Rust en Reuring: Wat is het ‘iets’ dat plekken aantrekkelijk maakt?
CAST in actie

Rust en Reuring: Wat is het ‘iets’ dat plekken aantrekkelijk maakt?

maandag 28 mei 2018

Rust en Reuring: Wat is het ‘iets’ dat plekken aantrekkelijk maakt?

Nienke van Boom - adviseur/onderzoeker vrije tijd, stedelijke cultuur en gebiedsontwikkeling

Tekst uitgesproken tijdens de thema-avond ‘Rust en Reuring’, georganiseerd op 24 mei 2018 door CAST (Centrum voor Architectuur en Stedenbouw Tilburg).

Rust en reuring maken samen de stad. Voor veel mensen betekent een aantrekkelijke stad dat er ‘iets’ te doen is. Maar, zo leert de situatie in Amsterdam, Venetië en Barcelona ons, ‘iets’ kan ook ‘te veel’ worden. Aantrekkelijkheid suggereert een balans, maar waar ligt deze? Wat is het ‘iets’ dat aantrekkelijke plekken zo aantrekkelijk maakt?  Ik zal een poging doen om dit te ontrafelen.

De eerste vraag die je dan moet stellen is: aantrekkelijk voor wie? Voor toeristen, bezoekers, bewoners, bedrijven? Voor de creatieve klasse, expats, migranten of zelfs dak- en thuislozen? Voor de Amsterdamse binnenstad betekent een plek die aantrekkelijk is voor de toerist, voor de bewoner vaak juist een plek om te vermijden. Maar dat speelt in Tilburg een stuk minder, hooguit op piekdagen zoals tijdens Carnaval of de Tilburgse Kermis. Daarom concentreer ik me hier op een inclusieve benadering: aantrekkelijk voor een breed publiek van bewoners en bezoekers.

Wat is aantrekkelijk?
De vervolgvraag is dan wat we bedoelen met aantrekkelijk. Voor mij is een aantrekkelijke plek een plek waar je graag wilt zijn. Waar je je prettig voelt. En die uitnodigt om even stil te staan, te zitten, of terug te komen. In de afgelopen jaren heb ik voorbeelden verzameld van aantrekkelijke plekken, historische en hedendaagse. En de patronen die daarin te ontdekken zijn, wil ik vanavond met u delen.

Stadshistoricus Donald Olsen (1986) heeft eens geschreven over wat hij noemt ‘de perfecte straat’. Hij verwijst hierbij naar de boulevards die stadsplanner Eugene Haussmann in het Parijs van de 19e eeuw heeft aangelegd. Haussmann combineerde de kwaliteiten van oorspronkelijke groene promenades van buiten de stadmuren met de levendigheid en diversiteit van het binnenstedelijk leven. Bomen, brede trottoirs en terrassen maakten deze plekken aangenaam. Woningen, winkels en horecavoorzieningen lagen verweven in deze straten, waardoor deze het terrein werden van een grote diversiteit aan mensen. In deze combinatie van fysieke context, divers programma en daarmee een divers publiek, zit volgens mij de sleutel tot het begrijpen van aantrekkelijke plekken.

Allereerst die fysieke context. Aantrekkelijke plekken zijn vaak relatief open plekken: pleinen of parken, op kruispunten waar straten of paden samen komen. Het zijn veelal groene plekken, met bomen en planten, met ruimte om te zitten op bankjes, trappen of gras. En er is vaak sprake van een bepaalde aankleding: een kunstwerk, vrolijk vormgegeven bènkskes, een fontein. Niet alleen om naar te kijken, maar ook om mee te spelen. Hier kom ik zo op terug.

Sociale dynamiek
Een tweede element is een bepaalde sociale dynamiek. Op plekken waar we graag verblijven zijn vaak anderen te vinden. Andere mensen die met hun aanwezigheid onderdeel uitmaken van het theater van de straat. De dichter Baudelaire (1863) noemde het belang van anderen al in zijn werk over de flaneur: ‘the crowd is his element’.

 

“The crowd is his element, as the air is that of birds and water of fishes. (…)

For the perfect flaneur, (…), it is an immense joy to set up house in the heart of the multitude, amid the ebb and flow of movement, in the midst of the fugitive and the infinite.”

 

De flaneur is niet alleen een passieve gebruiker van de ruimte, maar maakt er juist onderdeel van uit. Daarmee wordt hij of zij veelal gezien als symbool voor het belang van menselijk verkeer voor de kwaliteit van de stedelijke beleving.

Maar in die sociale dynamiek gaat het ook vaak mis: soms is die ander te dominant aanwezig. Bijvoorbeeld omdat een plek geclaimd wordt door een bepaalde groep. Dan wordt zo’n plek een huiskamer voor de een, maar voelt de ander zich daardoor juist niet meer thuis. Dat zien we als plekken te toeristisch worden bijvoorbeeld, maar ook wanneer hangjongeren of juist hangouderen een plek gaan domineren. Maar dat zien we ook op plekken waar de nadruk ligt op één type activiteit: een monocultuur van winkels, of horeca. Dan is die plek alleen maar aantrekkelijk als je portemonnee het toe laat. Hier zit dus de uitdaging: hoe zorg je voor een sociale dynamiek die in balans is?

Het alledaagse programma
Dat brengt mij op het laatste punt: het programma. In een aantrekkelijke stad is ‘iets te doen’. Evenementen, groot en kleinschalig, spelen daar een belangrijke rol in. Maar ook in het alledaagse valt hier wat te winnen. Een divers publiek wordt aangetrokken door een diversiteit of mix aan functies of activiteiten. Als we kijken naar plekken in Tilburg waar mensen willen verblijven, dan zijn dat plekken waar veel verschillende dingen gebeuren. Waar mensen lopen of fietsen; wachten op een bankje, trap of plantenbak; waar je bekenden of onbekenden kunt ontmoeten; waar je kunt uitrusten van je winkelrondje, of toe kunt kijken hoe je eigen of andermans kinderen spelen.

Dat programma hoeft dus niet altijd groots te zijn, maar kan ook schuilen in subtiele dingen. In verrassende interventies die uitnodigen om even stil te staan, te kijken, of de interactie aan te gaan. Gekleurde stoeptegels die uitnodigen tot een hinkelspel, of onvoorspelbare fonteinen waar je met mooi weer doorheen kunt rennen. Zitjes met uitzicht op het theater van de straat. Of een kunstwerk dat de interactie aan gaat met de toevallige passant. Wat dat betreft mogen we trots zijn dat Anish Kapoor, de grootmeester van kunst in openbare ruimte, onze stad heeft uitgekozen voor zijn Sky Mirror.

Kortom. Als we op zoek gaan naar wat plekken aantrekkelijk maakt, kom ik uit op de volgende drie elementen: fysieke context, sociale dynamiek en een divers programma. Een balans tussen weidsheid enerzijds, en stedelijke levendigheid anderzijds, met een diversiteit aan mensen en functies, die uitnodigt om te bewegen, te spelen, te ontmoeten, te kijken, te verblijven, en terug te keren. Plekken met een optimale balans tussen rust en reuring.  

 

Referenties:

-Baudelaire, Charles (1863). The Painter of Modern Life

-Olsen, Donald J. (1986). The city as a work of art: London, Paris, Vienna

Terug naar overzicht Naar de activiteit
Agenda
architectuurgids Architectuurgids

Bestel online de architectuurgids midden-brabant of bekijk hem online.

Lees meer
CAST
Blijf op de hoogte

En schrijf u vandaag nog in voor onze CAST nieuwsbrief.