige eeuw was dat het hoogste gebouw aan een plein tweemaal neergeklapt in het plein moet passen. Dat wordt als uitgangspunt aangehouden. Bij de herstructurering werd een apart busplein gemaakt door plaatsing van gebouwen ertussen. Het kopgebouw is voorzien van een aantal verdiepingen met vooral woningen. Er zijn geen gedefinieerde zone’s. Men moet naar het midden van het plein getrokken worden. Daarom is er een grootschalig winkelprogramma opgezet en een ondergrondse fietsenstalling aangelegd waarbij de mensen over het plein moeten. Met enkele torens erbij is het een sfeervol stadsplein geworden met de goede verhoudingen en ruimtelijke beslotenheid. Ook is er plaats ingeruimd voor cultuur en horeca.
Nu komt ook Jos van Eldonk terug op De Heuvel, een plaatje van vroeger toen de Lindeboom als een soort magneet werkte voor ontmoetingsplek. Hij laat zien hoe anders Den Bosch zich heeft ontwikkeld met duidelijke ruimtes en herkenbare functies.
Op de Heuvel zijn oude dorpsstructuren te herkennen. De Heuvel is twee maal zo groot als Marienburg in Nijmegen. In Marienburg geven gebouwen met een bolle wand een beslotenheid. Bij de Heuvel is dat andersom. De kerk wordt door de cityring van het plein afgesneden en de uitgang van de fietsenstalling ligt aan de verkeerde kant. Laat mensen het plein oplopen, nu lopen ze ervan weg. Ook zijn er te weinig bijzondere functies op het plein en de inrichting is te strak. Hij toont een ruwe schets van hoe het zou kunnen zijn, met een parkstrook die de relatie met de kerk in stand houdt. Het tapijt gaat van wand tot wand.
De verkeersweg zou iets minder moeten zijn zodat er groot gepland kan worden, een gebouw dat de ruimte afstopt waardoor een intiem plein gecreëerd kan worden. Het mooiste zou zijn de verkeersader er achterlangs te laten lopen. Dan kan het nog goed komen.
Wilt u een sfeervol stadsplein, compact gezellig en niet voor grote evenementen? Wilt u een evenementenplein, een marktplein of een dynamisch stadsplein? Dat is de keuze die gemaakt moet worden.
Discussie en vragenronde o.l.v. Harald van der Sluys Veer
* Vraag aan Michiel Cohen: wat is het gezelligste plein dat Cepezed heeft gemaakt en wat is het verschil daarvan met de pleinen in Delft?
Michiel Cohen zegt dat je intimiteit op een plein kan scheppen. Niet alleen de mensen maken een plein gezellig.
Jos van Eldonk kan de causaliteit niet volgen. Er zijn meer facetten aan verbonden: hoe ligt het in het stedelijk weefsel. Zowel grote als kleine pleinen kunnen gezellig zijn. De Heuvel vindt hij niet zo groot. En het gezelligste plein in Delft? Elk plein heeft zijn eigen kwaliteit en karakter.
* Vraag: Waarom is Bert Dirrix vanavond niet uitgenodigd? Het plein heeft nooit een kans gehad. Er is altijd rotzooi op gezet.
Michiel Cohen zegt dat er angst is voor de ruimte.
Jos van Eldonk vervolgt dat op dag twee de winkeliers al kwamen aanzetten met bloembakken. De commentaren hebben een grond. Je moet doorvragen.
Michiel Cohen vindt dat de bomen op de schetsen ook een soort bloembakken zijn.
Architectuur houdt op waar de bloembakken beginnen. Je moet keuzes maken. We zijn het eens dat de ruimte niet goed is.
Jos van Eldonk zegt dat mensen frutsels neerzetten omdat er niet gekozen is voor welk plein er moest komen.
Michiel Cohen beaamt dat: Er is nooit gevraagd wat willen we eigenlijk.
* Vraag: Het Heuvelplein is jarenlang opgeofferd aan de kermis. Die staat zo centraal. Als de kermis meer richting spoorzone wordt opgeschoven krijgen we hoop dat er op de Heuvel meer mogelijk zal zijn.
Jos van Eldonk is het daarmee eens. De keuze is essentieel. Als je rekening moet houden met de kermisattracties wordt het nooit een sfeervol plein.
Michiel Cohen zegt dat het wel kan, maar ook hij beaamt dat eerst een basiskeuze is vereist.
* Vraag: Hoe lukt het om een lang plein gezellig te maken met gevels, zoals in Deventer?
Jos van Eldonk zegt dat veel lange pleinen worden aangepast zoals in Deventer. Zo krijg je een intieme ruimte, een intiem gevoel.
Harald van der Sluys Veer vraagt naar de stelling die Jos van Eldonk poneerde vanuit de 19e eeuwse stedenbouw.
Jos van Eldonk herhaalt nog eens dat twee maal de hoogte neergeklapt de ruimte moet opvullen.
Michiel Cohen zegt dat je veel pleinen kunt vinden die niet aan deze regel voldoen. Er moet geen verwarring ontstaan dat als je dat maar doet, alles goed komt.
* Vraag: Heeft u suggesties voor de Cityring als die op een andere plaats moet komen?
Jos van Elsdonk zegt dat als je het plein als wandelgebied wilt maken, je daar niet de Cityring doorheen moet laten gaan. Over een alternatief heeft hij geen mening.
Michiel Cohen vindt dat de Cityring het plein vernietigt. Het is een compleet andere dimensie geworden. De ring zou een stuk oostelijker moeten worden gelegd. Eénrichtingsverkeer en een onderdoorgang zou ook iets oplossen. Het is van zoveel facetten afhankelijk. Zoals het nu is, ligt het plein als een puist aan de weg. Je kunt ervoor kiezen om ook de andere kant goed in te richten, maar daar stuit je op de fietsenstalling.
* Vraag: Moet de Heuvel dan het hart van de stad zijn? Er zijn veel mooie harten, zoals bij de Heikese kerk, het Stadhuisplein. Het is al mooi als we de Heuvel een beetje schoon maken en die bloembakker eraf halen.
* Vraag: Wat is positief aan de Heuvel waarvan jullie zeggen, dat zijn uitdagingen die hun stempel op het plein drukken. Je moet uitgaan van de bestaande situatie. Wat is waardevol om te behouden?
Michiel Cohen: Wat er staat dat moet je versterken en de barrières weghalen. Dat is vast met geringe middelen te doen. Maar je moet echt aan de slag en ontwerpen maken. Zover zijn wij niet gegaan.
De bedoeling van deze avond was opiniëren. Wat wil je. Daarna kunnen we kijken hoe het moet worden uitgevoerd. Wat wil je met die ruimte. Geef het plein een toekomst.
* Vraag: Zou de Heuvelpoort niet afgebroken kunnen worden. In plaats daarvan een mooie gevel en een verbinding maken naar de overzijde met café Storm. Daarnaast: voor de mooiste gevels staan nu bomen.
Michiel Cohen antwoordt dat het nu nog niet zinnig is om een uitspraak te doen. Eerst moet gekozen worden.
Jos van Eldonk constateert dat de architecten het op dit punt eens zijn. Eerst kijken wat je wilt, dynamisch of gezellig, de kernkwaliteiten benoemen. Dat is wat beide sprekers delen.
Michiel Cohen vindt dat de pleinen van oude steden niet gekopieerd moeten worden. Er is een variëteit van gebouwen in de omgeving. Die moeten intact gehouden worden.
* Vraag: Er zijn meer pleinen in Tilburg. Daar wordt amper iets aan gedaan. Sommige pleinen zijn nooit ontworpen maar ontstaan; kijk naar het pleintje bij de Langeboom. De Heuvel kan een specifieke functie vervullen. Misschien niet gezellig, maar wel open met een speciale invulling.
Jos van Eldonk zegt dat de politiek de bevolking wil betrekken bij de discussie. Mensen zullen plannen en tekeningen maken. Duidelijk is dat er een keuze moet worden gemaakt voor welk type plein en welke functies de Heuvel moet gaan vervullen.
Afsluiting
Harald van der Sluys Veer zal niet proberen het besprokene samen te vatten. Vooral de keuze wat voor plein we willen op de Heuvel is iets wat uit de discussie naar voren komt. Architectuur maakt bij die eerste vraag nog niet zoveel uit.
Hij dankt alle aanwezigen hartelijk voor hun komst en wijst erop dat ideeën nog kunnen worden aangeleverd tot 18 mei a.s. Daarna worden de inzendingen gerubriceerd op hoofdzinnen. Daaruit moet een goed beeld naar voren komen.
Hij hoopt de aanwezigen weer te kunnen ontvangen tijdens de presentatie over de uitkomsten van de prijsvraag op 15 juni a.s.. Hierna wordt de bijeenkomst gesloten.
Verslag: Spronk Management Support HvdP
Tilburg, 15 mei 2006
