Verslag

workshops

Verslag

Workshop Brabant 2050 o.l.v. Annette Marx

donderdag 16 september 1999

 

In het kader van het Brabant Manifest wilde de Provincie Noord-Brabant een strategisch streekplan opzetten voor de ruimtelijke ontwikkeling van de provincie in 2050. Gezien de cijfers van de afgelopen decennia, valt namelijk te verwachten dat het bebouwde oppervlak zal verdubbelen. Bovendien zal Brabant sterk vergrijzen, komt er 2000 hectare aan wegen bij, zal 50.000 hectare moeten worden ingericht met nieuwe natuur of 'emissieloze' bedrijven en zal er voor de duurzame landbouw is 35% minder landoppervlak overblijven.

Om daarover de regie te houden, zodat het gebied straks leefbaar blijft, is het noodzakelijk nu al grondig na te denken over de precieze aanpak van de ruimte. Waar moeten de ontwikkelaars en beleidsmakers anno nu rekening mee houden, zodat het ruimtemisbruik straks niet uit de hand blijkt gelopen? Hoek moet het nieuwe streekplan eruitzien?

 

Vier architectengroepen kregen eind 1998 de opdracht met deze gegevens aan de slag te gaan. Zij ontwikkelden vier mogelijke strategieën voor de toekomstige indeling van Noord-Brabant. Zo ontstonden interessante, praktische, ingewikkelde, inventieve, rumoerige en vooral ándere uitgangspunten, die kunnen leiden tot een verder denkproces, niet gehinderd door wetten, verplichtingen of economische structuur en sociale opbouw. Nieuwe beginselen om vastgeroeste ideeën los te weken. Voor het gebied rond Tilburg hebben de architecten en ruimtelijk ontwerpers Annette Marx, Bert Dirrix en Marius van den Wildenberg schetsvoorstellen gemaakt onder de noemer 'De begrensde stad'.

 

Annette Marx: "Na de oorlog is er voor de wederopbouw één keer een strategie voor de inrichting van de ruimte gemaakt. Daarna is iedere gemeente zijn gang gegaan. In Brabant werden ideeën uit het westen overgenomen, maar ook volop eigen initiatieven ontplooid. Dat leidde niet tot een hoogwaardige architectuur." Brabant is een gebied dat klemt tussen de aanvoerhaven Rotterdam en het Ruhrgebied, maar ook rust op Vlaanderen met de grote steden Antwerpen, Gent, Brugge en Brussel. Daarbij is het hogere culturele niveau niet direct in Brabant te vinden, maar wel in het omliggende gebied. Marx legt uit hoe haar werkgroep begon met denken. "We hebben het woord Provincie ontleed en kwamen toen uit bij La Provence in Zuid-Frankrijk. In vroeger tijden maakte daar een kloosterorde de dienst uit, in die streek hadden de monniken een enorm netwerk. Zij hielden zich niet alleen met de spirituele kant van het leven bezig, maar ook met wetenschappen en de cultivering van grond. Het was een gebied met een bourgondische aard, dichtbewoond, gecultiveerd maar toch landschappelijk van aard. Maar ook een gebied met een zekere invloed op de zaken die zich afspeelden in Rome en Parijs." Brabant kent ook het bourgondische element, de zachtere levensaard en de toch landelijke sfeer, aldus Marx.

 

"Maar elk jaar emigreren er 14.000 mensen van de Randstad naar hier. De zachte krachten zoals landschap, natuur, waterhuishouding en ruimte worden ondergesneeuwd. Brabant verkeert in een terminaal stadium. Vijf procent van de oorspronkelijke structuur is nog aanwezig. Hoe werken we dan op een duurzame en evenwichtige manier Brabant 2050 toe? Wij besloten een formule van de verstedelijking te ontwikkelen, met patronen voor natuur, ecologische landbouw, recreatie en wonen. We zijn niet uitgegaan van de bestaande infrastructuur. Wel hebben we gekeken naar de natuur, omdat dat element het wonen boeiend maakt. Hetgeen er aanwezig is willen we intensiveren, sterker van karakter maken."

 

Bijvoorbeeld de ecologische aspecten worden breeduit versterkt. "Door meer aandacht aan de waterstructuur te geven kunnen we de enorme verdroging tegengaan. Brabant wordt gevoed door een diepe kwel. Water infiltreert in dit gebied door beekdalen die het water van hoger gelegen bosgronden naar de rivieren voeren." Waar echter het stedelijke aspect intens is, wordt dit extra versterkt. "Daar kiezen we voor veel stad en weinig natuur." Marx en de haren gaan uit van het 'naadgebied' Bergen op Zoom, Roosendaal, Breda, Waalwijk, 's-Hertogenbosch, Oss en Boxmeer, de steden die op één lijn tegen het rivierengebied aan liggen. De andere Brabantse steden zijn pas tot ontwikkeling gekomen in de tijd van de industriële ontwikkeling en worden benoemd als zandsteden.

 

Marx: "We hebben voor het Ontwerpen aan Brabant een stuk kaart genomen met de rand van Tilburg en Waalwijk. Dit gebied bevat diverse elementen: stedelijke bebouwing (een stuk naadstad en een stuk zandstad), landbouwgronden, natuurgebied, water. De lineaire patronen van de kavels bij Waalwijk dienden als ondergrond voor het gebied. De naadstad en zandvlakte werden als grenzen genomen. "Want nu is de verstedelijking van de zandvlakten stuurloos, de steden hebben geen identiteit. Grenzen zijn nodig om dit te beheersen. Voorts gingen we uit van minder energieverslindend ruimtegebruik, zonder suburbane wijken en dorpen met 19de-eeuwse contouren."

 

De deelnemers

Bij de workshop laat CAST het idee van Marx en consorten toetsen door de lokale beleidsmakers, architecten en ontwerpers in Tilburg. De deelnemers:

Ad Sweere, Waterschap Dongevallei, (?)
Bas van Sprèw, Fontys Hogescholen/coördinator bureau Bilan
Camiel van Steegeren, Archtitecten Samenwerking, architect
Carry Limpens, DS+V Rotterdam, stedebouwkundige
Jacques van Eik, Academie voor Architectuur en Stedebouw, student
Jan Horsmann, Gemeente Tilburg, Stadszaken, afdeling Stedebouw
Louis Houët, Gemeente Tilburg, Wijkzaken, hoofd Ruimtelijke Inrichting
Lucas Verwey, (?) stedebouwkundige
Peter Keijsers, Bedaux de Brouwer, architect
Riki Heerkens, Interieurarchitect
Sonja van der Beek, Gemeente Tilburg, Stadszaken, hoofd Stedebouw
Tom van der Haage, Architectenwerkgroep, architect
Toon Thin-A-Sie, Architecten Samenwerking, architect

 

Top.kaart 50E

(topkaart)

De topografische kaart 50E is het uitgangspunt, het zuidelijke gebied tussen Tilburg en Breda. Wat zullen de consequenties zijn voor dit gebied? Wat zijn de verschillende mogelijkheden als het plan van Marx, Dirrix en Van den Wildenberg als uitgangspunt wordt genomen?

(getekende grenzen)

 

Grenzen

Snelweg
Spoorlijn
Beekdalen
Bebouwing
Monumenten
Bedrijventerreinen
Landbouwgronden
Militaire luchthaven
Natuurlijke geologische breuklijnen
Redelijk veel 'ongeschonden' ruimte

 

De deelnemers aan de workshop krijgen de opdracht hiermee aan de slag te gaan, maar worden vooral ook uitgedaagd radicale veranderingen te overwegen. De gedachten komen los. "Bossen kunnen in 50 jaar worden gekweekt". "De landingsbanen van luchthavens kunnen recreatief worden ingezet". "Op basis van nostalgische kaarten kunnen oude waarden op een nieuwe manier worden teruggebracht." "Toch dijen we met de steden te veel uit, we moeten wat anders, wat extra's bedenken." "We moeten duidelijk onderscheid maken tussen wat wel en niet per se nodig is". "We moeten gewoon her en der lappen natuur inpassen, zelfs hele dorpen kunnen opofferen." "Het utopische verlangen van wonen in het groen dienen we helemaal te laten varen?"

 

Drie ontwerpen

Drie groepen zijn rond de tafel gaan zitten met kaartmateriaal, rollen transparant papier en gekleurde stiften om een en ander te concretiseren op de terreinen:

    • Bedrijven en recreatie
    • Infrastructuur en water
    • Recreatie en wonen

Bedrijven en recreatie

 

Deelnemers

Jacques van Eik
Lucas Verwey
Riki Heerkens
Sonja van der Beek

 

Het was moeilijk knopen doorhakken, vonden de deelnemers van deze werkgroep. Zo worstelden ze met de vraag: wat is recreatie? Want ook bedrijven kunnen recreatie herbergen, denk maar aan De Efteling, de Skiramide of de megabioscoop.

De werkgroep koos voor een combinatie van mooie landschappen met daarin de corridor A58 als de koppeling daartussen. De A58 heeft ook een sterke functie voor het openbaar vervoer, hier en daar gekoppeld aan de spoorlijn. "Dat lef moet je wel hebben." Ook de beekdalen zijn als grens genomen. Daarmee doet deze werkgroep niets. "We willen het daar open laten, moerassig laten worden, zodat je het water zichtbaar maakt en de belevingswaarde vergroot." Ook de gebieden rond oostelijke corridor worden met rust gelaten, terwijl juist ten westen een enorme concentratie van bedrijven en recreatie is neergezet. "Een gestapelde bebouwing, een soort Las Vegas langs de snelweg." De grootschalige recreatie vindt plaats langs de corridor. De 'stille' recreatie kan overal plaatsvinden, met fiets- en voetpaden en mountainbike- of skeelerroutes.

Een extra woonvorm is gevonden in kloosterachtige, losse woonclusters in het zuidwestelijke, bosachtige gebied, als tegenhangers van de gehandhaafde aanwezige dorpen, stoelend op de gedachte van het oorspronkelijke, 'nostalgische' woongemeenschap. Dit bosgebied is verder sterk uitgebreid en heeft dan weer een open, dan weer een gesloten karakter. De landgoederenstructuur langs de Bredaseweg in Tilburg wordt doorgetrokken met eventuele aparte woningbouw. Een grote zone wordt geheel vrijgehouden van activiteiten.

 

Infrastructuur en water

 

Deelnemers

Ad Sweere
Bas van Sprèw
Carry Limpens
Tom van der Haage

 

Deze werkgroep ging uit van drie robuuste eenheden: natuur, water en wegen. De grenzen vormden dus de beekdalen en de droge heidegronden, verder zijn er interacties met harde lijnen zoals wegen en spoor. Bestaande infrastructuur en bebouwing wordt van de kaart geveegd. Rijen en Alphen worden voor een deel verwijderd en voor een deel verplaatst. Ook komt er een nieuwe infrastructuur bij de vliegbasis. De werkgroep gaat echt uit van een nieuwe structuur in 2050.

In het westelijke deel wordt het wonen enorm verdicht met 70 woningen per hectare. Daar moet wonen, werken en recreatie dus worden gestapeld, steeds in lussen gekoppeld aan de snelweg. Wonen gebeurt verder op de droge heidegronden die tussen de beekdalen liggen verspreid. In de beken en op de drasse gronden kan immers niet worden gebouwd. De hoger gelegen heidegrond is juist ideaal voor een autarkische woonstijl van 35 woningen per locatie. Verder is er bos gepland, eventueel gemengd met recreatie en agrarische bedrijven. Een opmerkelijk idee is het creëren van een 'toeristische trekpleister', een dorpje als startpunt van de recreatieve route.

 

Recreatie en wonen

 

Deelnemers

Jan Horsman
Peter Keijsers
Toon Tjin-A-Sie
Camiel van Steegeren
Louis Houët

Deze werkgroep heeft eerst een strategisch schema gemaakt en dat toegepast op de kaart. Het uitgangspunt is een raster met verbindingen van groen, wegen en water. Vooral het herstellen en versterken van groen en water heeft daarbij grote aandacht, alsmede het behoud en sterk intensiveren van reeds aanwezige elementen.

Op de kruispunten van waterlijnen, groenlijnen en infrastructuurlijnen kunnen zich bepaalde zaken clusteren, zoals stedelijke gebieden. De open plekken krijgen een bepaalde identiteit. Dat kan bijvoorbeeld zijn woningbouw, landbouw of recreatie. Deze identiteit, vast te stellen in structuurplannen, is steeds afgeleid van hetgeen reeds aanwezig is, het benutten van bestaande zaken is essentieel in dit voorstel. Een wisseling van functies (vliegveld wordt bos) wordt niet geambieerd. "Die diversiteit van plekken is juist zo kenmerkend voor Brabant en met deze theorie kun je heel Brabant inkleuren." De identiteit van de plek is weer bepalend voor de aanwezigheid van andere elementen. "In een beekdal zal dus moeten worden gekozen voor een heel specifieke manier van wonen."

Een paar bestaande wegen en groenzones zijn als uitgangspunt genomen voor het verder toepassen van het raster op het betreffende gebied. De dorpen blijven dorpen, het vliegveld wordt door de uitstekende ligging voor industriële doeleinden gebruikt, in het noordoosten is er plaats voor 'waterwonen', recreatie en een 'woonbos'. In het zuidoosten komen de boeren aan bod.

logoarea