'De Adembenemende Stad'
CAST in actie

'De Adembenemende Stad'

vrijdag 20 april 2018

'De Adembenemende Stad'

Foto Reyer Boxem

Het Centrum voor Architectuur en Stedenbouw Tilburg (CAST) staat in 2018 stil bij het thema Rust en reuring in de stad. In veel stadscentra wordt het steeds drukker en voller. Versterking van de dynamiek in en rond de binnenstad was lange tijd vanzelfsprekend. Hoe meer bewoners, bezoekers en toeristen, hoe meer draagvlak voor allerlei voorzieningen en hoe beter het vestigingsklimaat, zo wordt er vaak geredeneerd. Inmiddels is het bij wijze van spreken alle dagen feest in de stad. En dan moeten veel van de geplande binnenstedelijke programma’s nog worden gerealiseerd! Als opmaat voor onze activiteitenreeks rond ‘rust en reuring’ schreef publiciste Annemarie Kok een impressionistisch maar ook kritisch stuk over weldadige en knellende stedelijke situaties.

Een opgemaakte pdf-versie is onderaan deze pagina te downloaden. 
 

De Adembenemende Stad

Je praat en je praat en ik snap je haast wel.
Parkeerverbod

krant die op je foto wacht –

Maar zie je dan niet hoe fraai wij hier staan in het paallicht
terwijl de stad ronkend rust zoekt
oh zinderende avondspits!

Je praat en je praat en ik dwaal af
naar de kromming van je neus.
Maak toch geen haast in dit donker. 


Een aangenaam levendige stad herken je niet aan files op koopzondag of demonstratief spektakel. Leve de dagelijkse stad, waarin mensen, gebouwen, wegen, havens, spoorlijnen, pleinen de hoofdattractie zijn. 

De stad is een soort ongehuwd samenwonen van duizenden enkelingen, met altijd bezoek over de vloer. Daar is niet zoveel bijzonders aan: het stikt op de wereld van de steden. Maar elke stad, elk deel van een stad, elk tijdstip in een stad is anders. 

Een stad is: rust, onrust, herbergzaamheid, gevaar, vernieuwing, behoud, verlangens, belangen. Je stuit er voortdurend op de veelsoortige relaties tussen mensen - terloopse, zakelijke, affectieve. Er zijn de talrijke politieke vragen die geformuleerd, bediscussieerd en beantwoord moeten worden. En er is de ‘beleving’ van de stad. Soms een min of meer gedeelde beleving. Vaak een allerindividueelste beleving. (Wat je opvalt en wat niet, hoe je kijkt naar wat je ziet: dat hangt af van waar je vandaan komt, wat je weet en zoal doet, wat je zou willen doorgronden, door wie je je blik verruimen laat.) 


Nooit hinderen hem
onze geluiden.

Hij houdt ervan te horen
dat wij leven
de buurman.

Sinds hij dat zei
luister ik anders
om me heen. 


Als het gedrang en gedruis in (Nederlandse) steden ergens een kookpunt bereikt, herhaaldelijk en al jaren, is het in de Amsterdamse Kalverstraat. De politie vreest soms voor paniek, de winkeliersvereniging klaagt dat te veel mensen ‘doelloos’ door de straat banjeren, en ‘wie wél wil winkelen, wordt door de massa langs de etalages voortgestuwd,’ aldus onderzoeker en publicist Tracy Metz in haar recente beschouwing Vlucht naar Voren

Metz schrijft al dertig jaar over opmerkelijke veranderingen in het landschap en de stad. In 2003 verscheen haar boek Pret! waarvoor ze onderdook in de wereld van georganiseerd commercieel vertier. Die vrijetijdseconomie, betoogde ze toen, is het nieuwe sturende principe achter de ruimtelijke inrichting van ons land. Ze wees erop hoeveel leisureparken en multifunctionele stadions er verschenen aan de rand van steden, hoe in duur opgelapte historische stadscentra het funshoppen hoogtij vierde en hoe diezelfde binnensteden plek boden aan de ene na de andere parade of braderie. 

Nu, vijftien jaar later, neemt het vermaak in en rond de stad nog altijd toe, en voor aan aantal grote steden blijft het daar niet bij, laat Metz in Vlucht naar voren zien: ‘(...) met de stad gaat het goed. Heel goed. Misschien te goed. Iedereen wil in de stad zijn, die als een spons de omgeving lijkt leeg te zuigen om dan zelf uit z’n voegen te barsten. Studenten uit binnen- en buitenland, starters die hier hun carrière beginnen en een partner hopen te vinden, expats en laptopnomaden, vitale empty-nesters die de saaie villawijk en het onderhoud aan de tuin zat zijn (...), welgestelden en ultrarijken die er een tweede of zoveelste woning bezitten. En, in overweldigende aantallen, toeristen.’ 

In Nederland moeten vooral Amsterdam en Utrecht geloven aan ‘het managen van het teveel’, zoals Metz het noemt. Maar ook Groningen (ruim tweehonderdduizend inwoners) kan erover meepraten: ‘De stad is zo populair geworden dat er inmiddels sprake is van een volstrekt overspannen woningmarkt. We zullen plannen moeten versnellen en op zoek moeten naar extra planruimte,’ meldt de nieuwe gemeentelijke toekomstvisie getiteld The next city

Hedendaagse beleidsrapporten zetten grote steden vaak neer als alleskunners: de stad als imponerend superlichaam dat zijn brandstof put uit een ‘innovatieve economie’ en uit ‘de kracht van de lokale samenleving’. Het wemelt in zulke nota’s van energieke termen als ‘smart urban transformation’, ‘inclusive, vibrant and accessible urban communities’, ‘transdisciplinariteit’, ‘stakeholders’ en ‘co-creatie’.

Agenda Stad, een verbond van steden, de rijksoverheid en maatschappelijke partijen dat ‘groei, leefbaarheid en innovatie in het Nederlandse en Europese stedennetwerk’ wil bevorderen, ademt op zijn website ook die typerende voortvarende geest: ‘Wereldwijd staan steden voor een aantal flinke nieuwe uitdagingen zoals energietransitie, klimaatverandering en gezond stedelijk leven. Slimme steden, de winnaars van morgen, slagen erin de economische voordelen van de stad op een intelligente wijze te koppelen aan deze grote maatschappelijke uitdagingen’. 

En: ‘Steden zijn internationaal ook steeds scherper met elkaar in concurrentie. Internationaal zal Nederland alleen een rol van betekenis kunnen blijven spelen als we de slagkracht van ons stedennetwerk, van dicht bij elkaar gelegen kleinere steden, zo goed mogelijk weten te versterken en benutten.’ 

Aan schone ambities geen gebrek. Maar wat ‘een rol van betekenis’ inhoudt, en hoe de begeerde groei bijdraagt aan ontspannen, humaan samenleven, dat blijft in dergelijke verhalen troebel. 

De geciteerde beleidstaal sluit aan bij het aloude complimenteuze beeld van de grote stad als motor, als een ‘broedplaats’ van allerlei nuttigs en inspirerends. Laten we echter niet vergeten dat er ook bescheiden maar daarom niet minder bekoorlijke steden bestaan. Lusteloos ogende steden (of wijken) waar niettemin met plezier wordt gewoond. Noodlijdende, krimpende steden. ‘Winnaars’ zullen het wel nooit worden. Maar hebben ze daarom geen betekenis? En hoe heilzaam is die verhitte strijd tussen steden? Heilzaam voor wie? 


Je kunt naar Pinkpop.
Je kunt naar Pinkpop kijken op tv.
Je kunt ook aanlopen in laat licht
zon onder je huid tegen
lome tonen van jazz.

Het spel verscholen achter beuken
gemengd met de sound van vogels, klokken
sirenes snerpend tot ze stokken –

In het park nu bijna donker.
Je telt drie blazers
en op het gras
acht man publiek. 

‘Evenementen dragen bij aan de leefkwaliteit en economische vitaliteit. In de nota Strategisch Evenementenbeleid (2015) hebben we aangegeven hoe we onze positie als evenementenstad verder willen versterken,’ aldus nogmaals de jongste plannen van de gemeente Groningen. Deels gaat het om jaarlijks terugkerende happenings in de open lucht – van kermis tot tiendaags theaterfestival – die met veel (vracht)verkeer gepaard gaan en voor de stad ‘zo goed’ zijn omdat de bezoekers royaal geld achterlaten in winkels, parkeergarages en horeca. Of (groei van) zulk amusement nog wel wenselijk is gezien de eerder genoemde nationale beleidsdoelen ten aanzien van klimaat, energie en gezondheid is een vraag die zelden wordt gesteld. De stad zal bruisen, koste wat kost. 

Dat de focus op economische, culturele en sociale levendigheid niet louter tot genoeglijke situaties leidt, is intussen in menige stad ook buiten de traditioneel drukbezochte plekken merkbaar. Soms voelt de openbare ruimte ook daar benauwd aan, doordat winkeliers, caféhouders, bewoners of organisatoren van festiviteiten bezit nemen van trottoirs en groene zones. ‘Niet alleen in het klein geeft de overheid de macht over stoepen, perkjes en straatmeubilair aan de eerst roepende, ook in het groot vermarkt zij de publieke ruimte. Zo zijn het Oosterpark en het Flevopark de afgelopen jaren meermaals tijdelijk op slot gegaan in verband met verhuur aan commerciële ondernemingen’, signaleerde vorig jaar schrijver Stephan Steinmetz in het buurtblad van zijn Amsterdamse wijk. 

Dat het kennelijk niet meevalt om tegen uitwassen van stedelijke ‘reuring’ op te treden, is verklaarbaar. Het heeft ermee te maken dat politieke partijen van links tot rechts in de afgelopen decennia steeds meer wilden overlaten aan ‘de markt’ en ‘de samenleving’: landelijk én lokaal wordt de overheid tegenwoordig beschouwd als slechts één van de maatschappelijke spelers - niet meer als de hoeder van publieke belangen bij uitstek. 

Zoals bekend zijn vele overheidstaken ‘verzelfstandigd’ of geprivatiseerd, dan wel in handen gelegd van burgers zelf. Rijk en gemeenten hebben zodoende minder deskundigheid in huis en zijn minder geneigd tot het maken van doortimmerde plannen. Ruimtelijk en sociaal beleid zou maar het beste ‘van onderop’ en van geval tot geval vorm kunnen krijgen. Het democratische belang van politiek-ambtelijke visievorming en open debat legt het daardoor nogal eens af tegen het geloof in ‘lokaal maatwerk’ en de ‘eigen kracht’ van mensen.  

Al met al is de vraag die zich nu opdringt: hoe kan een stimulerend stedelijk leven standhouden (of van de grond komen) als op politiek- bestuurlijk niveau de menskracht, de ideeën, de kennis en de instrumenten ontbreken om de uiteenlopende gebruikswijzen van een stad, een florerende economie en ieders recht op een draaglijk bestaan zorgvuldig op elkaar af te stemmen? 

Hoe je het ook wendt of keert: land, stad, bedrijfsleven en burgers zijn gebaat bij hoogwaardig openbaar bestuur. En daarom zou het debat over ‘rust en reuring in de stad’ vooral ook moeten gaan over wat we dáár anno 2018 onder verstaan. 

 

Annemarie Kok schrijft gedichten en is onderzoeker/publicist op het gebied van sociale cohesie en openbaar bestuur. In 2017 verscheen bij Trancity-Valiz haar essay ‘Binding genoeg. De stad en het geheim van aangenaam samenleven’, verkrijgbaar als boekje en als gratis e-pub. Meer informatie op www.annemarie-kok.nl  

Bijlagen
Terug naar overzicht Naar de activiteit
Agenda
architectuurgids Architectuurgids

Bestel online de architectuurgids midden-brabant of bekijk hem online.

Lees meer
CAST
Blijf op de hoogte

En schrijf u vandaag nog in voor onze CAST nieuwsbrief.