Hoe klopt het Tilburgse hart?
CAST in actie

Hoe klopt het Tilburgse hart?

dinsdag 29 oktober 2013 - Aanvang 19.30

Hoe klopt het Tilburgse hart?
Informatie en inschrijven
Datum:
dinsdag 29 oktober 2013
Aanvang:
19.30
Inloop:
19.00
Locatie:
Factorium - de theaterzaal, Koningsplein 11A, Tilburg
Entree:
geen kosten

Notulen vrijdag 15 november: Het hart op de tong

Aansluitend op het CAST-debat 'Hoe klopt het Tilburgse hart?', en de vervolgberichtgeving is het idee ontstaan om een tweede (kleinschalig) debat over de verbouwing van het stadshart te organiseren. Stephan Jongerius (Brabants Dagblad) en Berny van de Donk (schrijver CASTverslag) hebben de koe bij de hoorns gevat. Op vrijdagmiddag 15 november vond in Hotel Mercure een rondetafelgesprek plaats met een beperkt aantal direct betrokkenen en toehoorders. Het Brabants Dagblad heeft op 16 november een verslag van dit gesprek in de krant gepubliceerd, het Centrum voor Architectuur en Stedenbouw Tilburg (CAST) zorgde voor een meer genotuleerd verslag op internet. Natuurlijk ware een openbaar debat te verkiezen, maar dat is op korte termijn helaas niet haalbaar. Door de resultaten voor iedereen openbaar te maken, kan het debat in de stad worden voortgezet.

Download hier het genotuleerd verslag 'Het hart op de tong'.

Foto's

De foto's van deze activiteit kunt u hier bekijken.

Geef ook je mening via Twitter #hart013

Verslag Debatavond: Hoe klopt het Tilburgse hart?

Door: Berny van de Donk

Een huiskamer op zandgrond

Je hart luchten over de binnenstad, meedenken over de huiskamer van de toekomstig grootste stad van Zuid-Nederland. Ongeveer 400 online live-kijkers en ruim 180 Tilburgers in de zaal voelden zich uitgedaagd door die opgave en wilden zich bovendien (of misschien zelfs vooral) graag laten informeren over de stand van zaken. De gemeente is immers al een tijdje bezig met visies, rekensommen, beeldkwaliteitsplannen en stedenbouwkundige afwegingen. En zelfs de eerste maquettes komen voorzichtig voorbij.

Wethouder Erik de Ridder deed de aftrap. Hij was net terug van een weekendje Almere. Ook een middelgrote stad, met op het eerste gezicht alle bestanddelen van grootstedelijkheid keurig op een rij. Het stedenbouwkundig handboek netjes toegepast, en voor de ingewijdenherkenbare streetwise retailexpertise. De maat van de straat correct. Maar al winkelend en dwalend bekroop hem het gevoel dat het centrum ziel en beleving mist. Een groter contrast met Tilburg had hij niet kunnen kiezen. Almere is als stad uit zeeklei omhoog getrokken, Tilburg is ontstaan uit een korrelige clustering van kleine dorpen, organisch geworteld in arme zandgrond. Waar Almere hart en ziel mist heeft Tilburg dat in ruime mate. Tenminste, in de historie en genen van gebouwen, gebieden en gewone mensen. Maar nog niet voldoende zichtbaar in de binnenstad zelf. De wethouder legt ook de duidelijke en meer rationele link met werkgelegenheid: een aantrekkelijke stad met een goed (winkel)hart staat bij steeds meer bedrijven en organisaties ergens bovenaan het afvinklijstje.

Deze avond ging het om het destilleren van Tilburgse kernwaarden. Hoe vertalen we het specifiek Tilburgse in praktische woorden en gebouwde daden? Hoe krijgen we hart en ziel in het hoofd van experts en ontwerpers van buiten de stad? Hoe kleuren we onze binnenstad in, binnen en buiten de theoretische lijntjes?

Vierkante meters en ronde verblijfskwaliteit

Van ‘place to buy’ naar ‘place to be’. Dat is volgens binnenstadsexpert Arno Ruigrok de opgave voor middelgrote steden als Tilburg. Tilburg doet het feitelijk nu al helemaal niet slecht, het winkelareaal in de binnenstad kent een relatief laag leegstandspercentage. Uitbreiding in het stadshart is een haalbare kaart, en zeker geen droom die leeg blijft staan. De interesse van diverse commerciële partijen bewijst dit. Om in de toekomst aantrekkelijk te blijven moet er wel gewerkt worden aan een binnenstad met meer verblijfskwaliteit. “Het moet een feestje zijn om daar rond te lopen”. En hoe doe je dat tegenwoordig volgens de experts?  Is de kern van de zaak het binnenhalen van grote trekkers en het in tempo inrichten van een parallelle Heuvelstraat, of is de grootste trekker tegenwoordig het dwaalgebied en de vele evenementen? Kip of ei? De experts lijken het eens over de hoofdlijnen: blijf in ieder geval alert op elitaire denkkaders of dwaalnostalgie: 80 à 90% van de bezoekers is niet vies van ‘verBlokkerisering’, wil de grote ketens gewoon tegenkomen in de stad (“hier in de zaal zit die andere 10%”). Maar met alléén die ketens ga je het niet meer redden. Leuke straatjes en hippe winkeltjes’ zijn onontbeerlijk. En zeker in dit kóóp-punt-com-tijdperk is een slimme verbinding met de virtuele consument domweg nodig voor een goed belegde winkelboterham. Kippen én eieren dus.

Nog een valkuil: het leven bestaat natuurlijk uit meer dan winkelen, de binnenstad is ook de plek waar burgers elkaar willen ontmoeten, een forum voor formele en informele momenten. Van trouwerij tot Tilburg Kermis, van samen stappen tot alleen stilzitten op een bankje. Je moet, zoals een bewoner het uitdrukte, er ook “gewoon kunnen zijn”. Een leeg plein is dan zo gek nog niet. Het is de geplaveide belofte van feestelijke dingen die komen gaan.

Waarden in de kern

Een tafel met vakkennis en een zaal met stadskennis gingen onder leiding van Tracy Metz - de frisse voorzitter van buiten -  op zoek naar de kernwaarden van en voor de Tilburgse binnenstad. Een voor de zaal herkenbare optocht van karakteristieken trok langs.

Linten en knopen

De termen waarmee je de ruimtelijke structuur van Tilburg pakkend kunt omschrijven lopen grappig parallel met de textielindustrie waar de stad mee groot is gegroeid: linten en knopen. Als een neuraal netwerk groeiden dorpen - of op z’n Tilburgs herdgangen - aan elkaar. Ragfijne zandpaden werden robuuste klinkerwegen, bebouwing en commercie volgden die lijnen. In de binnenstad herhaalt dat beeld zich op zakformaat. Het centrum laat zich bewandelen van knooppunt naar knooppunt. Een verzameling werelden met vaak letterlijk verrassende scharnierpunten. Uniek zijn de pleinen met verschillende karaktertrekken en duidelijke functies (horeca, commercieel, publieke ). Het is essentieel die structuren te herkennen, maar vooral ook te érkennen met liefdevolle belangstelling.

Ruimte binnen bouwblokken

De textielindustrie zorgde nog voor een andere kwaliteit. Door de hele stad stonden – in de ruimte tussen die herdgangen - grote textielfabrieken. Eenmaal ingebouwd in een uitdijende stad werden ze vaak vervangen door woon- en winkelbebouwing. Daardoor ontstonden bouwblokken met een relatief geringe hoogte en grote binnenruimte. Hierdoor heeft Tilburg nu een unieke kwaliteit waaraan incidentele hoogbouw in het centrum – mits zorgvuldig ingepast – iets kan toevoegen.

Aimabel gesprek tussen oude en moderne architectuur

Textielbaronnen en slopende burgemeesters hebben Tilburg een andere waarde cadeau gedaan: er is door hun handelen een voor Nederland zeer bijzondere mix van oude en moderne architectuur ontstaan. Op een klein gebied vind je een bonte verzameling van rijksmonumenten uit diverse jaarringen en van diverse oorsprong (dorps, industrieel, wederopbouw). Meesters, de Heikese kerk, de Spaarbank vinden we nu al mooi, maar de waardering voor na-oorlogse architectuur (1940 -1975) zit volgens de experts de laatste jaren flink in de lift. Het lijkt misschien rommelig, Tilburg heeft daarmee echter – misschien onbedoeld en ongepland – een voorsprong op andere steden. Een welsprekende bewoner uit de zaal maakte duidelijk dat er ook een keerzijde zit aan die ´rommeligheid´. Bijna letterlijk zelfs: de vele verbouwingen aan de stad maken dat op veel pleinen vooral de achterkant  van belangrijke gebouwen zichtbaar is. “En zo hoort dat toch niet? Vraagt iemand naar het Pieter Vreedeplein? Je wijst hem naar ‘áchter de V&D’. Het Koningsplein? Áchter de bibliotheek. De Tilburgse binnenstad ligt achterstevoren en binnenstebuiten”.

Informele cultuur, kansrijke ‘software’

Een niet te onderschatten kernwaarde is de software van Tilburg: mensen die soms weliswaar ‘maawe’, maar uiteindelijk toch allemaal ook ‘goale’ voor de stad willen maken. Zo is er de wil van veel ondernemers om met elkaar in gesprek te blijven én waar nodig door te pakken. Oudgedienden als Bolle, Gimbrère, en Gianotten/Polare kennen het gebied tot in de haarvaten en vormen met hun intuïtieve expertise een commerciële lakmoesproef voor de toekomstplannen. Jonge honden in het dwaalgebied als Café Nieuwland, Bij Maud en Buutvrij brengen nieuwe trends binnen de stad (zoals de combinatie productie-consumptie, duurzaam en lokaal), en leggen slimme verbindingen met de virtuele wereld. Maar ook betrokken architecten en stedenbouwkundigen zoeken keer op keer contact om hun hartstochtelijke meningen te scherpen aan opvattingen van buiten.

Ook waarden búiten de kern…

Opvallend was volgens gespreksleidster Tracy Metz dat er één duidelijke kernwaarde van Tilburg niet werd genoemd, misschien omdat deze waarde buiten het kernwinkelgebied valt: voor veel mensen van buiten Tilburg maken musea als De Pont en het Textielmuseum de stad ‘een omweg waard’. Evenals de vele podia, festivals, evenementen. Tilburg is een performing city bij uitstek. Natuurlijk haasten de experts zich te zeggen dat dit vanzelfsprekend een te benutten kwaliteit is. Misschien té vanzelfsprekend zelfs: het vergt aandacht en onderhoud om je als kerngebied hier continu mee te verbinden. Het grote gezelschapsspel dat citymarketing heet moet alert worden gespeeld.

…maar blijf bij de kern

De vertegenwoordiger van de ondernemers aan tafel, Niek van den Broek waarschuwt om niet alles met alles te verknopen. Sterven in schoonheid ligt op de loer, voor je het weet heb je een ‘faalgebied’. “Dus nu in tempo de Stadhuisstraat / Emmastraat afmaken zodat de ladderstructuur gaat werken”. Paar nieuwe grote trekkers binnenhalen (die éne, waarvan – als een soort Voldemort – de naam niet genoemd lijkt te mogen worden). Dat wil de gemiddelde consument nu eenmaal!

Van het dwaalgebied moeten de gemeente volgens sommige experts vooral ‘oplettend afblijven’: die branding gaat daar bijna als vanzelf. Je kunt als overheid op z’n best aansluiten bij de al in de kiem aanwezige gebiedsstijl. Af en toe de ogen sluiten, initiatieven op enige afstand ondersteunen, en  - in een enkel geval - vooral sámen met ondernemers en  bewoners een lichte regie organiseren.

Visie en kernwaarden? Kanskaarten volgens Rijnboutt

“Tien tot twintig jaar, dames en heren, zolang gaat het duren om de binnenstad tot volle bloei te brengen”. Kees Rijnboutt, maker van veel stedelijke omgevingen, geestelijk vader van de visie op het Kernwinkelgebied doet een beroep op het geduld van met name politiek en ondernemers. De transformatie van het Stadhuisplein ziet hij als een eerste dominosteen in de realisatie van een tweede levendige winkelstraat, daarna volgen oplossingen voor andere knelpunten in de binnenstad bijna vanzelf. Zijn visie is vooral geen blauwdruk, zelfs geen plan. Door de vele beelden heen moeten we vooral de droom zien. Van een Tilburg dat zijn genetische hartelijkheid beter laat zien, effectiever omzet in verblijfskwaliteit.

Rijnboutt herkent veel van de kernwaarden in zijn visie. De ruime bouwblokken zijn stuk voor stuk kanskaarten om die hartelijkheid een goede plek te geven. Een parkje, een speeltuin midden in de stad kan veel doen voor een prettiger beleving van het hele gebied. De combinatie van oude en moderne architectuur is echt een cadeau voor de stad en kan niet anders dan prominent aandacht krijgen in de visie. De link met het grotere Tilburgse verhaal is lastiger: “winkelen was de vraag”. Toch denkt Rijnboutt dat hij de moderne herdgangen goed aan de praat zal kunnen krijgen, en dat zo’n ronkend winkelhart – inclusief uniek dwaalgebied – andere ontwikkelingen, inclusief investeerders en ondernemers zal verleiden.

Bijzondere aandacht is er in zijn bijdrage voor het Stadshuisplein, en dan vooral voor dé fontein van Beljon. Bij nader inzien verdient dit hoekige kunstwerk volgens Rijnboutt meer respect in de uitwerking van de plannen, en kunnen aanvoerroutes (de reden voor geplande sloop) evengoed anders lopen. De watervallen zijn immers een verbindend element op een plek waar vele publieke functies van de stad als op een forum, een agora samenkomen. Beljon beschreef dit in 1976 al in zijn boek ‘Zo doe je dat; grondbeginselen van vormgeving’. Hij noemt het Stadhuisplein daar een ‘civic center in wording’. Deze beschrijving brengt Rijnboutt bijna 40 jaar later op andere ideeën. Hij geeft ruiterlijk toe dat hij de boodschap van “deze Leonardo da Vinci” (en van de maawmuur) heeftbegrepen. Impliciet geeft de voormalig Rijksbouwmeester hiermee trouwens een handige tip aan beeldend kunstenaars: wie schrijft, die blijft. Toch verdient deze moderne en unieke agora volgens hem meer verblijfskwaliteit. Het heeft nu teveel de karakteristiek van een parkeerplaats.

Aan de slag, aan de praat!

Het was een informatieve avond, misschien té informatief: de reuring die we in de binnenstad zo graag willen bleef uit. De stadse kennis kwam maar beperkt op tafel. Erik de Ridder nodigde iedereen daarom nadrukkelijk uit verder mee te denken over de huidige plannen. De afgelopen maanden was het misschien wat stil van de kant van de gemeente. Er werd hard gewerkt aan een volgende fase. “Nu is het moment om daarover weer vol met elkaar in gesprek te gaan”. Als goed voorbeeld noemde hij het gedegen Inspiratiemanifest van een groepje betrokken Tilburgse architecten. Het is duidelijk: het debat over de dierbare binnenstad gaat door!

Aan de discussietafel namen deel:

Aart Oxenaar, directeur Academie van Bouwkunst Amsterdam
Arno Ruigrok, Multi Development
Niek van den Broek, lokaal Tilburgs ondernemer
Rogier Arntz, expert in retail
Carolien Ligtenberg, expert in duurzame stedelijke transformatie

 

Bekijk online het debat terug, van dinsdag 29 oktober 2013

 

Wilt u meer lezen over de toekomstige plannen?

Bekijk hier het concept van het Stedenbouwkundig Plan via Issuu

Bekijk hier het inspiratiemanifest over de Tilburgse binnenstad, geschreven door een groep Tilburgse architecten

Bekijk hier de visie op het Kernwinkelgebied

Bezoek de website van de gemeente Tilburg voor een kort overzicht

Lees en bekijk hier de resultaten van het CASTdebat van 16 januari 2013

Brabants Dagblad Online: 'Beljonfontein blijft bij groen Willemsplein'

Brabants Dagblad Online: 'Architecten Tilburg: haal Maawmuur weg

Brabants Dagblad Online: 'Discussie Willemsplein: evenementen of groen?'

Brabants Dagblad Online: 'Discussie Willemsplein: meerderheid voor 'groen park'


Discussieer mee, via Facebook, Twitter of in de reacties onder de blog van het BD. En stemmen natuurlijk via de BD-app.

 

Terugblik op het binnenstad debat van 16 januari 2013

Wilt u het debat van 16 januari online terugzien of het korte verslag lezen? Dat kan via onze website.

Foto's: met dank aan de gemeente Tilburg
Het CASTdebat ‘Hoe klopt het Tilburgse hart?’ wordt mede mogelijk gemaakt door de gemeente Tilburg.

Bijlagen

Dit programma valt onder de volgende programmalijnen:

Terug naar overzicht
architectuurgids Architectuurgids

Bestel online de architectuurgids midden-brabant of bekijk hem online.

Lees meer
CAST
Blijf op de hoogte

En schrijf u vandaag nog in voor onze CAST nieuwsbrief.