Meer dan wonen. Een eeuw sociale woningbouw in tilburg

- boekpresentatie en discussieavond -

22 december 2009



Op dinsdag 8 december presenteerden CAST en de Tilburgse woningcorporaties TBV Wonen, Tiwos en WonenBreburg de gids 'Meer dan wonen, een eeuw sociale woningbouw in Tilburg'. Naar aanleiding van deze boekpresentatie gingen corporaties, bestuurders, ontwerpers en anderen in gesprek over deze thematiek. Besproken werd het verleden van de sociale woningbouw en de opgave voor de nabije toekomst. Bekijk nu het fotoverslag van deze avond.

Meer weten? Neem dan een kijkje op www.meerdanwonentilburg.nl. Wilt u meer weten over de gids en de beschikbaarheid ervan, dan kunt u contact opnemen met CAST door een mail te sturen naar secretariaat@castonline.nl o.v.v. 'gids meer dan wonen'.  


Ontvangst in museum De Pont





Start programma

René Scherpenisse (links), Rob Vinke (midden) en Gon Mevis (rechts) 

Aart Oxenaar (links) in gesprek met Bram Heijkers (rechts)

Noor Mens in gesprek met CAST bestuurders Peter Blankenstein en Frits Horvers (rechts)

vlnr Otto van der Meulen, Jan Hamming, Johan Dunnewijk, Dennis Buster en Bob Driessen


Herkenning in de beelden die voorbij kwamen tijdens de avond

René Scherpenisse zet het programma uiteen


Jan Hamming kreeg de eerste gids uit handen van Rob Vinke. In zijn inleiding ging Rob Vinke in op de historische context waarbinnen de sociale woningbouw in Tilburg is gegroeid: “Vanuit de historie moet de rol van woningcorporaties goed bezien worden om die rol heden ten dagen goed te begrijpen”. Daarmee zette hij de toon voor de avond. Twee zaken haalde hij in het bijzonder naar voren. Allereerst ging het om de verheffing van de arbeider en gaat het vandaag de dag vooral om mensen aan de zijlijn. Daarnaast ziet Rob Vinke woningcorporaties ook als "conservatoren van de oude gebouwde stad". Samenvattend sloot hij af: “We zijn bezig om mensen aan het werk te helpen, we zijn bezig om armoede te bestrijden en om kinderen in staat te stellen hun diploma te halen. Daarnaast blijven we goede woningen bouwen voor de toekomst en zorgen voor de belangrijke architectonische bijdrage aan de stad Tilburg”.


Jan Hamming reageerde zeer enthousiast maar had ook wat opbouwende kritiek "er hadden wel iets meer mensen in mogen staan". Hij vatte het specifieke van de Tilburgse sociale woningbouw samen door een aantal keren te verwijzen naar de beelden die voorbij kwamen. Zorgvuldig omgaan met het bestaande, kleinschalig en met oog voor detail maar ook met lef om te vernieuwen.


Noor Mens schreef de gids en oogste applaus met de opmerking dat Tilburg haar eigen stad Rotterdam toch wel voorbij gestreefd als het gaat om mooie plekken. Verder wees ze op de bijzondere stadstructuur en de bijzondere vooroorlogse woningen en buurten.


Louis Houet, reeds veertig jaar werkzaam bij de gemeente Tilburg, vatte de periodes in de stedelijke ontwikkeling kort samen. Hij prees woningcorporaties voor hun opdrachtgeverschap en de wijze waarop zij ook trendzettend zijn geweest in architectenselecties.

 
Otto van der Meulen ging in op de 'gebouwde stad'. Hij ging in op de thema's verbinden van oud en nieuw, zorg voor kwaliteit en metamorfoses van bestaand bezit. Daarbij onderstreepte hij het belang van het sociale grondprijzenbeleid van de gemeente Tilburg en het belang van zorg en dierbaarheid bij de vraag hoe om te gaan met de bestaande stad. Hij uitte zijn zorg over de bezuinigingen in de huurtoeslag en de gevolgen daarvan. Nieuwbouw initiatieven komen hierdoor uiteindelijk onder druk te staan aangezien hij op geen enkele wijze zal bezuinigen op onderhoud en service aan bewoners: "als snelheid nu leidt tot kwaliteitsverlies, dan kun je beter even wachten" zo sloot hij af.


Annemiek Rijckenberg sprak over de waarde van strijd en de kwetsbaarheid van consensus architectuur. Sociale woningbouw mag niet te onderscheiden zijn voor andere opgaven in de woningbouw zo stelde zij bovendien.


Ton van der Hagen, Architectenwerkgroep, onderschreef de waarde van goed opdrachtgeverschap. Je wilt wijken nalaten waar mensen met trots wonen, zo stelde hij.


Hans van der Heijden: "Het architectenvak is ook wel bezweken onder het kwaliteitsdenken". Hij pleitte voor een waardige normaliteit: "kleinere boodschappen en die toch heel goed doen".


Pauze, Jo Jongen in gesprek met Willem Bongaarts


Johan Dunnewijk leidde in na de pauze: Bouw en beheer zijn middel, zo stelde hij met klem. Doel is “mensen een leven met ontwikkelkansen te geven, sociale stijging te bewerkstelligen en trots, liefde en betrokkenheid bij hun buurt”. Een volmondig ja op de vraag of het gelukt is om de opgave van de sociale woningbouw goed in te vullen maar ook zorg: "de opgave wordt er eerder groter op dan kleiner". De ambities van bewoners moeten weer centraal komen te staan en wat dat betreft wordt er op dit moment ontzettend goed werk geleverd in Tilburg, zo benoemde hij vooral ook de kwaliteit van het Tilburg Akkoord en dat wat de laatste jaren is bereikt. Hij wees hierbij onder meer op de inspanningen van de MOM waarbij zorgverleners, welzijnsorganisaties, de gemeente en de corporaties samen gericht werken in buurten. 


Willem Bongaarts: "Corporaties in Tilburg zitten diep in de haarvaten van de samenleving". Optimistisch over de toekomst maar ook strijdbaar, "laten we nou eindelijk eens ophouden met praten over etniciteit!", referend aan de integratiemonitor.


Gon Mevis: “We hebben geen vogelaarwijken en het kan bijna niet anders dan dat de investeringen die wij gedaan hebben –sociaal én fysiek- van invloed zijn op het feit dat we geen wijken hebben die zo door de hoeven zijn gegaan als in een aantal ander steden”. Hij verwees daarbij ook naar de wederopstanding van de stad in de jaren '90 en daarna. Hij sprak zijn hoop en overtuiging uit dat de tendens om terug te keren naar de 'kern' de verkeerde is. Het gaat om leefbaarheid, om die mensen in de wijken en daar hebben corporaties en gemeente elkaar hard nodig zo stelde hij. 


Annemiek Rijckenberg onderschreef dit en pleitte als mede auteur van het VROM-raad advies 'stad en stijging' voor een brede maar evenwichtige aanpak. Zij vindt de huidige trend naar versmalling dan ook de verkeerde.


Johan Dunnewijk onderkende het dilemma tussen een landelijke trend terug naar de kerntaken en een lokale opgave die de stad als samenhangend geheel omvat. Verder wees hij op de consequenties van mogelijke bezuinigingen: "Dat betekend dat wij als corporatie ongeveer 15 miljoen moeten vrijmaken in een lopende begroting...ik zou die berekening wel eens gemaakt willen zien worden" en "dat zal hoe dan ook leiden tot een minder actieve opstelling van corporaties, niet omdat we willen maar omdat we moeten".


Jan Kammeyer riep op tot een nadere discussie over de verschuiving in de opgave: "De directe leefomgeving wordt des te belangrijker in de opgave, onderzoeken wijzen dit ook uit,  dat verlangt het terugkomen tot kleine ingrepen die haast als een chirurg worden uitgevoerd”.


Bram Heijkers pleitte voor het zichtbaar maken van identiteit en persoonlijke verhalen. Een geschiedenis van een stad is vooral ook een geschiedenis van haar bewoners, zo gaf hij desgevraagt invulling aan de term 'de geleefde stad'.


Jan Hamming sprak in deze zin over meer kwaliteit in de openbare ruimte. Initiatieven in de Kruidenbuurt onderstrepen dit. Er ontstaat een 'speel-en-leer' landschap waarbij vooral jongeren en kinderen weer worden uitgedaagd om naar buiten te komen en gebruik te maken van de ruimte door sport en groen. De vele Cruijffcourts in Tilburg hangen samen met dit kwaliteitsdenken.  



Rob Vinke onderschreef aan het slot van de avond nogmaals het belang van een brede inzet op leefbaarheid in wijken. Het gaat om de mensen aan de zijlijn, een versmalling van de opgave past daar niet bij.

Peter Blankenstein: “Misschien moet Tilburg zich aanbieden als proef voor de vraag naar de kern van de opgave....dat betekend dus dat corporaties gericht zijn op hun gemeente en niet in het hele land bezig zijn met hun geldschip". Hij onderschreef daarmee de nauwe samenwerking tussen partijen in de stad en het exemplarische van Tilburg in dat opzicht.


Resumerend concludeerde Aart Oxenaar dat Tilburg vraagt om anders kijken, anders handelen en dus om een andere houding. Daarmee was de ruimtelijke opgave in het verleden inderdaad exemplarisch te noemen, wellicht dat dit ook zou kunnen gelden voor de maatschappelijke opgave? Hij heeft de opgave een essay te schrijven en gaf zo al enkele overwegingen prijs.


Frits Horvers, voorzitter van CAST, sloot de avond en daarmee het jaarprogramma van CAST af. Hij dankte sponsoren en anderen voor hun steun en niet aflatende belangstelling en keek met goede moed vooruit naar 2010. Tot slot vroeg hij aandacht voor de nijpende situatie van de Academiestudenten in Tilburg. Zij missen door ontslagen de kans om hun studie af te ronden. Een oproep aan opdrachtgevers, ontwerpers en onderwijs om hier samen de schouders onder te zetten.

Wilt u meer weten van dit debat, bekijkt u dan de videoregistratie elders op deze website. Klik op de link videoverslag.




zie ook

> info

> videoverslag