"De kerken zijn de Peerke Dondersessen van de historische Tilburgse hoogbouw"
CAST in actie

"De kerken zijn de Peerke Dondersessen van de historische Tilburgse hoogbouw"

donderdag 26 februari 2015

CAST besteedt in 2015 aandacht aan een groeiend vraagstuk voor stad en provincie: het transformeren en herbestemmen van religieuze gebouwen. Veel kerken staan leeg, en daar komen er meer bij: de komende jaren worden in het Bisdom Den Bosch ongeveer honderd kerken aan de eredienst onttrokken. De katholieke identiteit van Tilburg is veranderd, wat betekent dat voor de stad? En wat betekent dat voor de bijbehorende gebouwen? Wat komt er voor in de plaats?
Sprekers waren Paul Spapens, William Arfman en Jasper van Deurzen.

Paul Spapens sprak onderstaande tekst uit.

"De kerken zijn de Peerke Dondersessen van de historische Tilburgse hoogbouw"


Er waren verweesde madonna’s door Tilburg. Mooie jonge vrouwen gehuld in hemelsblauwe mantel afgezet met hermelijn. Een gouden kroon met edelstenen op het golvend blond haar. In de rechterhand een scepter. Op de linkerarm torsen ze een kind, een mollig jongetje, ook gekroond en in een hand een wereldbol als typisch speelgoedje voor dit kindje, dat immers Jezus is, als koning ter wereld gekomen in een stalleke in Bethlehem.

De verweesde madonna’s zwerven door Tilburg op zoek naar een onderkomen. Ik noem ze asielmadonna’s en het meest geschikte onderkomen voor hen is een vluchtkerk voor Mariabeelden en de beelden van de talloze andere heiligen van de katholieke kerk, de sint petrussen, de sint jozeven, de sint cornelissen, de sinte anna’s en de sinte Seesilia’s. Voor een goed begrip, de katholieke kerk telt 25.000 heiligen en er is er eentje in aantocht: Peerke Donders, die het nu nog moet stellen met het zalig statuut.

Tentoonstelling religieuze voorwerpen
De verweesde madonna’s zwerven door Tilburg omdat ze geen dak meer boven hun hoofd hebben door het sluiten van de kerken waar ze vaak al generaties thuis zijn. Als een kerk sluit, moet er een andere bestemming worden gevonden voor het interieur. De wegen daaromtrent zijn voor de meeste mensen ondoorgrondelijk. Het is heel erg hard nodig dat de verantwoordelijken voor de sluiting van de kerken daar veel meer inzicht en openheid in zouden geven. Daar hebben op zijn minst de parochianen recht op. Maar feitelijk iedereen, in dit geval alle Tilburgers omdat veel onderdelen van het interieur vaak schenkingen zijn geweest van gelovigen. Het is niet meer van deze tijd om al die religieuze voorwerpen en kunstvoorwerpen zomaar ffkes weg te toveren. Als straks weer een heel stel kerken gaat sluiten stel ik me een tentoonstelling voor waarop de Tilburgers afscheid kunnen nemen van hun patrimonium.

Op diezelfde expositie staan uiteraard de kunstvoorwerpen die in de stad blijven. Je zou voor de aardigheid eens een kijkje moeten gaan nemen in de kerk van Korvel om je daar te verbazen over de enorme culturele rijkdom. Dat dit allemaal uit Tilburg zou verdwijnen vind ik niet te bevatten. De discussie over de herbestemming van de kerken moet volgens mij ook gaan over de interieurs.     

Op diezelfde expositie zijn voorbeelden te zien van eerdere herbestemmingen van Tilburgse kerkinterieurs, zoals dat van de kerk die oorspronkelijk in deze multifunctionele accommodatie De Poorten was gevestigd. Onder de naam O.L. Vrouw van de Allerheiligste Rozenkrans werd deze kerk in 1898 ingewijd. Exact een eeuw later werd de kerk onttrokken aan der eredienst. Na een brand in 2003 herrees het gebouw in 2005 als De Poorten. Een interessant detail is de modern vormgegeven vieringstoren hier boven op het dak. Dit lijkt een detail, maar het is in de Tilburgse context een architectonische toevoeging van de eerste orde; hiermee wordt de oorspronkelijke, door kerktoren en schoorstenen gedomineerde skyline van de stad mee in stand gehouden.

Maria uit de Hasseltsekerk
Het interieur van deze kerk, nu de Poorten, is bijna in zijn geheel overgebracht naar de St. Martinuskerk van Sint-Oedenrode. Dus als je nog eens een goed beeld wil hebben van hoe de kerk van de Hasselt er ooit van binnen heeft uitgezien moet je daar eens gaan kijken. Echter, één beeld is nooit die kant op gegaan en dat is het Mariabeeld. Het staat in de Vredeskerk en als saillant, typisch Tilburgs detail mag worden vermeld dat het gekroond is met een kroontje van het Mariabeeld van de Hasseltse kapel.

Er was geen denken aan dat dit Mariabeeld naar Sint-Oedenrode zou mee verhuizen. No way! Het Mariabeeld werd door de Hasselt rondgedragen tijdens processies. Kindjes werden na hun doop voor dit beeld aan Maria opgedragen. Huwelijken werden na de kerkelijke inzegening voor dit beeld onder bescherming van Maria gesteld.

Ontelbaar veel kaarsjes zijn bij dit beeld gebrand door gelovigen die hun hart kwamen luchten bij Maria en haar om hulp en bijstand vroegen. Dit Mariabeeld is niet zomaar een Mariabeeld van dertien in een dozijn, het is een met diepe emoties overladen beeld. En dat doe je niet weg, dat hou je zo dicht mogelijk in de buurt zodat de oorspronkelijke parochianen er nog steeds kracht en troost bij kunnen vinden. Zoals gezegd staat het nu in de Vredeskerk, maar ook deze kerk gaat dicht. Het Mariabeeld van de Hasselt zal zich dan aansluiten bij de groeiende processie van Asielmadonna’s die op zoek zijn naar een vluchtkerk. Bij deze processie sluiten zich onder meer ook aan de Mariabeelden uit de kerk van Broekhoven. Deze kerk mag je momenteel met recht en reden de vluchtkerk voor Asielmadonna’s van Tilburg noemen. Hier vind je de Mariabeelden van de parochies Pius X, Fatima en Lourdes.

Ook zij raken ontheemd. Gezien de relaties tussen deze beelden en de vroegere parochies en parochianen pleit ik er voor om in Tilburg een ruimte te zoeken waarin deze Asielmadonna’s verzekerd zijn van een behouden huis, nu en in de toekomst. Zij kunnen daar gezelschap krijgen van de heiligenbeelden die nu nog in groten getalen voorkomen in de woonkamers of op de zolders van ouderen. Deze beelden zijn ooit de materiële uitdrukking geweest van een persoonlijk vertrouwen in de een of andere heilige. Sterft deze generatie uit dan is de kans groot dat de beelden weg worden gegooid, terwijl er vaak zeer persoonlijke verghalen aan zijn verbonden. Laten we deze beelden inzamelen, de verhalen optekenen en een nieuw leven geven in een heiligenasiel, samen met de Asielmadonna’s en andere voor Tilburg belangrijke heiligenbeelden en kunstvoorwerpen uit de Tilburgse kerken die gesloten gaan worden.        

Materieel en immaterieel erfgoed
Hiermee komen twee zaken bij elkaar: een voorbeeld van herbestemming van een Tilburgse kerk – materieel erfgoed – en immaterieel erfgoed, onder meer de verhalen en de betekenis die het katholieke geloof ooit in Tilburg heeft gehad. Ook al is er sprake van een bijna complete ontkerkelijking en ook al heerst in de samenleving over het algemeen een zeer kritische houding naar het christelijke en het katholieke, in de geschiedenis van Tilburg kan de rol van de katholieke kerk niet worden genegeerd. Dankzij de inwoners van Udenhout en Berkel-Enschot is Tilburg nu een stad van ruim 200.000 ingezetenen, liefst de zesde stad van het land. De stad zoals we die nu kennen is voor een groot deel tot ontwikkeling gekomen in een tijd dat de Tilburger tot in het kleinste vezeltje was doordrenkt van het katholieke. Het was dezelfde tijd van de talloze fabrieken met de sheddaken en de schoorstenen en de kerken die toen allemaal zijn gebouwd. De textiel- en wolindustrie en de katholieke kerk waren de pijlers onder deze zich sterk ontwikkelende gemeenschap toen de basis is gelegd voor het hedendaagse Tilburg. Hoe de kenmerkende skyline van het Rome van Nederland er uitzag is te beluisteren in het in 1938 door pater Piet Heerkens geschreven Tilburgs volkslied:

‘k Zie oe daor zo gère ligge,
Tilburg, waor ‘k geboore ben,
Mee oe kerken, oe febrieke
Waor ik iedere lijn van ken.
‘k Zie zo gèren al die toorens,
Mee d’r kruise fier in top,
’t blauw deurboore naost de schaawe
Mee d’r pluimen om d’r kop.

De ‘schaawe mee d’r pluimen om d’r kop’ zijn goeddeels verdwenen; er resten nog maar weinig fabrieksschoorstenen of originele fabrieksgebouwen, althans in vergelijking met wat er allemaal ooit is geweest. Een van de verdwenen schoorstenen was die van de fabriek van Pieter van Doorn. Deze fabriek stond langs de weg naar Hilvarenbeek op de plaats waar zich nu het Sint Elisabeth ziekenhuis bevindt.

De eerste bouw werd gerealiseerd in 1826. Een jaar later plaatste Pieter van Doorn een stoommachine, de eerste in Tilburg. In 1972 viel het doek voor deze fabriek. Er waren plannen om dit industriële monument te behouden. Maar in een daad van bestuurlijk vandalisme liet het gemeentebestuur van Tilburg het in een onbewaakt ogenblik slopen. Een daad van onvoorstelbare culturele vernielzucht ten gunste van de belangen van andere partijen. Een ander pijnlijk voorbeeld van de manier waarop in die tijd het stadsbestuur omging met het erfgoed was de sloop in 1971 van het oude raadhuis. Een rijksmonument nota bene. Tegen de zin in van alle Tilburgers notabene. Aan de kwestie van de fabriek van Pieter van Doorn heeft Tilburg een monumentenbeleid overgehouden. Maar dat wil niet zeggen dat de kerkgebouwen die aan de eredienst worden onttrokken daarmee verzekerd zijn van behoud. In eerste instantie wel natuurlijk – ze zijn beschermd -, maar de geschiedenis van Tilburg laat nu eenmaal helaas zien dat daarmee de toekomst niet is verzekerd.

Peerke Donders
Juist voor het behoud van de kerken met hun torens moeten we ons nu sterk maken omdat dat andere deel van de oorspronkelijke skyline – de fabrieksschoorstenen – voor een aanzienlijk deel is verdwenen. Daarmee staan de kerken alleen nog zichtbaar en boven veel uittorenend als representanten van wat eens Tilburg was, een materiële uitdrukking van hoe Tilburgers dachten en geloofden, hoe deze stad ooit tot ontwikkeling is gekomen. In die zin kun je de kerken van Tilburg de Peerke Donderssessen van de hoogbouw van Tilburg noemen.

Peerke Donders is de bekendste Tilburger ooit. Geboren in het begin van de negentiende eeuw wist hij zich tot op de dag van vandaag met glans te handhaven omdat hij de verpersoonlijking was én is van een niet onbelangrijk deel van de Tilburgse identiteit. Peerke Donders staat voor veel Tilburger voor meer dan alleen zalig, katholiek of missionaris, hij staat ook voor het verleden van de talloze textielarbeiders, hun noodruft, werklust en vertrouwen.

Hij geeft uitdrukking aan de relatie met Suriname en de Surinaamse gemeenschap in Tilburg, aan de mondialisering en de multiculturalisatie. En dan geeft zijn persoon betekenis aan wat in het voor hem gebouwde museum in Tilburg-Noord de Werken van Barmhartigheid worden genoemd. Dit klinkt nogal archaïsch, maar als je ziet dat ‘de hongerigen voeden’ wordt verbeeld door de fiets van Broodpater Gerrit Poels dan weet je dat  De Werken van Barmhartigheid ook iets van deze tijd is – het is een universeel stelsel van zorg hebben voor elkaar. Elke cultuur, elke religie in Tilburg zet zich daar voor in.

Tilburgers maken de stad
Als de kerken van Tilburg de Peerke Dondersessen zijn van de hoogbouw in Tilburg en je kent de betekenis van Peerke Donders in de tegenwoordige tijd dan geeft dat volgens mij de denkrichting aan voor de herbestemming van de kerken. Geef deze gebouwen zoveel mogelijk een tweede leven in de hedendaagse Tilburgse samenleving. Daarmee doe je recht aan het verleden en breng je een relatie tot stand met het Tilburg van anno 2015, dat veelkleurig is, multicultureel, multireligieus, dat in vrijwel elke Tilburger een rechtstreekse relatie heeft met mensen in het buitenland.

Het gestalte geven aan zo’n herbestemming vraagt om af te durven wijken van het bestaande. Maar dat kun je de Tilburgers wel toevertrouwen. Juist in deze stad is zelf een plan trekken een wezenlijk onderdeel van de identiteit. Het grote succes van de Tilburgse kermis is daar het beste voorbeeld van. In aanleg is elke kermis hetzelfde. Een gemeente verleent een vergunning, de exploitanten komen met hun attracties en de kasteleins en de bakkers dragen er ieder het hunne aan bij.

Dat de Tilburgse kermis uit heeft kunnen groeien tot een publiekstrekker met één miljoen bezoekers komt omdat de Tilburgers steeds – en dan heb ik het al over generaties – zich door de kermis hebben laten inspireren tot nieuwe initiatieven. Door deze randversiering is de Tilburgse kermis zo groot geworden: de nostalgische kermis, de Roze Maandag, de zuip- en andere tenten, het is allemaal particulier initiatief. Haal dit weg en er blijft alleen een kaal skelet over van straten met attracties.

Tilburgers trekken hun eigen plan
Je kunt dus stellen dat de Tilburgers zelf – niet de gemeente, niet een of ander gis organisatiebureau, niet een bureau dat vegeteert op subsidies - hun kermis groot hebben gemaakt. En omdat Tilburgers in de allereerste plaats volks zijn (het grootste compliment dat ik iemand kan maken omdat volks zijn wil zeggen dat je jezelf bent), en omdat Tilburgers in de allereerste plaats volks zijn kon de kermis als het volksfeest bij uitstek hier zo goed gedijen.

Deze uitgesproken eigenheid heeft Tilburg ook nodig. Hoewel ik dat liever niet doe wil ik voor deze gelegenheid toch een korte vergelijking maken met onze buursteden Breda, Den Bosch en Eindhoven, steden waarvoor ik veel respect heb. Breda ontleent zijn kracht onder meer aan de ambtelijke banen (die gaan nooit verloren) en aan de ligging aan de as Rotterdam-Antwerpen, een van de belangrijkste economische regio’s ter wereld. Den Bosch heeft een positief imago dat ik nog geen duizend jaar kapot kan. En Eindhoven is een economische grootmacht waar ik mijn pet voor afneem. Tussen die drie buren ingeklemd ligt Tilburg. Wat heeft Tilburg aan eigens om nu en in de toekomst kracht aan te ontlenen? Die eigenzinnige kracht van we trekken ons eigen plan. Laten we dat voor ogen houden bij het herbestemmen van onze kerken. Juist van de Tilburgers mag je heel eigen ideeën verwachten. De Tilburgers zijn het aan hun stand verplicht.

Een inspirerend voorbeeld
Een goed voorbeeld van hoe dat kan uitwerken met een religieus gebouw is de viering vorig jaar van het vijftigjarig bestaan van de kapel O.L. Vrouw ter Nood. Deze kapel werd met geld dat in de week na de bevrijding onder de Tilburgers werd ingezameld gebouwd om Maria te bedanken voor het einde van de oorlog. Heel aardig om te melden is dat deze kapel van de Tilburgse architect Jos Schijvens op 9 april aanstaande officieel zal worden aangewezen als rijksmonument, samen met de schouwburg, het station en het hoofdgebouw van de universiteit.

Het gouden jubileum vorig jaar werd door de beheerstichting aangegrepen voor dusdanig veel culturele activiteiten dat gesproken werd van een Tilburgs Mariajaar. Een paar voorbeelden van de rijke culturele input: een nieuwe Mariamis werd gecomponeerd; een tentoonstelling in het Duvelhok besteedde op een indrukwekkende manier aandacht aan het verhaal van Maria tot op de dag van vandaag; door de binnenstad trok een multiculturele Mariaprocessie. Volgens mij de eerste Mariaprocessie ooit die onder deze benaming is uitgetrokken met deelnemers uit Polen, Indonesië, Suriname en de Antillen. Een inspirerend voorbeeld van zelf iets ter hand nemen. Ideeën genoeg. We doen het zelf wel, als haantje op de toren van de kerk van ‘t Heike. Verwoordt in de Tilburgse oneliner ‘nie maawe mèr doen!’

 
Paul Spapens, Moergestel 26 februari 2015.

 

Terug naar overzicht Naar de activiteit
Agenda
architectuurgids Architectuurgids

Bestel online de architectuurgids midden-brabant of bekijk hem online.

Lees meer
CAST
Blijf op de hoogte

En schrijf u vandaag nog in voor onze CAST nieuwsbrief.