Verslag 11 oktober 2007

debatten/lezingen

Verslag 11 oktober 2007

Verslag eerste CASTdebat in de driedelige reeks: ‘Zuidas Tilburg?’
11 oktober 2007
 
 
  1. Opening door Norbert Verbraak, voorzitter Raad van Bestuur Fontys Hogescholen.
  2. Presentatie David van Zelm van Eldik, hoofd van Steunpunt Routeontwerp.
  3. Debat onder leiding van Jo Jongen, Dienst Stedebouw en Volkshuisvesting Rotterdam, en Kees Doevendans, hoofddocent stedenbouw TU/e.
  4. Afsluiting
1.       Opening
 
CAST heeft de primeur om als eerste de multifunctionele ruimte in het nieuwe Mollergebouw te gebruiken. Dit gebouw, van Dam en Partners, is gebouwd op de fundamenten van het oorspronkelijke gebouw van Cees Dam. Het huisvest onder andere de centrale restauratieve voorzieningen van de hogeschool, inclusief grand café en campus club.
 
 
2.       Presentatie Routeontwerp (www.routeontwerp.nl)
 
De verrommeling van Nederland staat erg in de belangstelling. Nota bene Eelco Brinkman, voorzitter van Bouwend Nederland, stelt dat met name rondom de snelwegen Nederland veel lelijker is dan nodig, en stelt een moratorium op het bouwen in de groene ruimte voor. Veel mensen vinden dat er iets gedaan moet worden aan ‘die dozen’.
 
Routeontwerp is een gezamenlijk initiatief van de ministeries van VROM, LNV en Verkeer en Waterstaat. Routeontwerp heeft samenhangende ontwerpen gemaakt voor de A4, A27, A2 en A12. Enerzijds richt men zich op het ontwerp van de snelweg zelf (vormgeving geluidsschermen, viaducten etc), anderzijds op de omgeving van de weg. Het ontwerp van de snelweg zelf is goed te sturen. De voorstellen van Steunpunt Routeontwerp voor de A12 worden nu toegepast voor alle toekomstige ontwikkelingen aan deze snelweg. De omgeving van de weg is moeilijker te controleren, het is vooral een kwestie van in gesprek gaan met alle belanghebbenden. De panorama’s vanaf de snelweg kun je alleen behouden of versterken als verschillende gemeenten samenwerken, in plaats van elkaar beconcurreren.
 
Het routeontwerp van de A12 wordt getoond als voorbeeld. Tussen Den Haag en de Duitse grens kan de automobilist 11 verschillende landschappen waarnemen, van duinen en het veenweidegebied tot de beboste stuwwallen van de Utrechtse heuvelrug en de Veluwe. Doel is om de identiteit van de diverse landschappen te versterken. Dat geldt ook voor de stedelijke gebieden en de zogenaamde mozaïeklandschappen. Met name deze laatste landschappen transformeren snel. Wonen, werken en recreëren loopt hier door elkaar, en dat kan een rommeltje worden.
 
Voor de inrichting van het stedelijke snelweglandschap bij Arnhem zijn partijen bij elkaar gebracht in ontwerpateliers en heeft men besloten van de snelweg door Arnhem een openbare ruimte te maken. Aangrenzende ruimten worden zoveel mogelijk met elkaar verbonden en ingericht als park.
 
Bij Gouda in de Zuidplaspolder werd niet samengewerkt. Het lokale architectuurcentrum heeft het zicht vanaf de snelweg op de agenda geplaatst en nu is er een integrale visie waar 7 concrete kansen worden benoemd.
 
Voor de A58 is ook een routeontwerp gemaakt, maar dan alleen voor het deel in Zeeland.
 
v

 

3.       Debat
 
Aan tafel:
Gespreksleiders Jo Jongen en Kees Doevendans
David van Zelm van Eldik, Steunpunt Routeontwerp
Els Aerts, wethouder gemeente Tilburg van o.a. verkeer en vervoer en bovenstedelijk ruimtelijk beleid
Wim Scheffers, directeur AM Wonen Zuid BV Zuid
Paul van Aerde, directeur Aerde Bouwmanagement
 
Vanuit de zaal o.a.:
Louis Houet, afdeling Stedenbouw, gemeente Tilburg
Evert Jan Roelofsen, projectleider Het Laar (voorheen van Stappegoor en Kempenbaan)
Arjan Pronk, PvdA, gemeente Tilburg
Joos Taminiau-Bedaux, bewoner Tilburg
Peter van Dinter, architect te Goirle
 
“Als je vanuit Tilburg over de A58 rijdt, lijkt het richting Eindhoven rommeliger en richting Breda rustiger te worden.”
 
“Ontwikkelingen richten zich alleen op de plek zelf, er is geen zicht op het totaalbeeld.”
 
“Er hoeft geen ontwerp gemaakt te worden voor de héle A58, maar het is wel belangrijk dat de stedelijke zone meer is dan een reeks losse incidenten.”
 
“Moet je vanuit de stad of vanuit de snelweg kijken?”
 
“De snelweg is de meest bezochte openbare ruimte in Nederland en de afslagen zijn de belangrijkste entrees van de stad.”
 
“Hoe erg is verrommeling? Is het wel erg?”
 
“We zijn er in geslaagd om binnen één generatie de identiteit van ons landschap te verkwanselen. We hebben de gereedschappen om het tij te keren en zorgvuldiger de ruimte te ontwikkelen. Nederland is één van de meest intensief gebruikte plekken op de wereld, we gaan er sowieso al bewuster mee om dan veel andere landen, maar we moeten dat ook.”
 
“De gemeente heeft flink wat plannen, maar inderdaad vanuit de stad geredeneerd, niet vanuit de snelweg. Ook andere landschapselementen, zoals de Leij, zijn leidend in het ontwerp.”
 
“De verrommeling vindt vooral plaats in de (voormalige) groene ruimte, niet in de stedelijke zones. Als we maar binnen de stedelijke contouren blijven bouwen is er niets aan de hand.”
 
“De ontwikkelingen rond de A58 zijn programmatisch op elkaar afgestemd, en gebaseerd op de toekomstige behoeften aan wonen, kantoorruimte, leisure, etc.”
 
“De Kempenbaan wordt een grote stedelijke entree. Het wordt ontwikkeld op een oude vuilstort, dus er hoeft geen natuur voor te wijken.”
 
“Is de snelweg niet een bedreiging voor de stad? Als je ontwikkelingen in de periferie stimuleert, gaat deze dan niet concurreren met de bestaande stad, die uiteindelijk uitgehold wordt? Wordt de stad niet een randje langs de snelweg?”
 
“Wat is onze droom, wat is de illusie, en wat is de realiteit?”
 
“Brabantstad is met 1,5 miljoen inwoners na de Randstad de tweede netwerkstad van Nederland.”
 
“In een hoogstedelijk gebied is het niet realistisch om een samenhangend beeld te ontwikkelen.”
 
“Doordat veel locaties nu ontwikkeld worden door dezelfde projectontwikkelaar (AM) ligt er een kans om juist wel een samenhangend beeld te creëren.”
 
“Bij de ontwikkeling van een individuele locatie wordt ook rekening gehouden met effect van visuele attractiepunten.”
 
“Elke 10 minuten een nieuw landschap is een aantrekkelijk beeld vanaf de snelweg”
 
“Er ontstaat een beeld: twee stadspoorten (de zwarte torens van het Laar in het westen en het Cenakel in het oosten) met daartussen een stadsmuur.”
 
“Sterke stadspoorten, met daartussen veelkleurigheid.”
 
“Deze stadsmuur mag best divers zijn, zolang welstandsniveau 1 wordt gehanteerd.”
 
“De Zuidas van Amsterdam is geen goede vergelijking. De auto gaat daar (straks) onder de grond en het gebied wordt van de voetganger.”
 
“Tilburg heeft nooit zijn gezicht aan de snelweg laten zien. Dat kan / moet de stad nu wel doen.”
 
“Door de zwarte torens (Cenakel, ‘t Laar) zie je de stad nu vanaf grote afstand liggen.”
 
“Tilburg heeft uitstekende onderwijsvoorzieningen, maar moet die potentie beter benutten. De stad moet afgestudeerden aan zich binden door het ontwikkelen van de dienstensector.”
 
“De slogan ‘moderne industriestad’ geldt niet meer. Ook ‘Tilburg onderwijsstad’ wordt niet meer gebruikt. Er is nog geen echt alternatief. ‘Tilburg, stad van contrasten’ wordt wel gezegd.”
 
“Je moet wel functies aantrekken die een relatie hebben met de bestaande stedelijke dynamiek. Anders ontstaat er inderdaad een rand waar mensen alleen een plasje doen en weer doorgaan.”
 
“Je moet niet alles wegstoppen achter geluidsschermen. De ‘stadsmuur’ tussen de twee ‘poorten’ is nu mooi groen, met Stappegoor als speeltuin van de stad.”
 
“Stappegoor: een stedebouwkundige opvlieger van de gemeente Tilburg.”
 
“Naast de gegroeide, organische, lijnstructuren en de orthogonale lijnstructuren komt er een derde lijnstructuur die opgenomen moet worden in het stedelijk weefsel: de lijn van de snelweg.”
 
“Werkt men ook echt aan de schaalsprong? Torens bouwen konden we aan het einde van de 19e eeuw ook al.”
 
“De visie voor het St. Elizabethziekenhuis heeft niets te maken met de snelweg. Er is wel een techniekstrook als buffer tussen het ziekenhuis en de snelweg. In die techniekstrook staat vrijstaande bebouwing van hoogstens twee lagen in een groene omgeving.”
 
“Er is altijd ‘met de rug naar’ de snelweg gebouwd. Maar de snelweg krijgt steeds meer het karakter van een stadsweg.”
 
“Het zicht vanaf de A58 is of mag niet leading zijn voor ontwikkelingen.”
 
“Blijft het ten westen van ‘stadspoort’ het Laar groen?”
 
“Zijn alle problemen met betrekking tot overlast, zoals geluid en fijnstof, overbrugbaar?”
 
“Er wordt nonchalant gedaan over de verkeersdruk, maar elke ochtend staat er 8 tot 9 kilometer file bij Goirle.”
 
“Is er een visie op mobiliteit in de toekomst?”
 
“In het samenwerkingsverband Brabantstad wordt integraal nagedacht, ook over mobiliteit.”
 
“Moeten we de stad niet ontwikkelen rondom duurzame vormen van transport, zoals de fiets, het OV, het spoor, in plaats van aan de snelweg?”
 
“In principe ontwikkelen we Tilburg volgens het model van de compacte stad, maar er zijn nu eenmaal functies die meer op de auto gericht zijn, en het is logisch om die op de snelweg te oriënteren.”
 
 
 
4.       Afsluiting
 
Aan het begin van de avond is een pleidooi gehouden om naast samenhang in het programma en andere zaken, ook samenhang in beeldkwaliteit op de agenda te zetten.
 
Er is tot nu toe in de zaal overeenstemming over twee zaken:
  • Het belang van de stadspoorten: hier begint en eindigt Tilburg.
  • Snelweg zien als een voorkant, niet meer als achterkant. Aan de snelweg kun je de stad in de etalage zetten.
 
De beeldkwaliteit is nog een onderbelicht item geweest in de discussie.
 
Na de afsluiting gaat het gesprek nog door, in groepjes wordt nog volop gediscussieerd.
Kortom: er is nog voldoende stof voor de volgende twee debatten!

logoarea