Presentatie STADSidee
CAST in actie

Presentatie STADSidee

donderdag 07 november 2013 - Aanvang 20.00

Presentatie STADSidee
Informatie en inschrijven
Datum:
donderdag 07 november 2013
Aanvang:
20.00
Inloop:
19.30
Locatie:
Deprez, Lange Nieuwstraat 172-174, 5041 DJ Tilburg
Entree:
geen kosten

Bekijk alle STADSideeën online

Alle ingediende plannen staan op de speciale STADSidee-blog. Reageer en biedt uw hulp en ideeën aan.

Foto's

De foto's van deze activiteit kunt u hier bekijken.

Bundel downloaden of papieren exemplaar aanvragen

De publicatie wordt kostenloos beschikbaar gesteld. U kunt deze hier downloaden of aanvragen.

Verslag en reflectie STADSidee

Door: Anne Seghers

De liefde voor de stad spat er vanaf en de betrokkenheid is groot. Tilburgers gaven enthousiast gehoor aan de oproep van CAST om stadsideeën in te zenden. Bijna veertig ideeën werden de afgelopen maanden ingediend, variërend van prille, wilde dromen tot gerijpte projectvoorstellen. Deze oproep kwam niet uit de lucht vallen. CAST had gesignaleerd dat er een veelheid aan goede ideeën broeide in de stad. Met het project STADSidee wilde CAST deze plannen een gezicht geven, een podium bieden en de mogelijkheid aanreiken om aan te haken bij andere goede ideeën of bij reeds bestaande projecten en geldstromen. Op 7 november werden de ideeën in een stadsbundel officieel gepresenteerd aan de stad en overhandigd aan wethouder Joost Möller.

Verbindingskracht

Deze opzet van CAST blijkt te werken. Want tijdens de podiumronde waarin vijf ideeën uitgelicht werden, ging de Tilburgse verbindingskracht meteen van start. Zo legde Ton Jacquot, werkzaam bij een woningcorporatie en bedenker van het voorstel Camping Voetbal meteen de verbinding met het idee Deelbus van Maarten Obbens. Dit idee betreft een speciaal opgetuigde voorzieningenbus met faciliteiten als een bibliotheek, buitenkeuken, ruilmuur, loungehoek en een loketfunctie voor informatieve diensten van de gemeente en GGD. Toen Obbens aangaf dat het verwerven van een bus de eerste stap was richting realisatie van de Deelbus, vulde Jacquot aan dat zijn corporatie nog een bus had staan die nauwelijks gebruikt werd. De eerste lijntjes waren gelegd. En bij het voorstel Gevelplakkaten Textielindustrie van Thea Veel, een idee om met gevelbeschilderingen het verleden van de meer onbekende en verborgen textielpanden bloot te leggen, reageerde een vertegenwoordiger van de Heemkundekring enthousiast dat hij hier wel kansen in zag en betrokken wilde zijn bij een vervolg. De open houding van Tilburgers om samen te werken en plannen te verbinden, vormt een goede humuslaag waarop de stadsideeën kunnen rijpen en groeien.

Rode draden

Het scala aan verbindingsmogelijkheden is niet het enige dat de inzendingen met elkaar gemeen hebben. Wat opvalt is dat veel voorstellen bestaande locaties beter of anders willen gebruiken. Deze ideeën lopen uiteen van het versterken van bestaande stedelijke structuren, het verbinden van losse plekken tot grotere routes, het opwaarderen van reeds aanwezige stukjes stad of het meervoudig gebruiken van locaties die on(der)benut zijn. Een bijkomend voordeel van dit ´hergebruik van de bestaande stad´ is de grote mate van haalbaarheid. De basis van ideeën is immers al aanwezig in de stad, enkel een nieuwe gebruiksvorm, een verbinding, een nieuw licht erop zorgt dat plekken kunnen uitgroeien tot een nieuwe, grotere en betere betekenis voor de stad.
Wie door de bundel ideeën bladert, ziet daarnaast al snel dat veel ideeën ´groen´ inzetten om bij te dragen aan een fijnere leefomgeving. Hierbij is het opmerkelijk dat de ideeën verder gaan dan enkel het vergroenen van stedelijke ruimtes; bijna alle groenplannen stellen voor om programma toe te voegen aan het groen. Zo is er educatief groen, eetbaar groen, ontspanningsgroen, sportgroen, ontmoetingsgroen en vakantiegroen terug te vinden in de ideeënbundel. Tilburg mag in de statistieken dan wel naar voren komen als zeer groene stad, toch wordt dit door de bewoners niet zo beleefd. Daarom is de insteek om programma te koppelen aan groene ruimtes zeer waardevol want zo laden deze plekken zich op met extra betekenis voor de stad.

Een andere overeenkomst tussen de ingezonden stadsideeën is de aandacht voor lokale identiteit. Veel voorstellen zetten in op het zichtbaar en beleefbaar maken van typisch Tilburgse eigenschappen. De ideeën laten zien Tilburgers het belangrijk vinden dat hun straten, gevels en pleinen ´Tilburg´ ademen. Daarmee wordt een stad meer van de mensen zelf, wat betrokkenheid kan vergroten en buurtgevoel kan versterken.

Context en kanttekeningen

Hoewel de Tilburgse ideeën uiterst rijk en voedzaam zijn, blijkt de praktijk om tot realisatie te komen weerbarstig. Dat valt te zien in de vele bewonersinitatieven en bottom-up projecten die in Nederland en omringende landen opkomen. Denk aan het Broodfonds, een collectieve arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandig ondernemers, of coöperatieve energie-opwekkers als de Windcentrale, waarbij eenieder een stukje windmolen kan kopen, een Winddeel. Het is logisch dat er in deze tijd zoveel aandacht is voor bottom-up projecten. De economische crisis heeft de maatschappij immers veranderd. De vanzelfsprekendheid waarmee veel projecten en diensten door de overheid en de markt werden uitgevoerd, is snel aan het verdwijnen. Daarmee komt er - letterlijk en figuurlijk - meer ruimte voor initiatieven van onderop. Hierdoor is het evident dat een groei plaatsvindt van individuen die zich groeperen rond gedeelde belangen, visies en activiteiten. Waarden als duurzaamheid, eerlijkheid en authenticiteit zijn hierbij zeer belangrijk - als reactie op de nietsontziende drang naar winstmaximalisatie van de jaren vóór de crisis. Er is sprake van een heuse beweging van het ‘ik’ naar het ‘gelegenheids-wij’. En de hedendaagse communicatiemiddelen en sociale media onderstrepen en faciliteren dat. Zij maken het immers mogelijk dat iederéén iets op de agenda kan zetten en gehoord kan worden.

Nu dit gelegenheids-wij zich op verschillende plekken in Nederland en daarbuiten manifesteert, worden niet alleen de sterke kanten van bewonersinitiatieven zichtbaar, maar ook de zwakke plekken. Deze zwakke plekken betreffen de manier waarop veel Nederlandse bottom-up projecten georganiseerd en gefinancierd zijn. Veel Nederlandse initiatieven zijn afhankelijk van subsidies of overheidsbijdragen. En daarnaast is de organisatievorm meestal erg informeel of afhankelijk van andere organisaties met zeggenschap, zoals gemeenten of corporaties. In deze gevallen ontstaat er vaak frictie. Want veel bottom-uppers geloven in het idee wie doet, bepaalt waarbij betrokkenheid, inzet, lokale wortels en onafhankelijkheid belangrijke pijlers zijn. Maar bij financiële afhankelijkheid van subsidie- of overheidsgeld komen initiatiefnemers vaak - ongewild - snel terecht in de ´oude´ wie betaalt, bepaalt-gedachte. Subsidieverstrekkers en gemeentelijke geldschieters willen immers vaak inspraak in het plan en zeggenschap over de besteding van het geld.

Perspectief over de grens

Een kijkje over de grens opent nieuw perspectief. In Berlijn lieten twee bewoners hun oog vallen op een braakliggend terrein in de buurt. Hun idee was om hier een stadslandbouwproject op te starten, de Prinzessinnengarten. Ze richtten een organisatie zonder winstoogmerk op en sloten een overeenkomst voor tijdelijk gebruik met de beheersorganisatie van de grond. De bewoners hadden goed nagedacht over een werkend businessplan, want ze dienden grofweg 2000 euro huur per maand neer te tellen voor de grond. Met dit gegeven werkten de bewoners het stadslandbouwidee uit tot een project met een sociale oriëntatie en een duurzame, onafhankelijke economische basis. Ze zetten samenwerkingsverbanden op met lokale ondernemers, het arbeidsbureau, welzijnswerk en educatieve instellingen. De Prinzessinnengarten organiseerde zo niet alleen een enorm draagvlak, maar zorgde ook voor een eigen café-restaurant, educatieve activiteiten en recreatieve projecten waardoor het volledig zelf-bedruipend is. Toen een mogelijke verkoop van de grond een einde dreigde te maken aan het project, bleek het draagvlak bij omwonenden en samenwerkingspartners een sterke uitgangspositie te bieden, waardoor regels, planvorming en politiek ineens buigzaam werden. En inmiddels lijkt de tuin een permanente toekomst tegemoet te gaan.

Bewonersinitiatieven als serieuze stedelijke partners

Met een dergelijke aanpak kunnen ook Nederlandse bottom-uppers zich bestendigen richting de toekomst. Hoewel dit zeker het een en ander vraagt - initiatieven moeten zich organiseren en voorzien in een eigen economische basis - biedt dit onafhankelijkheid en zelfstandigheid. Een bottom-up project wordt dan een vorm van sociaal ondernemen in plaats van een initiatief dat afhankelijk is van overheidsmiddelen. En dat zal enkel de positie van kleinschalige initiatieven versterken: een project kan dan doorgroeien tot een serieuze en duurzame kracht in de stad, in plaats van te worden neergezet als een tijdelijk vluggertje tot de grote, traditionele partijen weer voet aan de grond hebben.

Het doen uitgroeien van bewonersinitiatieven tot volwaardige partner in de stad vraagt wel een verandering van de stadsplanning. Bottom-up initiatieven moeten zeker niet volledig in de plaats komen van de top-down visies, maar ze moeten elkaar aanvullen. Het zijn beide uitersten met elk hun minpunten. Zo gebeurt het dat in stadsplanning waarin alleen de top-down benadering voorkomt de visie op de stad vaak overschaduwd wordt door marktgedrevenheid. En door de kleinschalige toepassingen en het ad-hoc karakter van de meeste bottom-up initiatieven blijven dit incidenten of zeer tijdelijke ingrepen. Dus om tot een stedenbouwkundige win-win tussen beide vormen te komen, zullen ze zich anders tot elkaar moeten verhouden. Daartoe zullen de top-down plannen flexibeler moeten zijn en ook ruimte moeten bieden aan succesvolle bottom-up projecten om door te groeien en hier de planvorming op aan te passen. Daarentegen moeten de bottom-up projecten zich weren voor een al te groot ad-hoc karakter; ze moeten zoeken naar manieren om ook op grotere schaal betekenis te verlenen aan de stad. Want pas in deze stedenbouwkundige synthese tussen top-down en bottom-up liggen de kansen; pas dan zullen ze de innige danspartners zijn die de stad kunnen veranderen.

Leestip:
- Mariska van den Berg heeft verschillende bewonersinitiatieven in de publieke ruimte onderzocht in Nederland, België, Frankrijk en Duitsland. Haar onderzoek bekijkt zowel de drijfveren van de initiatiefnemers, als het proces, organisatievormen en de ontwikkeling van de projecten. www.bottom-up-city.com

 

Terugblik op de workshop - zaterdag 7 september

Durf te delen! Dit was de belangrijkste les voor initiatiefnemers op de workshopdag van STADSidee. Op zaterdag 7 september kwamen achttien indieners van een idee naar het Deprezgebouw. Twaalf professionals stonden klaar om hen van advies en tips te voorzien. Regelmatig wisselden ook de petten en werden ideeën en ervaringen uitgewisseld. 

> Lees hier het volledige verslag en bekijk de foto's

 

 

Dit programma valt onder de volgende programmalijn:

Terug naar overzicht
Agenda
architectuurgids Architectuurgids

Bestel online de architectuurgids midden-brabant of bekijk hem online.

Lees meer
CAST
Blijf op de hoogte

En schrijf u vandaag nog in voor onze CAST nieuwsbrief.